MISDAADCOLUMN: Uit angst voor de schijn van discriminatie wordt het politievak ondermijnd
Elke week schrijft misdaadverslaggever Henk Strootman een column over wat hem opvalt in de crimewereld. Deze week: goed politiewerk.
Laatst sprak ik een oud-collega van de politie. Hij had op intranet een stuk gelezen over Professioneel Controleren, een nieuwe toverformule binnen de organisatie. En hij had er geen goed woord voor over. “We zijn doorgeslagen,” zei hij. “Als we niet meer op ervaring en intuïtie mogen varen, kunnen we de controles net zo goed aan ChatGPT overlaten.”
Hij had een punt. Want wat heet professioneel? Volgens de nieuwe regels mag je niemand staande houden op basis van een onderbuikgevoel. Je moet een ‘objectieve rechtvaardiging’ hebben. Klinkt prachtig, maar politiewerk ís nu eenmaal geen exacte wetenschap. Het draait juist om wat je voelt, ziet en ruikt. De kunst is om aan te voelen wat de gemiddelde burger niet opmerkt.
Er was een tijd dat de A16 tussen Breda en Rotterdam een jachtgebied was voor drugsrunners. Volgens de officiële cijfers vooral van Noord-Afrikaanse afkomst. Als je dan bij een tankstation twee jongens in een Golfje ziet hangen die het verkeer in de gaten houden, is dat dan etnisch profileren, of gewoon je werk doen? En we vinden het toch allemaal een prettig idee dat de politie juist wél in het holst van de nacht extra oplet in wijken waar wordt ingebroken? Moeten agenten verdachte auto’s met een Roemeens kenteken laten rijden om de tere zielen van de inzittenden te sparen? Hoe verschrikkelijk is het nu eigenlijk als een agent zegt: “Goedenavond, mag ik uw rij- en kentekenbewijs even zien?” Wat een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, zeg.
Hetzelfde met die fatbike-plaag. Een deel is gewoon gekocht, een deel komt van diefstal of heling. Als een agent daar af en toe naar vraagt, heet dat dan discriminatie? Of is dat gewoon logisch nadenken? De angst is natuurlijk dat agenten ‘zomaar’ iemand aanhouden omdat die een donkere huidskleur heeft. Dat mag natuurlijk nooit gebeuren. Maar ik geloof niet dat het vaak voorkomt. Het beeld dat elke controle bij voorbaat discutabel is, wordt vooral gevoed door mensen die toch al geen fan zijn van gezagsdragers.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FPYaycUy2NaFNrs1762425884.jpg)
Ik herinner me een aflevering van Bureau Rotterdam met Ewout Genemans. Een bovenmodale auto met Duits kenteken werd aan de kant gezet. Achter het stuur zat een gesluierde vrouw die meteen fel uitviel: “Waarom controleert u míj?”
Nou juffrouw, omdat er nogal wat van dat soort auto’s via dubieuze leaseconstructies de grens over gaan. En jawel hoor, het bleek niet in de haak. Daar heb je dus die ervaring voor. Niet omdat iemand ‘er anders uitziet’, maar omdat er iets niet klopt. Ervaring is geen vooroordeel, het is juist het tegenovergestelde: leren onderscheiden wat wél en níet verdacht is. En dan lees ik dat er nu ambassadeurs zijn aangesteld, dat er een MEOS-app is gelanceerd en dat agenten in virtual reality kunnen oefenen op professioneel controleren. 30.000 mensen met een VR-bril op, terwijl buiten de wijkagenten het met twee man minder moeten doen. Mijn eerste gedachte: ga gewoon eens boeven vangen.
Moeten agenten verdachte auto’s met een Roemeens kenteken laten rijden om de tere zielen van de inzittenden te sparen?
De politie heeft altijd geworsteld met het evenwicht tussen rechtvaardig en effectief optreden. Dat is van alle tijden. Maar wat we nu zien, is een reflex. Uit angst voor de schijn van discriminatie wordt het vak ondermijnd. Een agent die twee jongens in een Golf ziet en besluit door te rijden omdat hij bang is dat iemand hem filmt; dat is niet professioneel, dat is verlamming. De samenleving verwacht van de politie dat ze scherp is. Dat ze ziet wat wij niet zien. En dat ze, als het nodig is, optreedt zonder eerst een PowerPoint over diversiteit te raadplegen. Professioneel controleren is prima, maar laten we de antenne van de diender niet kapotreguleren. Soms ruikt iets gewoon niet goed. En dáár begint goed politiewerk.
- NL BEELD