MISDAADCOLUMN: Ex-model Wendy Whitehead (45) verdween op tweede kerstdag, 24 jaar geleden
Elke week schrijft misdaadverslaggever Henk Strootman een column over wat hem opvalt in de crimewereld. Deze week: de vermissing van Wendy Whitehead.
Sommige vermissingen verdwijnen langzaam maar zeker uit het nieuws, maar blijven harde realiteit voor de mensen die ermee moeten leven, de achterblijvers. De zaak Wendy Whitehead is daar een triest voorbeeld van. Zij verdween op tweede kerstdag 2001 uit haar appartement in Hilversum. Ik schreef er eerder over. Maar omdat nu, 24 jaar later, haar naam nog steeds op de vermistensite van de politie staat – zonder nieuws of updates – wil ik er toch weer eens bij stilstaan. Als kerstgedachte.
Ex-model Wendy (45 op dag van haar verdwijning) was vanuit Leeds naar Nederland gekomen om in te trekken bij haar partner Steve Oldman, een Engelse bouwvakker, die vanwege zijn werk in Hilversum terecht was gekomen. Haar nieuwe leven sloot niet bepaald aan bij wat ze ervan had gehoopt. De relatie stond onder spanning en in het appartementencomplex aan de Nieuwe Doelenweg waren buren er al snel getuige van hoe het regelmatig uit de hand liep. Ruzies, geschreeuw, deuren die hard werd dichtgesmeten. Er werd stevig gedronken. Later deed zelfs het verhaal de ronde dat Wendy haar vriend ooit met een kapot wijnglas in de rug had gestoken. Kortom, niemand in de flat keek er vreemd van op toen het stel ineens was verdwenen.
Pas maanden later begon iemand zich echt af te vragen waar Wendy was gebleven. Dat was haar vader in Engeland. Hij had tot zijn verbazing geen Vaderdagkaart ontvangen, een gewoonte die Wendy nooit vergat. Steeds als hij haar probeerde te bereiken kreeg hij Steve aan de lijn. Die kwam met nieuwe uitvluchten; Wendy kon niet aan de telefoon komen, ze was weg, ze werkte, ze had het druk. Het klonk allemaal reuze verdacht, maar op afstand kon de vader weinig uithalen. De politie werd pas ingeschakeld toen de bezorgdheid omsloeg in angst. “Je voelt als ouder gewoon dat het mis is,” zei hij later.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2Fh8SJ47sG0lGTkx1765809913.png)
Toen agenten het appartement na vier maanden betraden, viel er eigenlijk niets meer te onderzoeken. Geen lichaam, geen sporen, geen aanwijzing, niets. Het onderzoek, voor zover je daarvan kon spreken, bestond uit losse puzzelstukjes. Eén daarvan was een naam: Steve Oldman. Hij was het die Wendy voor het laatst levend had gezien, hij was het die alle telefoontjes opnam en hij was het die met steeds andere verklaringen kwam. Als íemand kon vertellen wat er die decemberdagen was misgegaan, dan was hij het wel.
Maar in september 2003 viel die optie weg. Op de 22ste van die maand werd Steve gevonden op een industrieterrein in Engeland, onderuitgezakt in zijn auto. Slang van de uitlaat naar binnen, dood door vergassing. Naast hem lag een afscheidsbrief. Steve had zelfmoord gepleegd omdat zijn nieuwe Nederlandse vriendin hem had verlaten. Geen woord over het lot van Wendy. Daarmee verdween ook het laatste puzzelstukje.
Het enige waar hij op mag hopen, is toeval. Een tuin die wordt omgeploegd, een stuk bouwgrond dat wordt afgegraven
Jason Whitehead, Wendy’s zoon, begon een zoektocht en zou dat jaren volhouden. Hij gaf interviews aan de BBC, verscheen in Britse kranten en kwam naar Nederland om met Tros Vermist langs de plekken te gaan waar zijn moeder had gewoond en gewerkt. Hij wilde feiten, geen vermoedens of geruchten. Maar het leverde allemaal niets op. Toen ik hem destijds voor Vermist sprak, zei hij: “Kerst is voor mij altijd zwart omrand.” Dat zei genoeg. De wanhoop was aan zijn ogen af te lezen.
Het enige waar Jason na 24 jaar nog op mag hopen is toeval. Een tuin die wordt omgeploegd, een stuk bouwgrond dat wordt afgegraven, een koffer die bij baggerwerk omhoogkomt. Zulke vondsten willen nog wel een zorgen voor een doorbraak in oude dossiers. Veel achterblijvers houden zich daaraan vast, ook Jason. Maar de harde realiteit is dat zo’n toevalstreffer helaas zelden voorkomt.