Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert
Premium

One Flew Over The Cuckoo's Nest na 50 jaar nog actueel

One Flew Over The Cuckoo's Nest groeide uit tot een klassieker, niet in de laatste plaats omdat de film werd gefilmd in een echt gesticht. En dat leverde een nog mooier verhaal op dan de film zelf: “We wisten na een poosje niet meer wie de acteurs waren en wie de patiënten.”

One Flew Over The Cuckoo's Nest

Wist u dat de Titanic voor de film op ware grootte werd nagebootst in een gigantisch waterbassin? Dat het Colosseum in Gladiator voor twee derde uit bewegende computerbeelden bestaat? Dat de legendarische rivier-compound van kolonel Kurtz in Apocalypse Now niet echt in een oerwoud stond, maar in een Amerikaanse filmstudio? De meeste films houden de kijker compleet voor de gek. Dat moest een keer anders, dachten ze in 1975. Voor One Flew Over The Cuckoo's Nest werd daarom afgeweken van die formule.

De makers waren van mening dat het verhaal van Randle McMurphy, een excentriekeling die zijn gevangenisstraf weet te ontwijken door zich voor te doen als een krankzinnige patiënt, zo authentiek mogelijk in beeld moest worden gebracht. Michael Douglas, die de prent destijds produceerde, zei daar in 2017 het volgende over: “We filmden in een echt psychiatrisch ziekenhuis en sommige patiënten werkten echt mee aan de film. Onze artistiek leider was een berucht brandstichter.” 

De keuze viel op het Oregon State Hospital, een functionerend gekkenhuis vol patiënten. De meeste bewoners kampten er met psychiatrische stoornissen van de ernstige soort. Denk aan hevige schizofrenie, of manisch-depressieve psychoses. Gezellige jongens. Ziekenhuisdirecteur Dean Brooks leek het een leuk idee om alle acteurs te ‘koppelen’ aan zo’n patiënt, om daar dan gezellig mee op te trekken en zo ‘feeling’ voor het betere gekkenwerk te kweken. Diezelfde directeur kwam met het idee om zijn patiënten als figuranten te gebruiken, voor het ‘therapeutische effect’. Dat leverde daadwerkelijk knotsgekke toestanden op. “Na een poosje was het moeilijk te onderscheiden wie de acteurs waren en wie de patiënten,” zei acteur Christopher Lloyd later.

Om figuranten te strikken werd een oproep geplaatst: ‘Ben je moddervet? Broodmager? Moeten mensen overgeven als ze naar jou kijken? Meld je aan!’

Ook sterspeler Jack Nicholson, die zich als laatste op de filmset meldde, herinnert zich het moment dat hij er arriveerde nog goed: “Ik wandelde de sombere speelkamer van de inrichting binnen. Daar stond een stel vreemde mannen in hun pyjama, te biljarten. Ze speelden zo vastberaden als idioten. Een oude man met een slordige bos haar keek dommig toe en een lange man zonder vingernagels dwaalde er doelloos rond. Een verzorger in een witte jas hield de boel nauwlettend in de gaten. Deze mannen bleken later helemaal geen patiënten, maar acteurs die even pauze hadden.” De enige die écht patiënt was: de verzorger in de witte jas.

150 keer gebeld

Filmen op locatie maakte van ‘Cuckoo's Nest’ inderdaad een authentieke film. Toch sprong regisseur Miloš Forman voorzichtig om met de psychiatrische patiënten in zijn film. Het voorstel om 35 van hen tegelijk te laten rondwarrelen in een scene, ging hem bijvoorbeeld te ver. En dus zat hij die dag opgescheept met 35 vacatures voor figuranten die door konden gaan voor psychiatrische patiënten. Mel Lambert, een lokaal castinghulpje, bedacht een creatieve oplossing: een oproepje in de lokale krant. Die las als volgt: “Gezocht: 35 filmfiguranten. Heb jij een gezicht waar een weerwolf van schrikt? Ben je moddervet? Broodmager? Moeten mensen overgeven als ze naar jou kijken? Meld je aan!” Wat heet: het liep storm na de oproep. “Iedereen in het dorp had het over die advertentie. Die dag ben ik wel 150 keer gebeld,” aldus Lambert destijds. “Een gozer zei dat hij een neus had als Pinokkio. Een ander zei: Neem alstublieft mijn vrouw. U kunt haar vijf dagen gebruiken, of tien, wat u wilt. Als u haar daarna maar in dat gekkenhuis opsluit en nooit meer vrijlaat.

