Iedere dag het nieuws dat echte mannen interesseert
Micha Jacobs & Edwin Struis

SPORTCOLUMN: Feyenoord is blijkbaar de club met de beste voetbalkapsels van Nederland

Iedere week schrijven onze Panorama-verslaggevers een column over wat hen opvalt in de sportwereld. Deze week: voetballers en hun haardracht.

Micha Jacobs

Het is momenteel Luciano Valente voor en Luciano Valente achter, zelfs letterlijk als ik de verhalen uit Rotterdam mag geloven. Daar knippen kappers bijna alleen nog maar de razend populaire ‘Valente’: een coupe die een beetje golvend van boven is en wat langer van achteren. Vooral Rotterdamse tieners, uit het Feyenoord-deel van de stad uiteraard, willen niks anders meer bij de kapper die zichzelf daarmee ook in de digitale etalage zet op TikTok, Instagram en andere sociale media. 

Ik dacht altijd dat Ajax zijn spelers op basis van hun kapsel koos – vooral Dani had goed ‘Ajax-haar’ en in vroegere tijden onder anderen ook Rep en Krol – maar na Davy Klaassen geloof ik dat niet meer. Nu is Feyenoord blijkbaar de club met de beste voetbalkapsels van Nederland. Ze hadden natuurlijk al Graziano Pellè met een vette kuif die populair was onder jongeren, maar nu is Valente dus de nieuwe hit. Dat zal ongetwijfeld, net als bij Pellè, te maken hebben met zijn Italiaanse roots, roots die ik ook wel zou willen hebben als ik naar dat vleestapijt op mijn hoofd kijk. Ik heb zo’n vermoeden dat jouw wortels ook ergens anders liggen, niet?

Valente heeft nu dus al een klassieke kop, maar er staat nog veel meer klassieks op zijn programma deze week: Feyenoord-Celtic om maar wat te noemen. De moeder aller Nederlandse Europacupwedstrijden, dat hoef ik jou als voetbalnostalgicus niet uit te leggen. Zoals ze in Amsterdam altijd roepen – of riepen beter gezegd – dat ze de besten zijn, zo roepen ze in Rotterdam: voor altijd de eerste. Dat eerste is een mening, dat tweede natuurlijk een feit. Omdat Feyenoord Celtic in 1970 versloeg in de finale van de Europacup I, de coupe met de grote oren als we in kapperstermen blijven, waren de Rotterdammers de eerste Nederlandse club die een Europacup won, wat ze ook altijd zullen blijven. 

Niet-Feyenoorders zullen nu meteen gaan roepen: komt ie weer aan met dat Rotterdamse gezeik, over de eerste dit en dat, maar ja, het is nu eenmaal mijn vak om me met feiten bezig te houden en niet met kleuterriedeltjes van andere clubs. Zoals ik mij ook niet moet bezighouden met het kapsel van anderen als ik er zelf geen meer heb. Toch zal ik donderdag (18.45 uur), als ik uiteraard weer in de Kuip zit voor een nostalgische voetbalavond, met bovengemiddelde interesse naar dat wapperende haar en uitzonderlijke talent van Valente kijken, en een beetje naar de kop van John de Wolf: zou hij hem tips kunnen geven qua haar, denk je?

Ook vanwege zijn kapsel is Luciano Valente ontzettend populair in Rotterdam.

Edwin Struis

Hoewel uit Háárlem, waar bij de plaatselijke FC ooit zowel Haar (Martin) als Lem (Gerard van der) onder contract stond, en omgang hebbend met een kapper (Jan Dortmundt, ook voor een goed gesprek), maak ik me nooit zo druk over gezichtsbegroeiingen en haarzaken. Natuurlijk moet ik bij Abe van den Ban gelijk denken aan diens imposante snor, bij Nathan Rutjes aan zijn karakteristieke mat en kon ik laatst een schaterlach niet onderdrukken toen ik het kapsel van Xavi Simons aanschouwde, hoewel het woord ‘kapsel’ iets te veel eer is voor het pluis op zijn schedel. 

Ik begrijp uit jouw relaas dat haardracht bij voetballers serious business is, en ik herinner me nu ook een kapper genaamd Hanni Hanna die tijdens het WK van 2010 werd ingevlogen door de Nederlandse internationals voor een speciale coupe. Ik had liever dat ze die andere coupe (du monde) een keer hadden gewonnen, maar dit geheel terzijde. Ach, misschien is het wel de kift omdat er bij mij de laatste pakweg dertig jaar geen spriet meer bij is gekomen. Ik had natuurlijk à la Davy Klaassen wat eigen schaamhaar naar boven kunnen verplaatsen, maar dat gaat me ook weer wat te ver. 

Liever verheug ik me net als jij op Feyenoord-Celtic van vanavond. De Schotse kampioen behoort tot mijn vroegste lichting favoriete voetbalclubs buiten Nederland. Het groen-witte shirt, het stadion, de Lisbon Lions (Celtic was in 1967 in Lissabon de eerste Britse winnaar van de Europa Cup I), spelers als Billy McNeill, Jimmy Johnstone (de vlo), Tommy Gemmell en Bobby Lennox, met Jock Stein als legendarische manager; alles sprak al vroeg tot mijn verbeelding. Toen we in de jaren zeventig als pleeggezin fungeerden bij het roemruchte jeugdtoernooi van Haarlem waren we blij als we een Celtic-talent mochten huisvesten. Hun namen zijn me ontschoten, maar van één heb ik het shirt altijd bewaard.

Ja, en bij een affiche als Feyenoord-Celtic spuit de nostalgie bijna m’n oren uit. De finale van 6 mei 1970 was namelijk de eerste wedstrijd die ik live op tv heb gezien. Aan het eind van de ochtend werd ik door m’n moeder als 5-jarige van de kleuterschool gehaald omdat ik dan alvast wat slaapuurtjes kon maken, zodat ik ’s avonds de hele wedstrijd mocht zien, zo voetbalgek waren ze bij ons thuis. Spijt heb ik er nooit van gehad, want ik was de volgende ochtend de enige op het schoolplein die levendig kon vertellen over de kopbal van Israel en de voltreffer van Kindvall. Those were the days, my friend.

Sport
  • NL Beeld