Op zijn door de guillotine afgehakte hoofd was een duidelijke glimlach te zien volgens de getuigen. De executie van dr. Marcel Petiot, op 25 mei 1946, was in alle opzichten ongewoon. De terdoodveroordeelde had voor het voltrekken van het vonnis geen laatste glas rum geaccepteerd, alleen een sigaret gerookt en vervolgens tot de omstanders gezegd: “Heren, ik raad u aan niet te kijken, dit wordt geen prettig gezicht.” Wellicht vond hij die gedachte om te lachen.
Tijdens de rechtszaak voorafgaand aan zijn veroordeling voor 27 moorden, had hij zich absurd gedragen. Dat viel te verwachten van een man die na zorgvuldig psychiatrisch onderzoek werd gelabeld als ‘chronisch in disbalans, gespeend van elk moreel besef, emotioneel labiel, een pathologische leugenaar en: gevaarlijk’. De dokter zag er als altijd eigenaardig uit en opvallend slordig voor een arts. Zijn vingers zagen geel van de tabak en zijn nagels waren zwart van smeer van zijn fietsketting. Tijdens de zittingen bleef hij volhouden een man van het Franse verzet te zijn geweest. De mensen die hij had gedood, waren vijanden van Frankrijk.
Was hij een gestoorde sadist, een handlanger van de nazi’s, een antisemiet misschien? Dat laatste zou wel zijn felle uitval verklaren naar Pierre Véron, raadsman van familieleden van een van de slachtoffers. “Zwijg, Jodenadvocaat!” beet hij hem toe. Maar verder bleek nergens uit dat hij een speciale afkeer had van wie dan ook.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2Fyp8YaxHt6tFROK1762419790.jpg)
Klein Auschwitz
Dokter Marcel Petiot vermoordde tijdens de Tweede Wereldoorlog zo’n zestig mensen. Mannen, vrouwen, een enkel kind, de meesten Joods. Hij werd veroordeeld voor 27 moorden waarvan zestien op Joden. “De zaak in de nasleep van de oorlog wekt een welhaast ongezonde belangstelling,” schrijft Jean-Marc Dreyfus, hoogleraar hedendaagse geschiedenis aan de Universiteit van Manchester, in zijn pas verschenen boek Dokter Satan.
“Een fascinatie die schril afsteekt tegen de problemen die op dat moment spelen: er is nog van alles op rantsoen, woningen zijn slecht verwarmd, het landsbestuur is instabiel. Hoe het vonnis ook mag uitpakken, iedereen beseft dat het hier om een unieke zaak gaat, om een proces dat voorgoed een prominente plaats zal bekleden in de gerechtelijke annalen.”
Tegen een grote som geld beloofde Dokter Satan mensen clandestien naar Zuid-Amerika te smokkelen. Kandidaten waren de vogelvrijverklaarden in bezet Frankrijk: boeven en pooiers, maar vooral Joden. Petiot hield hen voor dat hij een veilige ontsnappingsroute voor ze wist, maar hun vlucht eindigde in zijn herenhuis aan de Rue Le Sueur 21 in Parijs. Om precies te zijn: in een put onder het koetshuis op de binnenplaats.
In de kelder onder Petiots huis worden de resten gevonden van 23 personen van wie de identiteit onmogelijk nog is vast te stellen.
De dokter maakte zijn slachtoffers wijs dat ze vooraf een aantal vaccinaties nodig hadden die hij hen met plezier zou toedienen. Daarop injecteerde hij zijn slachtoffers met cyanide, een krachtig gif dat ervoor zorgt dat de lichaamscellen geen zuurstof meer krijgen, waardoor alle vitale organen afsterven en de dood volgt. In de driehoekige gruwelkamer die hij voor zijn duivelse praktijken had ingericht, stierven zijn prooien een langzame, pijnlijke dood. Petiot volgde hun doodsstrijd via een kijkglas vanuit een belendende kamer.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FceGoFOASaOMz3I1762419851.jpg)
In zijn huis werden bergen met koffers vol bezittingen van zijn slachtoffers aangetroffen. Verder bleek Petiot ook een verbrandingsoven te hebben gebouwd: een Klein Auschwitz in Parijs waarin hij de lichamen vernietigde. In de kelder onder zijn huis werden de verminkte resten gevonden van in elk geval 23 personen van wie de identiteit onmogelijk nog was vast te stellen. Ook bleek hij zich van resten van slachtoffers te hebben ontdaan door ze in de Seine te werpen.
