Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert
Premium

Artrose, obesitas én staar uit een pakje: Panorama-verslaggever kruipt in de huid van een oud mannetje

Hoe is het om als een bejaarde met allerlei gebreken door Amsterdam te dwalen? Verslaggever Jarry Popelier (40) trekt een ouderdomssimulatiepak aan, kreunt als een oude vent, wenkt naar prostituees en snakt naar een rollator.

Jarry Popelier als 'oude man'

Ik ben bejaard, heb artrose, obesitas, ben half doof en alsof het leven me nog niet genoeg heeft toegetakeld komt Jan-Jaap Voigt (57) ook nog met drie brillen aanzetten. “Even kijken, ja, laten we staar doen, dat komt het meeste voor,” zegt hij alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik kom nauwelijks vooruit en nu is het zicht van mijn linkeroog ook nog te verwaarlozen. Maar op medelijden van Jan-Jaap hoef ik niet te rekenen:

“Laten we er maar geen COPD bij doen, dan krijg je helemaal geen lucht meer. Maar probeer je veters eens te strikken, dat wordt ook leuk.” Eerst moet ik nog even de handschoenen aantrekken die artrose simuleren. Dat lukt. Na vier pogingen en wat ingeschakelde hulpl. Wat een ellende, maar dat is nou juist het idee: als een bejaarde een middagje Amsterdam doen. En dan is het nog niet eens echt begonnen. 

We zijn te gast op de Hogeschool van Amsterdam, waar Jan-Jaap docent fysiotherapie is. Ooit had hij de ambitie om als fysiotherapeut met sporters te werken, maar de oudere medemens helpen geeft hem vele malen meer voldoening. “Ga maar even zitten, je hebt je energie nog hard nodig,” zegt hij voordat zijn introductiefilmpje begint. “We zijn erin geslaagd om langer te leven, maar niet noodzakelijk gezonder.” 

Een speciale staarbril maakt de ‘aftakeling’ compleet.

De verontrustende boodschappen, met dito statistieken, vliegen door het lokaal. Lang verhaal kort: in 2040 zijn we met vijf miljoen 65-plussers en de beroepsbevolking is lang niet groot genoeg om alle ouderen op maat te bedienen. Jan-Jaaps conclusie: we moeten de maatschappij anders inrichten. Dat lukt hem niet zonder hulp uit Den Haag, wel probeert hij dat bewustzijn zijn studenten fysiotherapie bij te brengen: “Meer empathie voor zorgbehoevenden, dat is eigenlijk mijn doel.

Ga zelf eens een dag in een rolstoel zitten. Iedereen vindt dat een leuk idee, maar niemand heeft of maakt er tijd voor. Ik heb het eens een ochtend gedaan in Amsterdam. Stoep op, stoep af, het was niet te doen. In een café ben je ook gelijk een soort van stoorzender. Het personeel heeft helemaal niet de tijd om jou de hulp te geven die je nodig hebt en dat is wat ouderen continu merken. Door dat soort ervaringen op te doen kun je zelf een betere verzorgende worden.”

Ook nog wat artrose

Om zijn studenten te enthousiasmeren is meer nodig dan een verontrustend cirkeldiagram, daarom vroeg hij een beurs aan om een ouderdomssimulatiepak te ontwikkelen. In rode, blauwe, gele, groene en grijze overalls laat hij de jongeren door het schoolgebouw schuifelen, bedrijven en andere geïnteresseerden kunnen een workshop boeken om zelf ouderdom te ervaren (zie kader). 

Een flink verzwaarde verslaggever.

Voor mij ligt geen overall klaar: ik krijg losse elementen aangemeten om een mix van kwalen en gebreken te simuleren. Na het eerste, het harnas, maakt mijn rug gelijk een kromming die de komende uren blijft zitten. Alsof de slijtage bij toverslag in mijn gewrichten is geslopen. Ik vraag waar ik mijn hernia kan declareren, maar we zijn nog lang niet klaar. In totaal krijg ik zestien extra kilo mee te torsen op mijn rug, armen en benen om bejaarde gewrichten te simuleren. Plus nog wat artrose aan mijn arm en knie. Met oordopjes gaat mijn gehoor per direct achteruit en daar komt de staarbril bovenop. 

