Het was vrijdagavond 15 augustus 2025 en de boer uit het Vlaamse plaatsje Meer zag dat er aan de rand van een klein bos stengels in zijn maïsakker waren platgetrapt. Hij ging kijken, volgde een spoor. Op de grens van het veld was aarde omgewoeld. De boer merkte meteen ‘dat er iets niet pluis was’, stond een paar dagen erna in de krant Het Laatste Nieuws. Wat lag daar verborgen? Geld, drugs? De boer pakte een schop, begon te graven, stuitte op een arm en een hoofd en verwittigde de politie. Agenten reisden naar de maïsakker en haalden een donkere man naar boven. Belgische rechercheurs vermoedden dat de dode iets met Nederland te maken had, want Hollandse ‘slachtoffers van criminele afrekeningen worden wel vaker in België gedumpt’. Zijn naam werd na een paar dagen bekend: Sherwin Cedric Peterhof. Hij was 41 jaar en voor het laatst gezien in Amsterdam en Almere.
Het slachtoffer bleek van Surinaamse afkomst te zijn. Journalisten, rechercheurs en buurtbewoners waren daar niet verbaasd over. Het stadje Meer ligt in de Kempen, een zanderige, landelijke regio met veengebieden, heide en moerassen. Volgens de Vlaamse misdaadexpert Joris van der Aa opereren daar ‘de échte zware mannen van de misdaad’. ‘Pillendraaiers, wapenhandelaren en afvalbaronnen’ verschuilen zich graag in deze streek, het ligt een beetje afgelegen en daardoor lijkt er extra veel criminaliteit te zijn.
Zo vielen agenten op 21 februari 2021 de boerderijen binnen van de Kempense broers Frank en Bart Q. Ze werden ervan verdachte fraude te hebben gepleegd door met mest, groenestroomcertificaten en afval te sjoemelen. Antwerpse aanklagers vervolgden de broers, hun neef Jimmy en een Nederlander genaamd Peet alsof ze een criminele organisatie vormden, in de podcast van de Gazet van Antwerpen werden de verdachten al De Soprano’s van de Kempen genoemd.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FfhByyQZTOGQJIB1763113866.png)
De laatste jaren zijn er in de Kempen ook problemen met een toenemend aantal migranten van Surinaamse afkomst. Joris van der Aa en zijn collega Ellen Goris van het Gazet van Antwerpen spraken deze zomer veel rechercheurs en buurtbewoners en ze beschreven het ‘Antwerpse Kempen’ als ‘het favoriete toevluchtsoord van zogenaamde Marrons, uit het Zuid-Amerikaanse land Suriname’. De term Marrons verwijst naar ‘de afstammelingen van tot slaaf gemaakten die zich los vochten van de slavernij en zich in de binnenlanden van Suriname vestigden, weg van de koloniale plantages’. Er zijn zes etnische groeperingen ‘met elk hun eigen geschiedenis maar met gedeelde tradities van autonomie en interne organisatie’. Dat zorgt ‘voor botsingen met de Belgische samenleving’.
Vanaf 2019 emigreerden er steeds meer Marrons naar de Kempense dorpen en steden en dat waren niet altijd ‘de brave jongens’, zei een ‘speurder’ die anoniem wilde blijven. Het werd sommige jongens van Surinaamse of Antilliaanse afkomst ook ‘te heet onder de voeten in Nederland, en dus zakten ze naar België af in een poging om in de anonimiteit te verdwijnen’. Uit een Vlaamse krant: ‘Gemeentelijke diensten kregen te maken met bedreigingen, scholen met overlast, stations met vecht- en steekpartijen. Er doken zorgwekkende opvoedingssituaties op, gevallen van intrafamiliaal geweld, jongeren beïnvloed door drillraps en betrokken bij drugs, folteringen, ontvoeringen en zelfs dodelijke incidenten.’
Surinaamse afkomst
Een van de eerste keren dat een Surinaamse dader opzien baarde in de Kempen was al op 29 september 2017 in het plaatsje Grobbendonk. Daar gebeurt normaal gesproken bijna nooit iets opzienbarends en daarom schrokken de buurtbewoners ook zo toen er die dag laat in de avond doffe knallen waren te horen. Grobbendonkers schoven hun gordijntjes voorzichtig opzij en zagen een man op de grond liggen. Hij was dood en dat kwam door kogels die volgens rechercheurs waren afgevuurd door een 38-jarige verdachte van Surinaamse afkomst. Miquel Bouterse woonde in het plaatsje Essen in Noorderkempen, niet ver van Antwerpen, en heeft zeven kinderen bij drie vrouwen. Onderzoek wees uit dat het die avond waarschijnlijk uit de hand liep door een ripdeal. Bouterse reed volgens rechercheurs rond vijf uur in de middag met twee andere Surinamers in een donkerkleurige Renault Scenic naar een woning aan de Oude Steenweg in Grobbendonk. Ze stapten uit, gingen naar binnen en ontmoetten in een kleine kamer de Letten Robert D.K., zijn vrouw Sonja R., Rostyslav Z. en een man genaamd Ronalds Brakmanis.