Collaborateurs
De hele affaire komt aan het rollen als op 11 maart 1944 de overburen van de dokter klagen over een misselijkmakende rook uit de schoorsteen van huize Petiot. De ingeschakelde brandweer forceert bij afwezigheid van de bewoners de deur en doet een schokkende vondst. In de kelder staat een oven op volle toeren te draaien. Luguber detail is een verkoolde arm die uit de oven steekt. De vloer is bezaaid met lichaamsdelen, sommige in staat van ontbinding. Overal staan zakken met botten en andere menselijke resten.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FfOmbV5RjSUJvHS1762420043.jpg)
De politie wordt erbij gehaald en via een buurvrouw wordt het telefoonnummer achterhaald van het huis waarin de dokter op dat moment verblijft. Binnen de kortste keren arriveert, per fiets, Petiots jongere broer Maurice. Volgens getuigen zou die aan de agenten veelbetekenend hebben gevraagd of ze ‘patriotten’ waren en daaraan hebben toegevoegd: “Het zijn collaborateurs die hier worden verbrand.”
De politie laat de man vertrekken. Vanaf dat moment is dokter Petiot voortvluchtig. Hij zal pas maanden later weer opduiken, evenals zijn vrouw Georgette. Hun 16-jarige zoon zit dan al een paar jaar op een katholieke kostschool in Yonne, het departement waar het gezin vandaan komt.
Als jongetje martelt Petiot een jong katje in kokend water en hij steekt met naalden de ogen van kleine vogels uit.
Drugsdealer
Het verhaal van Petiot is in het verleden vaker verteld, maar het is voor het eerst dat er zo uitvoerig onderzoek is gedaan naar de praktijken van de gruwelarts. Wat dreef historicus Jean-Marc Dreyfus om zich te verdiepen in Dokter Satan? “Voor mij zijn dit misdaden met een diepere betekenis. Het verhaal van de meest beruchte seriemoordenaar van Frankrijk vertelt ons iets over iets veel omvangrijkers: de Jodenvervolging.
Ik ben gaan zoeken in de archieven en vond tegen de 6.000 pagina’s archiefmateriaal en politierapporten. Daardoor lukte het me om – voor het eerst in de geschiedenis – het complete verhaal te vertellen van deze dokter Petiot. Ik ben verder gegaan dan de reconstructies die opdoken in 1946 en 1947, verhalen die klakkeloos van het ene boek naar het andere zijn gekopieerd. Ik stond versteld van wat ik ontdekte. Als ik dit verhaal zou hebben verzonnen, zou mijn uitgever het niet hebben gepubliceerd omdat het volkomen ongelooflijk is.”
Dreyfus is niet uit op sensatie, zegt hij: “Ik doe in het boek geen opmerkelijke onthullingen, ik heb niet achterhaald dat Petiot Joods was of transgender. Ik ben geen psycholoog en kan niet vaststellen of Petiot een gespleten persoonlijkheid was. Maar dat hij krankzinnig was, staat vast. Toch was hij wel degelijk verantwoordelijk voor zijn daden.
Wat ik heb ontdekt, is dat deze arts spil was in een immens netwerk van mensen, informanten, onderwereldfiguren. Petiot was een drugsdealer, waarschijnlijk een van de grootste in het Parijs van zijn tijd. Hij schreef recepten uit die voor veel geld werden verkocht. Hij werd gelinkt aan een geheim netwerk van voornamelijk Duitse Joden die wilden vluchten uit Frankrijk.”
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FtHBYkgMC91106r1762420445.jpg)
Hoge pijngrens
De historicus stuitte op een naamgenoot, Ivan Dreyfus, een Joodse verzetsman uit Beieren die door de Gestapo uit doorgangskamp Compiègne werd vrijgelaten om te testen of Petiot werkelijk Joden hielp ontsnappen. Van Ivan Dreyfus werd nooit meer iets vernomen nadat hij aanklopte bij de dokter.
De vermoedens van de nazi’s leidden in 1943 echter wel tot de aanhouding van Petiot en een onplezierig verblijf in de gevangenis. Acht maanden lang werd hij ondervraagd door de bezetter, maar hij liet niets los, ook al moest hij hevige martelmethodes ondergaan zoals het onverdoofd boren van tanden en kiezen. Medegevangenen, onder wie verzetsmensen, waren diep onder de indruk van zijn onverzettelijkheid en zouden later voor Petiot in de bres springen door hem te kenschetsen als een van de moedigste mannen die ze ooit hadden gezien.
Die ‘hoge pijngrens’ van Petiot had volgens Jean-Marc Dreyfus alles te maken met zijn verwrongen geest. “Psychopaten reageren anders op pijn en straf dan andere mensen.”
