Veel landen verhogen geleidelijk de pensioenleeftijd, maar een eenduidige Europese lijn is er niet. Binnen de EU lopen de regels uiteen van relatief vroege uittreedmogelijkheden tot systemen die richting de 70 jaar bewegen.
Landen waar mensen relatief vroeg met pensioen kunnen
Sommige landen hanteren nog altijd lage pensioenleeftijden, al gelden daar vaak voorwaarden. In Griekenland bijvoorbeeld kunnen werknemers vanaf 62 met pensioen, maar alleen als zij veertig jaar hebben bijgedragen. Wie die periode niet haalt, moet langer doorwerken.
Frankrijk zit eveneens in de groep met lage leeftijden: daar ligt de grens op dit moment op 62 jaar en 6 maanden, met een geplande verhoging naar 64 jaar. Ook Slowakije zit in de lagere regionen, waar de pensioenleeftijd 63 jaar en 4 maanden bedraagt.
Waar pensioenrechten verschillen voor mannen en vrouwen
In bepaalde EU-lidstaten blijven geslacht en pensioenleeftijd nauw met elkaar verbonden. Polen kent de laagste grens voor vrouwen: zij mogen met pensioen op 60 jaar, terwijl mannen tot 65 moeten werken. Een vergelijkbare aanpak bestaat in Roemenië, waar vrouwen op 62 jaar en 5 maanden mogen stoppen en mannen op 65 jaar.
Kroatië volgt hetzelfde principe, met 63 jaar en 9 maanden voor vrouwen en 65 jaar voor mannen. Dat onderscheid blijft echter niet permanent: Kroatië wil vanaf 2030 alle burgers op dezelfde pensioenleeftijd van 65 jaar zetten.
De Europese landen die het langst door laten werken
Aan het andere uiteinde van het spectrum bevinden zich de landen met de hoogste pensioenleeftijden. Cyprus, Malta, Slovenië, Litouwen, Letland, Estland en Finland hanteren allemaal 65 jaar als standaardleeftijd. Ierland gaat daar net overheen met 66 jaar. Spanje en Portugal zitten zelfs nog iets hoger, met respectievelijk 66 jaar en 8 maanden en 66 jaar en 7 maanden.
Daarnaast zijn er landen waar de lat structureel op 67 ligt: Duitsland, België, Nederland en Italië behoren tot die groep. Denemarken voert echter de lijst aan. Daar ligt de pensioenleeftijd nu op 68 jaar en wordt deze voor mensen geboren in 1967 en later verhoogd naar 69 jaar. Voor de langere termijn gaat het land zelfs uit van een verdere verhoging naar 70 jaar in 2040.
Scandinavische uitzonderingen
Zweden valt op met een pensioenstelsel dat zich aanpast aan de levensverwachting. In plaats van een vaste leeftijd verschuift de grens mee met hoe oud Zweden gemiddeld worden. Daarmee is het een van de meest flexibele systemen binnen Europa.
- CNEWS
- Adobe Stock