Naar een bankje schuifelen dat drie meter verderop staat, is al een opgave als ik flink bejaard ben gemaakt. “En jij wilt een paar uur door de stad lopen?” vraagt fotograaf Joris met sadistisch genoegen. “Naïviteit is ouderen niet vreemd,” zegt Jan-Jaap om er nog een schepje bovenop te doen. “De studenten beginnen altijd vol goede moed, maar zijn er na een uur wel klaar mee.”

De passerende studenten hoor ik gniffelen om mijn uitdossing, maar dat ik het niet zie, scheelt de helft van deze vernedering

Vernedering

We zien wel hoe ver we komen, eerst maar naar station Holendrecht. Vanochtend heb ik dit wandelingetje ook gemaakt, een minuut of acht, prima. Nu gaat het een stuk langzamer. Kijk ik naar links, dan zie ik nog net dat het gras groen is, maar dat is het dan ook wel. De passerende studenten hoor ik gniffelen om mijn uitdossing, maar dat ik het niet zie, scheelt de helft van deze vernedering. 

Best lastig: inchecken met artrose.

Mijn handen moet ik vrijhouden om aantekeningen te maken, maar om in te checken met mijn bankpas doe ik de artrosehandschoenen weer aan. Wonderwel heb ik het benodigde pasje in één poging te pakken, maar dat komt vooral omdat het de voorste is, anders had ik de inhoud van mijn portemonnee nu bij elkaar kunnen schrapen. Het duurt allemaal wel wat langer, voor zakkenrollers ben ik aangeschoten wild, zeker nu een eventuele achtervolging volstrekt kansloos is. 

Het traplopen gaat niet soepel, maar via de leuning lukt het wel. Gelukkig zijn er voldoende stoelen vrij in de metro, hoef ik niemand te vragen op te staan voor deze ‘oude’ knul van 40. Ik val in mijn stoel, maar met al dat overgewicht is een zachte landing lastig. De leuning lijkt wel van staal: wat is deze expeditie toch een beproeving voor mijn kromgetrokken rug. Het vergt veel concentratie om met Joris te communiceren. Dat ik mezelf veel te hard hoor is al geen pretje, maar luisteren is nog veel moeilijker. Continu vraag ik of hij iets kan herhalen. 

Schaamteloze oplichter 

Zo vaak kom ik niet in Amsterdam, ook daarom had ik vanmorgen best zin in dit rondje, maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit chagrijniger het Centraal Station ben uitgestapt. Het is nog gaan regenen ook. Gelijk krijg ik een kaart in handen gedrukt, ik verwacht reclame voor een of ander evenement, maar het is een bedelaar die vraagt om hulp. Ik denk alleen maar: zeg, zul jíj mij niet eens helpen? Ik ben nog geen twee minuten in het centrum of ik word al bijna aangereden door een tram die ik niet hoorde aankomen. En dan die afschuwelijke wietgeur die hier altijd hangt, helaas is mijn neus zowat het enige waaraan niets mankeert.

Die paar treden naar het Nationaal Monument op de Dam voelen bijna als de beklimming van de Mount Everest

In een mensenstroom lopen we naar de Dam. Sowieso ben ik niet zo dol op dit soort massa’s, maar nu voelt het ook wat onveilig. Ik kan moeilijk uitwijken voor de toeristen die op me af lopen en één klein zetje en ik val op de grond. Zoals voetballers als Luuk de Jong en Wout Weghorst weleens naar het gras wilden duiken, met dat verschil dat ik écht slecht ter been ben en mezelf steeds hoor puffen. In mijn dooie hoek komt iemand wat te dicht naast me lopen, althans, dat gevoel heb ik. Om het zeker te weten draai ik mijn nek helemaal naar links, de enige manier om aan die kant iets te zien. Een man met paarse vlechten in een jurk excuseert zich. 