Tien weken lang verbleven de Hollywood-sterren tussen de ‘cuckoo's’ van het Oregon State Hospital. Ze aten mee in de kantine, woonden therapiesessies bij en sliepen ‘s nachts zelfs op de gesloten afdeling. Jack Nicholson erkende later hoe die ervaring zijn beeld op ‘krankzinnigheid’ – een term die hij voorheen toedichtte aan mensen die vliegende kippen zagen – veranderde. Toch voelde de 37-jarige filmster zich niet altijd op z’n gemak tussen de vriendelijk ogende man die iemand eens twintig messteken had bezorgd, de oudere meneer met een dubbele verkrachting – inclusief verminking – op zijn naam en de vent die met erotische gevoelens fantaseerde over bommen en explosieven. “Stond ik ineens pal naast een vent die vermoedelijk een bijl werpende moordenaar was” zei Nicholson eens over het moment dat hij een wc-deur van de gesloten afdeling per ongeluk iets te lang op een kier liet staan. “Ik ben nog nooit zo voorzichtig weggelopen.” 

Danny DeVito in de rol van de oliedomme Martini.

Voor zijn vertolking van fantoomfantast Randle McMurhpy verdiepte Nicholson zich serieus in zijn rol. Op eigen verzoek keek hij mee bij een elektroshock-behandeling, waarbij zonder verdoving of goedkeuring van de patiënt een epileptische aanval werd opgewekt. Daar kreeg hij later spijt van. Terwijl een lijvige patiënt een hevige stroomstoot in zijn hersenpan bevocht, probeerde Nicholson, worstelend tussen vakmanschap en walging, de afgrijselijke vervormingen van diens gezichtsuitdrukkingen te vangen. De ervaring maakte van hem een betere acteur, maar ook een depressiever persoon.

Nurse Ratched, de afgrijselijke verpleegster die graag haar autoriteit misbruikte, werd vertolkt door de relatief onbekende Louise Fletcher. Eigenlijk had regisseur Miloš Forman een grote naam als Anne Bancroft, Ellen Burstyn of Angela Lansbury bedacht voor zijn koudbloedige verpleegster, maar die bedankten stuk voor stuk voor de eer. Fletcher kreeg de rol, dankzij ‘het vermogen om haar grijsblauwe ogen van het ene op het andere moment op de standje ijzig te zetten’. Maar het spelen van een kille, berekende en vooral bloedserieuze verpleegster bleek nog best een uitdaging: “Mijn mannelijke tegenspelers, die patiënten speelden, waren volkomen vrij, en ik moest alles juist onder controle houden.” 

Veel van die patiënten werden – naast Nicholson  - gespeeld door een bont gezelschap van toekomstige Hollywoodsterren: een 30-jarige Danny DeVito als de oliedomme Martini, de 24-jarige Brad Dourif als de onzekere Billy Bibbit en de 36-jarige Christopher Lloyd als de opvliegende Taber. Chief Bromden werd gespeeld door Will Sampson, een boomlange indiaan en een boswachter die nog een nooit een minuut in zijn leven had geacteerd. 

Jack Nicholson steelt de show in de film.

Griezelige realiteit

Wat geen één acteur wist tijdens die tien weken in de inrichting, was dat regisseur Forman tijdens de uitvoerige groepsgesprekken en oefensessies tussen de echte patiënten en acteurs zijn camera gewoon liet doordraaien. Na verloop van tijd wisten de acteurs niet meer of zo’n gesprek, spontane uitbarsting of opstootje in de film zou komen of niet. “Er hing constant een griezelige realiteit in de lucht tijdens het maken van deze film,” blikte DeVito recent nog terug. “Terwijl wij filmden op de begane grond, bewaakten de hoogste beveiligers constant de trappen naar de gesloten afdeling boven ons.”