Miquel Bouterse schoort de Let Ronalds Brakmanis in zijn been en buik. De coke werd geript, het geld ging mee en de drie vluchtten in de Renault. Brakmanis stierf
Bouterse en zijn partners waren volgens de rechercheurs in Grobbendonk om zes kilo coke te kopen, daar wilden ze een prijs van 28.000 tot 32.000 euro per kilo voor betalen. Twee pakketten werden op tafel gelegd, Bouterse pakte een mes, schepte wat coke in zijn neus, de kwaliteit leek goed. Hij beloofde later terug te komen met het geld, de Letten moesten dan alle pakketten op tafel hebben gelegd. Rond tien uur in de avond waren Bouterse en zijn partners terug in het huis, maar er ontstond ruzie omdat er nog steeds maar twee pakketten op tafel lagen. De Letten wilden eerst het geld zien ‘alvorens de overige 4 kilo te presenteren’, staat in een reconstructie in de Gazet van Antwerpen.
Bouterse leek in te binden en zei het geld uit de Renault te halen, rustig maar, alles kwam goed. Hij ging naar buiten, keerde vlak erna terug, pakte een pistool en zou hebben geroepen: ‘On the floor, everyone on the floor!’ Vlak erna schoot Bouterse de Let Ronalds Brakmanis in zijn been en buik. De coke werd geript, het geld ging mee en de drie vluchtten in de Renault. Brakmanis stierf, Bouterse werd gearresteerd wegens verdenking van roofmoord. Hij ontkende eerst alles, maar zijn betrokkenheid leek vast te staan toen bekend werd dat zijn Renault op de plaats delict was gezien en de rechercheurs zeiden nog veel meer bewijs te hebben.
Het assisenproces was in juni 2021. Ooggetuigen en verdachten leken openhartig te vertellen wat er die avond was gebeurd, maar verklaringen liepen uiteen en bijna iedereen had een licht andere versie van de schietpartij. Bouterses advocaat Frédéric Thibau beweerde dat Brakmanis na een worsteling zou zijn gedood door een kogel uit zijn eigen wapen, maar dat kon eenvoudig worden weerlegd en Bouterse was volgens de officier van justitie duidelijk de schutter.
De beklaagde bekende op de laatste procesdag op Brakmanis te hebben geschoten en zei: “Dat was niet mijn bedoeling. Ik ben geen moordenaar. Ik wilde mezelf en mijn vrienden beschermen. Ik heb er echt spijt van wat er is gebeurd.” De assisenjury verklaarde Bouterse op 24 november 2021 met een kleine meerderheid schuldig aan roofmoord en hij moet een gevangenisstraf van 24 jaar uitzitten. Dat had nog hoger kunnen zijn, maar de woordvoerder van de jury zei: “Buiten het drugsmilieu kon de beschuldigde goed functioneren en was hij een goede en minzame vader en man.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2F0tuoHJkvUOzvAu1763113963.png)
Surinamers uit de Kempen moesten zich in die tijd tot hun ergernis meer en meer verantwoorden voor de daden van hun mede-Surinamers. Een rechtszaak in 2022 droeg daar sterk aan bij. Drie Surinaamse broers uit het Noorderkempense Brasschaat hadden al jaren een reisbureau genaamd Exann Travel Agency. Arthur, Iwan en Rinaldo N. werden ervan verdacht via dat reisbureau tientallen personen naar Vlaanderen te hebben ‘gesmokkeld’. De vermeende leider Arthur N. bood ‘pakketten’ aan en de officier van justitie vertelde: “Er waren verschillende formules die gebruikt werden om hier geregulariseerd te worden.
Het reisbureau hielp met asielaanvragen, daarvoor werden valse arbeidsovereenkomsten en loonfiches opgesteld, of werd een gezinshereniging geënsceneerd. Soms was er een all-informule.” De slachtoffers hadden doorgaans weinig geld, maar ze moesten toch flink betalen voor hun emigratie en de aanklager zei: “Ze werden bovendien bedreigd en ondergingen alles uit angst. Ook de verhuurders van de panden in Antwerpen werden bedreigd.” Een van hen zou van Arthur N. te horen hebben gekregen dat hij hem zou ‘afslachten als een prooi’.