We hebben de Dam bereikt, het was een stukje van niks, maar ik moet toch even bijkomen met een toeristische lunch. Waarom staat hier geen enkele viskraam, maar kun je wel kiezen tussen drie verschillende hotdog-karren? Tja, een hotdog dan maar. Ik sta voor lul met mijn outfit, maar niet zo erg als de verkoper die de kost verdient door vijf euro te vragen voor een opgewarmde knakworst op een klef en goedkoop broodje. Terwijl ik er mosterd aan toevoeg, vraagt een dame wat een flesje water kost. “Drie euro mevrouw, dat is goedkoper dan de regen.” Mocht er vanmiddag nog ergens gêne bij me opspelen, dan denk ik terug aan deze schaamteloze oplichter. 

Wie vraagt wie om hulp?

Met mijn versleten armen moet ik die peperdure worst ook nog beschermen tegen de duiven, ik bezit gelukkig nog voldoende kracht om dit gevecht te winnen. Lukt het ook om een servet van de grond te rapen? Als ik mijn artrosebeen strek gaat het wel, al kreun ik als een oude vent. Tijdens het knagen kijk ik naar Madame Tussauds. Leuk uitje met de kinderen voor in de kerstvakantie, maar in deze conditie moet ik er niet aan denken om door een wassenbeeldenmuseum te slenteren. Dan blijft opa liever thuis! Eens kijken of de Wallen wat meer opwinding teweegbrengt. 

We moeten oversteken tussen de auto’s. “Lukt dat snel of moeten we naar een zebrapad?” vraagt Joris. Dat zebrapad is tientallen meters om en duurt weer een eeuwigheid, ik gok erop te ‘versnellen’ op het juiste moment. En anders sommeer ik gewoon een auto om te stoppen. Alles om wat voetstappen af te snijden. Op verzoek van Joris trotseer ik die paar treden naar het Nationaal Monument op de Dam. Het voelt bijna als de beklimming van de Mount Everest…

En dan zeikt het ook nog eens van de regen.

Oké, die vergelijking is misschien wat overdreven, maar het voelt wel als een bovenmatige inspanning waar ik nu bepaald de puf niet voor heb. Ik kijk veel meer naar de grond dan anders, want bij een misstap ga ik onderuit zonder dat ik mezelf goed kan opvangen, dus ik ga even wat voorzichtiger door het leven.

Zuigende bewegingen 

Op de Wallen is er weinig bedrijvigheid op deze maandagmiddag. Logisch, het weekend is net voorbij, al zal er vanavond vast meer reuring zijn dan nu. Als we even voorbij Casa Rosso een zijstraat ingaan, aan de andere kant van het water, zijn er toch enkele ramen gevuld. Later zegt Joris dat de man op de straathoek me drugs aanbood, maar dat heb ik niet gehoord. Maar het gebonk van de dames op hun ramen is niet te missen.

Ondanks mijn overgewicht, doofheid, ouderdom, staar en artrose lig ik hier nog goed in de markt. De tweede dame schudt gewillig met haar borsten, de derde maakt zuigende bewegingen terwijl ze een denkbeeldige worst in handen heeft, maar dan zonder dat broodje van net. Alle drie wenken ze me naar hun raam en ik ben ergens best benieuwd of ik nu seniorenkorting krijg. Maar thuis zal het niet worden gewaardeerd als ik de proef op de som neem. 

Ondanks mijn overgewicht, doofheid, ouderdom, staar en artrose lig ik op de Wallen nog goed in de markt

Ondanks al mijn beperkingen ben ik hier dus nog welkom, da’s alvast goed om te weten. Hoewel… Ik hoop dat ik nog een libido heb als mijn lichaam écht tegensputtert, vandaag is er in ieder geval niets meer van over. Ik wil neerploffen op een caféstoel, niet direct voor een advocaatje of jenever, want ik heb immers net geluncht met die gore hotdog. Laten we het maar bij koffie houden. De artrosehandschoenen gaan weer aan, even testen of dat te doen is. Het kopje is tot de rand gevuld, ik durf het niet aan met één hand. Met twee handen breng ik de kop naar de mond. Joris lacht: “Nu drink je precies als een oud mannetje!” 