Louise ‘Nurse Ratched’ Fletcher: ‘Nicholsons salaris was enorm. De rest werkte voor het minimum. Ik heb elf weken gedraaid en daar tienduizend dollar aan overgehouden’

Eén keer ging het goed mis op de ‘set’. Op een zeker moment riep een naïeve technicus vanaf de derde verdieping: “Tjonge, als ik hier een patiënt zou zijn, zou ik direct uit dit open raam springen.” Amper vijf minuten later klonk er een doffe knal en luid gekerm, precies onder dat open raam. Een patiënt had de grap van de technicus opgevat als advies, met een gebroken sleutelbeen en een memorabele krantenkop als gevolg: “One Flew OUT of the Cuckoo's Nest.” De springer begreep zelf trouwens niets van die woordspeling. “Ik vloog helemaal niet. Ik kan toch niet vliegen? Ik probeerde uit het raam te springen. Ik wilde gewoon naar huis.”

Louise Fletcher als de repressieve Nurse Ratched.

Vijf grootste Oscars

Later dat jaar, op 19 november 1975, ging One Flew Over the Cuckoo's Nest, in première. De film werd omarmd door het publiek, geprezen door recensenten en won zo’n beetje alle prijzen. Tot op de dag van vandaag behoort de rolprent tot de slechts drie films die bij de Oscars de ‘Big Five’ wisten te winnen: beste film, beste regisseur, beste acteur (Nicholson), beste actrice (Fletcher) en beste scenario. Die andere twee zijn It Happened One Night (1934) en The Silence of the Lambs (1991). Jack Nicholson groeide na de film uit tot superster, terwijl Louise Fletcher aan haar even sterke rol financieel nauwelijks iets overhield. “Nicholsons salaris was enorm,” sprak Fletcher later in een interview. “De rest van ons werkte voor het minimum. Ik heb elf weken gedraaid en daar tienduizend dollar aan overgehouden.”

Nog meer dan het puike acteerwerk beklijft de film – vooral in Amerika – vijftig jaar na dato vooral vanwege het blootleggen van de geestelijke gezondheidszorg en alles wat daaraan mankeert. Miloš Forman maakte de film als aanklacht tegen misstanden in de psychiatrie. Volgens hem stond het regime van de inrichting, de opstand van Randle McMurphy en de repressie door Nurse Ratched voor een groter verhaal over vrijheid en onderdrukking. “Ik wilde dit verhaal vertellen omdat het voor mij geen fictie was, maar bittere realiteit. Het herinnerde me aan mijn leven in Tsjechoslowakije. De communistische partij daar was mijn eigen zuster Ratched, die me precies vertelde wat ik wel en niet mocht doen en zeggen en vinden,” aldus de regisseur in The New York Times.

Randle McMurphy zet weer eens de boel op stelten.

Forman liet zich voor zijn klassieker inspireren door de gelijknamige cultroman van Ken Kesey uit 1962. Voor Kesey, die zich op zijn beurt liet inspireren door zijn eigen nachtdiensten bij een psychiatrische inrichting in Californië, was krankzinnigheid van de patiënten ‘een natuurlijke reactie op de waanzin van de Amerikaanse maatschappij’ en ‘de kracht van hun individualiteit zo groot dat deze maatschappij niet wist wat ze met hen aan moest’. Terwijl zijn baas dacht dat hij druk bezig was rapporten over de patiënten te schrijven, werkte Kesey vanuit de inrichting druk aan zijn debuutroman, One Flew Over the Cuckoo's Nest. Daarbij was de schrijver vaker wél dan niet dronken van de mescal. “Kesey bekommerde zich om het individu tegenover het systeem,” zei Charles Kiselyak, regisseur van de documentaire Completely Cuckoo uit 1997, over de beweegredenen van de auteur. “Randle McMurphy is de held die de boel op stelten zet. We hebben allemaal zo iemand nodig, vooral wanneer we geconfronteerd worden met geïnstitutionaliseerd kwaad.”

Ken Kesey, die in 2001 overleed, was verrassend genoeg een van de weinigen die geen fan waren van de verfilming van zijn boek. Sterker nog: hij heeft ‘m nooit gezien. “Ik wilde The Cabinet of Dr. Caligari, een surrealistische, nachtmerrieachtige film die de innerlijke wereld van de patiënt verbeeldde,” zegt hij in Completely Cuckoo. “Maar zij wilden Hogan’s Heroes; herkenbare typetjes en humor, en te weinig van de subjectieve geestelijke chaos uit mijn boek.” Toch kent de halve wereld hem en zijn boek dankzij die verfilming. Een film die volgens Charles Kiselyak, treurig genoeg, door de realiteit is ingehaald. “De bureaucratie heeft de behandeling van geesteszieken in Amerika overgenomen, en nu belanden de meeste mensen met psychische problemen in de gevangenis, omdat dat de makkelijkste plek is om ze te plaatsen. ‘Big’ Nurse Ratched heeft de boel overgenomen.”

