Bizar

Week van Toen: Dood breekt wetten (1995)

Elke week poetsen we een pareltje op uit het rijke archief van Panorama (anno 1913). Deze week, uit editie 43, 1995: 'De patiënt moet dood, dan kan de operatie beginnen!'

Micha Jacobs Leestijd 2 minuten
Onderzoek
Week van Toen

Medische wonderen komen in allerlei gradaties, het ene iets groter dan het andere. Neem nou Lamberto Boranga, een 82-jarige keeper uit Italië. In de jaren zestig en zeventig stond hij onder de lat bij grote clubs als Fiorentina, Brescia en Cesena, maar dit seizoen maakte hij zijn comeback bij Trevana, een club uit Trevi, bij Perugia, dat op het zevende niveau speelt. “Je biologische leeftijd is iets anders dan je chronologische leeftijd,” zou hij à la Emile Ratelband hebben gezegd. “Er zijn dagen dat ik mij 50 voel.” 

Wat nog steeds oud is voor een keeper (tenzij je aan seniorenvoetbal doet), maar als er iemand is die verstand heeft van het menselijk lichaam, dan is hij het wel: na zijn professionele voetbalcarrière werd hij namelijk cardioloog en sportarts. Ook op hoge leeftijd houdt hij zichzelf nog gezond. Hoe? “Seks is onderdeel van mijn training,” lacht hij tegen de Italiaanse krant La Repubblica. Dat zou volgens hem bijdragen aan menselijk welzijn, net als sport. Omdat daar, zo zegt hij, gelukshormonen bij vrijkomen: “Daar blijven je hart en je hersenen jong van.”

Toch vinden de meeste medische wonderen niet op een voetbal- of op een ander sportveld plaats, maar op een operatietafel. Door de technologische vooruitgang en onze steeds groter wordende medische kennis komen die wonderen steeds vaker voor, maar in de jaren negentig waren de meeste nog omstreden. Zeker wonderen die de Amerikaanse hersenchirurg Robert Spetzler verrichtte. Hij maakte zijn patiënten namelijk eerst klinisch dood voordat hij complexe operaties ging uitvoeren. 

Dokter Spetzler maakte zijn patiënten eerst koud, letterlijk, om ze vervolgens weer tot leven te wekken

Dat vonden veel collega-artsen nogal onethisch, omdat je niet iemand tussen hemel en aarde kunt laten zweven door menselijk toedoen. Maar dat vond dokter Spetzler onzin. Als hij iemand kon genezen door hem letterlijk koud te maken, dus door anesthesie zijn lichaamstemperatuur tot 20 graden terug te brengen waardoor het hart stopte met het pompen van bloed (wat soms nodig is bij een hersenoperatie), dan deed hij dat. Zonder zo’n ingreep zou de patiënt sowieso sterven, dus er viel weinig te verliezen. 

Zo waren we bij de operatie van ene James Youngblood, een Amerikaan van middelbare leeftijd die een zogenaamde ‘bloedballon’ in zijn hersenen had, een slagadergezwel dat leeggemaakt moest worden. Dat kon alleen maar als het lichaam geen bloed zou pompen, precies wat Spetzler met zijn methode dus voor elkaar kreeg. Haast was wel geboden, want na 70 minuten klinische dood werden de hersenen dusdanig aangetast dat ze niet meer tot leven te wekken waren. Spetzler klaarde het klusje in minder dan een uur. 

Youngblood overleefde deze risicovolle onderneming, net als veel van zijn voorgangers. Slechts één keer ging het mis bij Spetzler. “Dat had niks te maken met onze techniek,” zei hij destijds. “De man had veel meer lichamelijke problemen die tijdens de operatie voor complicaties zorgden.”

Spetzler wordt inmiddels gezien als een autoriteit op het gebied van hersenchirurgie en is nog altijd actief als hersenchirurg in Phoenix. Inmiddels is hij 81, een jaartje jonger dus dan Lamberto Boranga. Misschien moeten ze binnenkort eens een potje voetballen tegen elkaar.