MISDAADCOLUMN: Ga toch weg met je moeilijke jeugd
Elke week schrijft misdaadverslaggever Henk Strootman een column over wat hem opvalt in de crimewereld. Deze week: verdachte in zaak-Lisa (17).
Eerst een disclaimer: alle lof voor misdaadjournalisten Wouter Laumans en Paul Vugts. Twee absolute zwaargewichten in het vak. Hun achtergrondverhaal over de vermeende moordenaar van de 17-jarige Lisa is breed opgepikt, door andere media overgenomen, mét bronvermelding. Dat zie ik wel eens anders. Maar goed, nu het ongemak.
Ik merk dat ik niets heb met het levensverhaal van deze man. Het zal allemaal wel. Hij heeft een getroebleerde jeugd gehad. Heeft in weeshuizen gezeten. Werd weggestuurd. Hoorde stemmen. Noem het maar op. Het dossier kraakt onder de ellende. Maar laten we eerlijk zijn: miljoenen kinderen krijgen ellende met de paplepel ingegoten en groeien tóch op zonder iemand iets aan te doen. Dat sommigen vervolgens via mensensmokkelaars Europa bereiken, is een heel ander verhaal, maar het verklaart niets van wat er hier is gebeurd.
Wat ik maar wil zeggen is dit: ik ben een beetje klaar met de begrip-industrie. Ga toch weg met je moeilijke jeugd. Laten we de aandacht eens leggen bij de slachtoffers die in die de bloei van hun leven werden vermoord. Bij ouders die hun kind begraven en daarna moeten aanhoren hoe de advocaat van de verdachte uitlegt dat zijn cliënt ‘trauma’s heeft opgelopen’. Die ouders zitten doorgaans niet te wachten op psychologisch gezemel; die willen gerechtigheid.
Er komt echt geen moment waarop je zegt: ‘Aha, nu snap ik waarom je een meisje van 17 van haar fiets trekt’
In justitie- en reclasseringskringen willen ze graag alles begrijpen. Dat is nobel, soms noodzakelijk. Maar er zijn daden die je niet kúnt begrijpen. Je kunt ze analyseren tot je een ons weegt, maar er komt echt geen moment waarop je zegt: “Aha, nu snap ik waarom je een meisje van 17 van haar fiets trekt.” Dat leerde ik lang geleden al, toen ik me verdiepte in een gezinsdrama in Zwijndrecht. Dader Cees K. liet een afscheidsmail achter, staat nog steeds online. Hij schreef dat het kwam door de antidepressiva. Dat hij er gevoelloos van werd. Dat hij zichzelf, een vriendin, zijn ex-vrouw en twee kinderen moest meenemen in zijn ondergang. Ik las het. Ik las het nóg een keer. En ik snapte het nog steeds niet.
En dan lees ik nu opnieuw zo’n levensverhaal. De jonge Afrikaanse man die vastzit voor verkrachting én de moord op Lisa. Een man zonder officiële achternaam, zonder papieren, zonder vaste geboortedatum. Een man die dus volgens eigen zeggen van weeshuis naar weeshuis trok, stemmen hoorde, telkens weer werd weggestuurd. Een jongen die door de Sahara zou zijn gereisd, via Tunesië op een boot zou zijn gezet, in Lampedusa werd opgepikt en daarna door Europa zwierf. Hoe hij dat allemaal bekostigde is niet duidelijk.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F12%2FFEpjgEE2STnvLu1764597199.jpg)
Het Parool schreef er uitgebreid over. Een indrukwekkend stuk, oerdegelijke journalistiek. Maar wát een contrast met de feiten uit het dossier. Want vijf dagen voor Lisa werd gevonden, werd een vrouw bij de Weesperzijde verkracht. Enkele dagen daarna fietste Lisa naar huis, belde in paniek 112, en werd de volgende ochtend dood in de berm gevonden. Tussen die lange tocht door de Sahara en de gruweldaden in Amsterdam zit een kloof die geen journalist ooit kan dichten. Misschien kan het Pieter Baan Centrum het, misschien ook niet. Misschien komt er een stoornis uit. Of een verminderde toerekeningsvatbaarheid.
Maar geen enkele deskundige kan om één feit heen: het leven van Lisa is weg. Een meisje dat na het stappen naar huis wilde fietsen, zoals duizenden meisjes, zoals die leuke leerling, dat grappige nichtje, je slimme buurmeisje. Soms is een getroebleerd leven niet meer dan dat: getroebleerd. Punt. Maar het mag nooit een excuus worden. En zeker geen rookgordijn waarachter het werkelijke verhaal verdwijnt: dat van een meisje van 17 dat nooit de kans kreeg om volwassen te worden.
- ANP