Het betoog van de aanklager werd geloofd en de broers kregen acht, zes en vier jaar cel. De veroordeelde Surinamers vonden en vinden dat een schande en gingen in beroep. Iwan N. zei in juli 2024 in de Surinaamse krant De Ware Tijd: “We zijn erin geluisd.” Meerdere personen hadden onder druk van de Belgische politie ‘bezwarende verklaringen’ tegen hen afgelegd. Het was een complot en een vergeldingscampagne. Ze strijden voor eerherstel en daarom hoopt Iwan N. op ‘bijstand en samenwerking met de Nederlandse regering om de status van de 71 personen aan onze advocaten af te staan’. Dan zou volgens hem snel duidelijk worden dat de Surinaamse landverhuizers ‘met een geldig visum het Schengengebied zijn binnengetreden’.
Langdurig gemarteld
Volgens Joris van der Aa en zijn collega Ellen Goris van het Gazet van Antwerpen kon voor aanvang van het proces nog niet worden vermoed dat ‘de grote mensenhandelzaak het topje van een veel bredere problematiek zou blootleggen’. Alle Surinamers of Surinaamse Nederlanders in de Kempen leken ineens onder een vergrootglas te liggen. Dat was in de meeste gevallen onterecht, maar er waren wel degelijk problemen door cultuurverschillen en ‘een van de meest confronterende zaken waarin de speurders jonge uitvoerders met Surinaamse roots tegenkwamen, was in Poppel’, stond in juni 2025 een groot artikel met de kop: De Surinaamse invasie in de Kempen. De zaak speelde zich af in februari 2023. Een 37-jarige man uit Nijmegen genaamd Henri werd ervan verdacht 75 blokken coke te hebben geript. Jonge mannen ontvoerden hem en brachten Henri naar een loods in Wilrijk, waar hij langdurig werd gemarteld.
Opdrachtgevers Yersen V. en Jonas W. bekeken het live vanuit hun schuilplaats in Marbella; Jonas W. zei onder meer: “Voor een afgeknipt oor geef ik 10.000 euro.” Yersen V. juichte als bij een doelpunt van Antwerpen-spits Vincent Janssen toen de middelvinger van Henri V. met een plaatschaar werd afgeknipt door een 24-jarige genaamd Raf. De knipper hield de schaar met de vinger voor de camera, Yersen V. riep extatisch: “Steek die vinger in zijn hol!” De Nijmegenaar werd later hevig bloedend gevonden door gemeentearbeiders in het Kempense dorpje Poppel, vlakbij de Nederlandse grens.
Yersen V. juichte als bij een doelpunt van Antwerpen-spits Vincent Janssen toen de middelvinger van Henri V. met een plaatschaar werd afgeknipt
Uit het Gazet van Antwerpen: “Het woord ‘dief’ was in zijn voorhoofd gekerfd en zijn wonden waren volgegoten met ammoniak. De daders waren veelal jonge gasten, onder wie jongens met een Surinaamse achtergrond.” Een ambulance bracht het slachtoffer in het hoogst mogelijke tempo naar het ziekenhuis in Turnhout, een stad in de Noorderkempen. Een 23-jarige Nederlander werd gearresteerd en aangeklaagd voor foltering, ‘wederrechtelijke vrijheidsberoving’ en drugshandel. De volgende arrestant was een 20-jarige Nederlander die in het Kempense plaatsje Mol woonde. Op een donderdag kwam er een nieuwe verdachte bij: een 23-jarige Surinamer uit de stad Hasselt, vlakbij de Kempen. Ze behoorden tot de ontvoerders, een speurder vertelde: “Je kunt ze de domste opdrachten geven en ze doen het. Het zijn soldaten die niet te stoppen zijn.” In Vlaamse kranten werden de kidnappers ‘jonge allochtone jongens’ en ‘het groepje jonge beulen’ genoemd.
De rechtszaak was in mei 2024. De beelden van de marteling werden op een groot scherm vertoond. De aanklagers eisten in eerste instantie straffen tot dertig jaar achter de tralies, maar de vermeende opdrachtgevers Yersen V. en Jonas W. kregen zeventien en achttien jaar. Vingerafknipper Raf D.K. werd veroordeeld tot tien jaar cel. Anderen moesten zeven jaar de gevangenis in. De meeste beklaagden gingen in beroep, maar dat hielp niet veel en de rechters van het Antwerpse hof van beroep gaven ‘de twee kopstukken’ 17 jaar cel. De vingerknipper had helemaal pech, want in hoger beroep kreeg hij een twee jaar hogere straf.
Volgens het Gazet van Antwerpen was toen al duidelijk dat er ‘een oververtegenwoordiging van jongeren met Surinaamse roots in zware dossiers’ was. Een van de heftigste zaken leek een losstaande tragedie, maar die kreeg toch bijzonder veel aandacht. Het gebeurde op 27 juli 2024. De 53-jarige pastoor Macklien John Tweeling uit het Kempense Beerse werd die dag doodgestoken door zijn negentienjarige zoon uit een eerder huwelijk, die sinds een paar maanden bij hem in huis woonde.
