Bezwaar maken klinkt als een hoop gedoe, maar is tegenwoordig zo gepiept via je DigiD. Voordat je dat doet, moet je wel een poot hebben om op te staan. "Ik vond het een stomme plek om te flitsen" is geen geldig excuus. De volgende vijf situaties zijn dat juridisch gezien wél.
1. Twee auto’s op de foto
Vraag altijd de flitsfoto op. Staan er twee voertuigen op het beeld, bijvoorbeeld omdat je net werd ingehaald? Dan heb je een sterke zaak. De radar kan in de war zijn geraakt door reflectie. Als niet 100% vaststaat welk voertuig de overtreding beging, moet de boete de prullenbak in.
2. Borden waren onzichtbaar
Vooral bij wegwerkzaamheden gaat dit mis. Word je geflitst met 100 waar je tijdelijk 70 mocht, maar was het bord omgewaaid of verstopt achter een struik? Geen bord is geen boete. Je moet dit wel aantonen met foto's of dashcam-beelden van de situatie.
3. Verkeerde auto (of kenteken)
De computer van het CJIB maakt fouten. Een vuiltje kan een 'O' in een 'Q' veranderen. Staat er op de boete dat je in een Volkswagen reed, maar heb jij een Toyota? Of klopt het merk wel, maar zijn de velgen anders? Dan is er sprake van een leesfout of kentekenfraude. Direct bezwaar maken.
4. Je stond in de file
Trajectcontroles slaan soms op hol. Krijg je een prent voor 140 km/u terwijl je in de file stond? Met GPS-data (zoals je Google Maps-tijdlijn) of een 'black box' van je werk kun je aantonen dat je op dat tijdstip onmogelijk die snelheid kon rijden.
5. Medische noodzaak
Alleen geldig bij leven of dood, zoals een bevalling of een passagier met een hartaanval. "Ik moest plassen" telt niet. Je hebt hier wel keihard bewijs voor nodig, zoals een verklaring van de arts of het ziekenhuis.
Let op: Een spelfout in de straatnaam is geen reden voor vrijspraak; de officier mag dit corrigeren. Bezwaar maken is gratis en kan simpel via je DigiD op de site van het CJIB.
- Adobe Stock