Dat is ook exact hoe ik me voel. Over de markt schuifelt een man met rollator, lichte jaloezie borrelt op. Leo Beenhakker schijnt in zijn laatste jaren consequent een rollator te hebben geweigerd; hij vond namelijk dat hij als oud-trainer van Real Madrid er niet zo bij kon lopen. Die trots slik ik hier nu in: als zo’n hulpstuk me het leven op mijn oude dag makkelijker kan maken, laat ik er gelijk eentje aanrukken. Maar nu moet ik op eigen kracht overeind komen en dat valt niet mee. In een slakkengang strompel ik naar de metro: dit was voor nu wel weer genoeg Amsterdam. 

Even wat lozen op de Wallen.

De stoelen zijn schaarser dan op de heenweg. Er is nog één invalidenplek vrij, ik schaam me niet eens om ’m snel in te pikken. Daar moet ik overigens wel bij zeggen dat dat niet ten koste gaat van échte invaliden of ouderen, want zo’n hufter ben ik nou ook weer niet. Opeens merk ik dat neuspeuteren met links niet meer lukt: heb ik daar ook al artrose? Ik versta Joris de helft van de tijd niet, maar ik doe geen moeite meer om voor de zoveelste keer Wat zeg je? te roepen. 

Helemaal gesloopt 

Tijd voor de slotetappe, wéér dat stukje van Holendrecht naar de Hogeschool van Amsterdam dat onder deze omstandigheden echt een enorm stuk is. Steeds vaker zie ik Joris achteromkijken, zo van: waar blijf je nou? Sorry, dit is echt het maximale. Net probeerde ik even te rennen. Dat ging best, maar kruipen gaat met mijn normale conditie sneller. De juiste looptechniek heb ik inmiddels wel te pakken, al blijft mijn rug pijnlijk. Ik snak naar het einde. 

Oud mannetje met koffie.

“Hoe ging het?” vraagt Jan-Jaap. De korte samenvatting: het was pittig, maar ook boeiend. Ik zal niet meer mopperen als een oudje in de supermarkt of in het verkeer geen enkele haast heeft. Nu weet ik hoeveel zwaarder het leven voor de ouderen daadwerkelijk is. Als Jan-Jaap me ook verlost van mijn laatste kwaal, sommeert hij mij om op en neer te lopen. “Lekker, hè?” zegt hij. 

Lekker? Fantastisch! Ik voel me letterlijk verlicht. Zo verlicht zelfs dat ik bijna zin krijg om nog eens Amsterdam in te duiken, niet in de laatste plaats omdat mijn libido weer terug is. Dit trucje past Jan-Jaap ook toe bij zwaarlijvige mensen. Die geeft ie eerst nog wat extra kilo’s, zodat zij daarna kunnen ervaren hoe fijn het is als je ervan bent verlost. Bij wijze van ultieme motivatie om eindelijk eens af te vallen. Maar goed, ik heb mijn lesje nederigheid wel geleerd en ben helemaal gesloopt. Jan-Jaap: “Daarom is het dus niet gek als ouderen ’s middags even willen rusten.” 

Ik snap het, ik denk niet dat ik mijn staarloze ogen zo kan openhouden in de trein naar huis. 

Toch nog een voordeeltje: zitten op een invalideplek.

Kruip zelf ook eens in een oudere huid!

Met de ouderdomspakken zijn vijftien verschillende ouderdomskwalen na te bootsen. Het doel van Jan-Jaap Voigt is dat studenten meer empathie krijgen voor de moeilijkheden die ouderen moeten doorstaan: “Vanuit begrip en empathie zullen zij als jonge professionals hun oudere patiënten beter kunnen begeleiden en veranderingen in gang zetten.”

Eindelijk verlost van het ouderdomspak.

Maar hij hoopt ook dat vanuit de regering onze maatschappij anders wordt ingericht. Hij kijkt daarbij nadrukkelijk naar architecten, ontwerpers, supermarktpersoneel, naar iedere beroepsgroep eigenlijk. “In zo’n pak kunnen stadsplanners ontdekken hoe wijken toegankelijker gemaakt kunnen worden,” geeft hij nog maar eens als voorbeeld. “We stimuleren innovatie en oplossingen om te bouwen aan een inclusieve samenleving waarin iedereen, ongeacht de leeftijd, met waardigheid kan leven.”

Ook eens proberen hoe het voelt? Kijk dan op www.ouderdomssimulatiepak.nl.

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Lifestyle