Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert

Week van Toen: Laurel en Hardy gingen niet door dik en dun (1987)

Elke week poetsen we een pareltje op uit het rijke archief van Panorama (anno 1913). Deze week, uit editie 48, 1987: ‘Ze waren collega’s, meer niet’

De Dikke en de Dunne

In de prehistorie van de komische film waren Stan Laurel en Oliver Hardy de T-rexen die boven alle andere grappenmakers stonden. Hun ‘stomme’ (zonder tekst) en ‘gesproken’ films waren dan ook allesbehalve stom: tussen 1927 en 1951 maakten ze er meer dan honderd, de ene nog baanbrekender dan de andere, en bliezen ze het slapstickgenre geheel nieuw leven in. Mocht je je trouwens afvragen waar de term slapstick vandaan komt: die stamt al uit het Italië van de 16de eeuw, waar ze in de befaamde commedia dell’arte al twee dunne houten latjes tegen elkaar sloegen om een hard en grappig geluid te produceren, alsof je iemand op zijn bek slaat.

Laurel & Hardy, of de Dikke en de Dunne zoals alleen wij ze kennen, sloegen elkaar ook regelmatig op de bek: niet alleen fysiek op het witte doek, maar ook verbaal daarbuiten.  

In 1987, deze week precies 38 jaar geleden, ontmoetten wij Lois Laurel, dochter van Stan, de Dunne die nu zestig jaar geleden overleed. Ze had niet alleen levendige herinneringen aan haar vader, maar ook aan ‘oom Hardy’, de Dikke die in 1957 al stierf. “Als er een feestje was, dan kon je Hardy wel vinden in onze tuin,” zei Lois. Op het hoogtepunt, of dieptepunt beter gezegd, woog Hardy maar liefst 171 kilo. Lois: “Na een hartinfarct moest dat terug naar 75 kilo. Toen we hem gezond en wel terugzagen, was hij een volstrekt onbekende. Niet meer ‘Babe’ Hardy.” Amper een halfjaar later stierf hij na een hersenbloeding.

De dochter van de Dunne: ‘Iedereen ziet in deze twee simpele geesten die zij verfilmen iets van een hoger niveau van menselijkheid, denk ik’

Stan Laurel was volgens haar ook al niet de gezondste: “Als hij niet werkte, dronk hij. Soms weinig, soms te veel.” En dan had haar vader ook nog eens suikerziekte: “Dus hij mócht helemaal niet drinken, maar hij probeerde het wel.” Toch ging ze daardoor niet minder over hem denken: “Een man die óf heel hard werkt en dan nooit thuis is, óf drinkt als hij wel thuis is, is misschien geen ideale huisvader. Maar hij was wel een ideale vader voor mij.”  

Lois zei dat haar vader bovendien de dominante van de twee was: “Hij verzon de grappen en werkte ze uit. Daarnaast deed hij ook een deel van de regie. Daardoor verdiende hij een stuk meer dan Hardy: 500 om 350 dollar per week.” Het zorgde ervoor dat Laurel tamelijk overheersend was in de besluitvorming: “Maar ik denk dat Hardy het in de beginjaren al had opgegeven.”

Hun rol achter de schermen probeerden ze zoveel mogelijk buiten de camera te houden, wat hun chemie op het witte doek alleen maar ten goede kwam. Op de vraag waarom de films van Laurel & Hardy in de jaren tachtig, toen al decennia na dato, nog altijd populair waren, antwoordde ze: “Ik denk dat dat door de verharding van de maatschappij komt. Iedereen ziet in deze twee simpele geesten die zij verfilmen iets van een hoger niveau van menselijkheid, denk ik. Iedereen zou dat willen bereiken en niemand lukt dat. Laurel & Hardy, dat is vrijheid en zorgeloosheid. De films zijn ook het populairst onder mannen, wat een bevestiging is van mijn vermoeden.”

Dat antwoord is er eentje voor de eeuwigheid, want die is tegenwoordig ook nog steeds van toepassing.