Macklien John Tweeling was een Marron die ook in Nederlandse kerken sprak en zijn dood leidde tot een groot artikel in de krant Het Nieuwsblad over Marrons in Vlaanderen. Eric Nysmans, directeur van Welzijnszorg Kempen, zei: “Sommige leden van de Marron-gemeenschap brengen inderdaad bepaalde, specifieke uitdagingen met zich mee, onder meer over sociale problemen met nogal wat agressie, zowel intrafamiliaal als naar derden toe. (...) Het is een nieuwe bevolkingsgroep, en we zijn nog niet gewend om met hen om te gaan.”
Cultuurantropoloog Karen Kennes was het deels met deze analyse eens. Ze schreef in 2024 haar masterthesis over de Surinamers in de Kempen. In het Gazet van Antwerpen zei ze: “Marrons kennen een traditioneel systeem met interne besluitvorming via gezagsdragers en dorpsraden. In België komen ze terecht in een context die een dergelijke traditionele hiërarchie neutraliseert en sterk inzet op individuele verantwoordelijkheid.” Dat leidt soms tot ‘een botsing van normatieve systemen’, mede omdat de autoriteit van de politie niet altijd wordt aanvaard. Kennes voegde er wel de belangrijke nuancering aan toe: “Een bepaalde demografische groep linken aan criminaliteit? Dat is stigmatiseren.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2F2CEOujo7CzhTPP1763114083.png)
Belabberde situatie
Veel Vlamingen doen dat toch en de vondst van een Surinamer op 15 augustus 2025 in een Meerse maïsakker bevestigde in die zin de vooroordelen. Opsporing Verzocht besteedde op 30 september 2025 aandacht aan de zaak. Rechercheurs kregen tips binnen en er werd steeds meer bekend over Sherwin Peterhof. Hij had een vrouw en kinderen en wilde volgens de Surinaamse krant De Ware Tijd naar Nederland ‘om familie in de stad Almere op te zoeken en om zijn geluk te beproeven’. Sherwin was van plan een baan te vinden en een verblijfsvergunning te krijgen. Daarna zou hij ‘hebben overwogen zijn gezinsleden te laten overkomen om aan de belabberde situatie in Suriname te ontsnappen’.
Het werd nooit helemaal duidelijk wat Sherwin precies in Nederland deed, maar op vrijdag 15 augustus 2025 sprak hij op station Hilversum af met een tot nu toe onbekend gebleven man. Ze liepen pratend over het perron, namen in een schijnbaar goede sfeer afscheid. Een bekende gaf Sherwin zeven dagen later op als vermist en de boer uit het Kempense dorpje Meer vond Sherwin op 15 augustus 2025 per toeval in zijn veld, vlakbij de Nederlandse grens bij Hazeldonk. Zijn groene jas was zoek, net als zijn rugzak, zijn gouden ringen, oorbel en ketting.
De Kempense journalist Toon Verheijen noemt het ‘een buitengewoon merkwaardige zaak met meer vragen dan antwoorden’. Het maïsveld in Meer is volgens hem een plek ‘die je echt moet kennen om te vinden’. Het is ook 111 kilometer reizen vanaf Amsterdam-Zuidoost, ‘een aanzienlijke afstand om met een lichaam af te leggen’. Overleed Sherwin na een overdosis cocaïne, zo vroeg hij zich af, en was hij in paniek in Noorderkempen begraven? Rechercheurs willen weinig kwijt, maar een ‘bron’ binnen het onderzoek zei wel: “Nee, dit gaat écht om moord.”
Er is inmiddels een 40-jarige vrouw gearresteerd. Ze wilde naar Suriname vliegen, maar is nu een verdachte in ‘de maïsmoordzaak’, zoals het in de Surinaamse krant De Ware Tijd wordt genoemd. Drie andere verdachten komen uit Rotterdam, twee van hen werden in oktober gearresteerd. Over het moordmotief is niets bekend, de politie geeft weinig informatie. Het lichaam van Sherwin Cedric Peterhof werd eind september 2025 overgebracht naar zijn familie in Suriname. De uitvaart duurde vier uur en vijfentwintig minuten en kon via een livestream worden bekeken. Er waren tientallen rouwenden, ze zongen religieuze Nederlandse liederen, wapperden met waaiers en hielden toespraken, op lange linten op de kist was met viltstift geschreven: Papa Sherwin. Je leeft voort in je zoon. Rust in vrede.
Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?
Abonneer nu en profiteer!
Probeer direct- Opsporing Verzocht