In de rechtszaal las Stint-oprichter Edwin Renzen een verklaring voor. Hij sprak mede namens zijn compagnon en de twee betrokken bedrijven. "Het is voor ons, net als voor iedereen en vooral voor de nabestaanden vreselijk", begon Renzen, volgens Omroep Brabant.
Toch trok hij een harde grens als het gaat om schuld. "Ons wordt al zeven jaar verweten dat wij schuld dragen aan de dood van de vier kinderen Dat herkennen wij niet."
Kil en zakelijk
Renzen bereidde de aanwezige nabestaanden voor op de technische aard van het proces. De verdachten beseffen dat hun antwoorden vanuit hun rol als fabrikant soms kil of zakelijk kunnen overkomen, maar benadrukken dat dit onbedoeld is.
"Dit betekent niet dat wij geen gevoel hebben voor deze zaak of voor de nabestaanden", aldus Renzen. "Maar het is wat van ons verwacht wordt om de rechtbank te informeren."
Vervalste documenten?
Het Openbaar Ministerie kijkt heel anders naar de zaak. Volgens justitie hebben de bedrijven tussen maart en oktober 2018 Stints verkocht die niet deugden. Er zou sprake zijn geweest van technische gebreken waarvan gebruikers niet op de hoogte waren.
Sterker nog: het OM verdenkt de leidinggevenden ervan dat ze handleidingen en verklaringen hebben aangepast of zelfs vervalst om de voertuigen op papier aan de veiligheidseisen te laten voldoen.
Het drama
Bij het ongeluk in 2018 kwam een Stint op een spoorwegovergang in botsing met een trein. De kinderen Dana (8), Liva (4), Fleur (6) en Kris (4) overleefden de klap niet. Een 11-jarig meisje en de begeleidster raakten zwaargewond. Uit eerder onderzoek bleek dat er geen duidelijke technische storing of menselijke fout kon worden aangewezen als directe oorzaak. Hoe het precies kon gebeuren, blijft een raadsel.
De rechtbank heeft zes dagen uitgetrokken voor de strafzaak. De eerste dag staat vooral in het teken van technische regels en richtlijnen.
- Omroep Brabant
- NL Beeld / PRO SHOTS