Betalen voor een plasje is hartstikke normaal, maar tegenwoordig doen we dat met een pinpasje om een poortje te openen. Dat gerinkel van dubbeltjes en kwartjes op zo’n wit schoteltje, gevolgd door een vaak verveeld ‘dank u wel’, is alleen nog maar een echo uit het verleden. Doodzonde natuurlijk, want als er íémand goeie verhalen had en van alles op de hoogte was, meer nog dan een taxichauffeur, dan was het wel de toiletdame of -heer.
Precies 35 jaar geleden portretteerden wij er elf, onder wie Tine die de toiletten probeerde schoon te houden op het Centraal Station in Amsterdam. Een onmogelijke en vaak ondankbare taak, vond ze. ‘Zeikwijf’ kreeg ze regelmatig naar haar hoofd geslingerd, wat ze ergens nog best grappig vond, maar van al die junks in haar toilet werd ze een stuk minder vrolijk: “Na tien minuten maak ik de deur met een schroevendraaier open. Vorig jaar een dooie Italiaan: overdosis. En laatst was er iemand wiens ader was gesprongen. De hele wc van onder tot boven onder het bloed. Op zulke momenten ben ik toch wel bang voor aids.”
Vaak waren toiletdames net maatschappelijk werksters, zei Sonja die even verderop bij een toilet aan het Leidseplein zat: “Praatpaal ben ik altijd al geweest. Wel een lekker gevoel hoor, als je ergens goed kunt doen. Laatst was er nog een meisje dat haar hele hart uitstortte. Liefdesverdriet, of weet ik wat. Die kwam later terug met een roos. Kijk, dát is nou leuk.” Bij de Hema in Alkmaar zat Liesbeth, die voorheen als verpleegster in een sanatorium werkte. Dat was veel viezer dan zo’n toilet in een warenhuis, zei ze: “Gelukkig heb ik een sterke maag.”
Toiletdame Tine: ‘Na tien minuten maak ik de deur met een schroevendraaier open. Vorig jaar een dooie Italiaan: overdosis’
Wie regelmatig op de Zwarte Markt in Beverwijk kwam (die tegenwoordig De Bazaar heet), kende ongetwijfeld Willem, een van de markantste personen die je daar kon tegenkomen. Hij was altijd in de weer met een poetsemmer en een doekje op het toilet. “Tsja, ik ben een echte pleeboy hè,” lachte hij. “In het begin vonden de dames het wel vreemd. Dachten ze: verrek, een kerel. Gingen ze naar een andere wc. Maar het maakt mij niet uit, hoor. Na iedere zit veeg ik de bril af. Al is de rij nog zo groot, de dames wachten geduldig tot ik er met het lapje overheen ben geweest.” Of hij dat thuis ook deed? “Ben je belazerd!” kirde hij. “Daar heb ik mijn vrouw voor!”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FcPzQRmkmCvNkYq1765197143.png)
Het zal je niet verbazen dat degenen die in het uitgaansleven actief waren over het algemeen meer verdienden dan de sanitairschrobbers op openbare plekken, al liet vrijwel niemand zich in zijn portemonnee kijken, laat staan in hun zakken waar nog weleens een muntje in wilde verdwijnen. Een paar honderd gulden op een avond, wat neerkomt op een bovenmodaal salaris, was geen uitzondering. Daar wilde je wel ‘je stinkende best’ voor doen, zei Natasja van café Le Berry in Amsterdam: “Ik kleed me gewoon alsof ik uitga, ik verdien er iets mee, het is gezellig en als het rustig is, kan ik zelfs nog studeren: ideaal toch?”