Wie is hier nou gek?

De misstanden en machtsverhoudingen in One Flew Over the Cuckoo's Nest lijken grotesk, maar ook in de werkelijkheid worden psychiatrische patiënten soms ernstig tekortgedaan. In het Chelmsford Private Hospital in Australië hield psychiater Harry Bailey in de jaren 60 en 70 zijn patiënten dagen- tot wekenlang in een barbituraatcoma, vaak in combinatie met herhaalde elektroshocks. Vierentwintig mensen overleefden dat niet, nagenoeg alle andere patiënten raakten blijvend beschadigd. Minstens zo idioot was het idee van ene Howard Whitaker, een kwakzalver die rondom diezelfde periode lsd uitdeelde aan psychiatrische patiënten. Zijn doel: totale gehoorzaamheid afdwingen.

Aan het Allan Memorial Institute in Canada onderwierp psychiater Donald Ewen Cameron zijn patiënten aan psychic driving en depatterning: maandenlange slaap, massale ECT-reeksen en eindeloze bandopnames met repetitieve boodschappen. De man is al bijna vijftig jaar dood, maar de schadeclaims tegen zijn malafide praktijken lopen nog steeds. Het Judge Rotenberg Center in het Amerikaanse Massachusetts gebruikt tot op de dag van vandaag elektrische schokken als strafmaatregel voor jongeren met ontwikkelingsstoornissen. Mensenrechtenexperts van de Verenigde Naties spreken van ‘marteling’. The Guardian schrijft: “Het gebeurt in een situatie waarin het slachtoffer volkomen machteloos is… een kind dat elektrische schokken krijgt toegediend.” Ondanks rechtszaken, protesten én vernietigd videobewijs blijft de methode overeind.

Acteurs draaien door

Jack Nicholson en Danny DeVito, die zich mengden tussen de psychiatrische patiënten, heeft in de vijftig jaar die daarop volgden menig acteur aan het denken gezet: hoe ver moet je gaan voor de ultieme filmrol? Te ver, blijkt uit sommige gevallen. Voor zijn rol van The Joker sloot Heath Ledger zichzelf wekenlang op in hotelkamers waar hij maniakale lachjes oefende voor de spiegel en amper sliep. “Vorige week sliep ik gemiddeld twee uur per nacht. Mijn lichaam was uitgeput, maar mijn geest ging maar door,” zei hij in 2007. Het loonde wel. “Ik was doodsbang voor die gozer,” zei Michael Caine over de opnames met zijn tegenspeler destijds. “Hij was echt huiveringwekkend.” De New York Times-citaten van Ledger over slapeloosheid en slaappillen werden na diens plotselinge dood breed aangehaald in de media. Deed de rol van The Joker hem de das om?

Heath Ledger als The Joker.

Iets minder ver, maar nog wel een paar bruggen té ver, gaat acteur Daniel Day-Lewis voor zijn filmrollen. Zo brak hij tijdens My Left Foot twee ribben, omdat hij zo nodig in een constant voorovergebogen houding wilde blijven voor zijn rol als spastische kunstenaar. Tijdens Gangs of New York liep hij een longontsteking op, omdat hij moderne, warme kleding weigerde. 

Aan de wijze waarop Jim Carrey in 1999 zichzelf verloor in diens personage Andy Kaufman werd een volledige documentaire gewijd: Jim & Andy: The Great Beyond. Daarin zie we Carry een ‘psychotische reis’ doormaken, eentje die hem maandenlang in zijn greep hield. 

Voor de tankfilm Fury wilde Shia LaBeouf zijn oorlogswonden ‘echt’ laten lijken. Dus sneed hij zichzelf, hield hij op met douchen en liet hij een tand trekken. Ook Adrien Brody ging een tikkeltje te diep voor The Pianist. De acteur verloor ruim dertien kilo, verkocht zijn spullen, leefde geïsoleerd en was een jaar lang depressief. “Het voelde meer als rouw dan ‘gewone’ depressie,” zei hij. Brody hield er een Oscar, maar ook een eetstoornis en PTSS-klachten aan over.

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct
Entertainment