Verzetsman
Marcel Petiot wordt uiteindelijk door de Duitsers vrijgelaten, maar erg lang kan hij niet meer doorgaan met zijn praktijken. Nadat de brandweer en politie in maart 1944 zijn uitgerukt en zijn horrorpraktijken aan het licht komen, weet hij nog ruim een half jaar uit handen van de autoriteiten te blijven, daarbij geholpen door de chaotische periode van de bevrijding van Frankrijk door de geallieerden. Maar in oktober loopt hij uiteindelijk toch tegen de lamp. Hij blijkt zich onder een schuilnaam te hebben aangesloten bij het Franse verzet.
Als begin 1946 de rechtszitting tegen Marcel Petiot van start gaat, geeft hij niets prijs over zijn werkwijze. Hij beweert dat hij alleen maar collaborateurs heeft vermoord en pocht dat hij veel meer slachtoffers heeft gemaakt dan hem ten laste wordt gelegd, wel 66. “Maar ik ga me hier niet verantwoorden voor misdaden waarvoor ik niet ben aangeklaagd.” Hij lacht schijnbaar om het onontkoombare doodsvonnis. In de beklaagdenbank oogt de dokter wonderlijk ontspannen, zegt Jean-Marc Dreyfus in zijn boek. “Hij kan echter danig van stemming wisselen. Dan beledigt hij getuigen, herhaalt hij luid dat hij een groot verzetsman is geweest en dat zijn netwerk tientallen Gestapo-collaborateurs heeft geliquideerd.”
Alles roept de onzalige gedachte op dat dr. Petiot in het klein de systematische moordmachine van de nazi’s probeerde te kopiëren. Eenmaal in zijn klauwen konden noch de slachtoffers, noch de nabestaanden iets uitrichten. Want welke ‘vijand’ van de bezetter zou naar de politie stappen om verhaal te halen over een verdwenen Jood?
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FNmPlTOb4rmvbCP1762421004.png)
Horrorkind
Bij de ouders van Marcel André Henri Felix Petiot hadden alle alarmbellen moeten afgaan toen hun op 17 januari 1897 geboren zoon opgroeide. Hij las op zijn 5de boeken die voor menig 10-jarige te hoog gegrepen waren. Was dat op zich geen reden tot ongerustheid, zijn sadistische hobby’s waren dat wel. Hij martelde een jong katje in een pan met kokend water, stak met naalden de ogen van kleine vogels uit, martelde ze dood en spieste insecten op lange pinnen.
Hij was onhandelbaar, masturbeerde meerdere keren per dag, deelde op school pornografische tekeningen uit aan zijn klasgenoten en lachte de meester in zijn gezicht uit als die hem tot de orde riep. Toen hij in 1914 in het leger belandde, was hij van meerdere scholen verbannen en opgenomen geweest in diverse psychiatrische inrichtingen. Ook stal hij post uit brievenbussen en chanteerde hij mensen.
Het onderzoek naar Petiot levert veel tegenstrijdigheden op. In bezet Parijs leidde de dokter een bescheiden bestaan, schrijft Dreyfus in zijn boek. Als gerespecteerde en populaire arts had hij een groot en loyaal patiëntenbestand van vooral arbeiders en kantoorbedienden. Een aantal van hen zou tijdens het proces verklaren hoe toegewijd Petiot was en dat hij mensen die krap bij kas zaten de kosten voor een consult kwijtschold. Geld dat hij overigens alsnog opstreek van de verzekeringen zonder dat zijn patiënten er weet van hadden.
Haaks op zijn zuinige levensstijl staat de aanschaf van het immense herenhuis aan de Rue Le Sueur in 1941 en het feit dat hij en zijn echtgenote elke avond uit eten gingen en naar de schouwburg of bioscoop bezochten.
Ook de gruwelijke kant van Petiot komt duidelijk naar boven bij het onderzoek. In Petiots huis worden, naast de bezittingen van de slachtoffers, beeldjes en maskers met duivelse, verwrongen gezichten aangetroffen. Onder meer een houten beeld van 60 centimeter hoog met monsterlijk misvormde ledematen en een erect geslachtsdeel dat in geen verhouding staat tot de rest van zijn gestalte. In de aanbouw op de binnenplaats die ooit diende als koetshuis, stuiten de rechercheurs op een gat voorzien van een takelconstructie. In de onderliggende put bevinden zich in ongebluste kalk menselijke resten in staat van ontbinding.
Afgevoerd in hutkoffer
Misschien was Marcel Petiot al vanaf zijn geboorte voorbestemd om uit te groeien tot een psychopaat. Maar aannemelijk is dat de gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog er ook flink aan hebben bijgedragen. Marcel Petiot zit dan in het leger, maakt een gasaanval mee en raakt ernstig gewond door granaatscherven. Hij kampt met zware psychische klachten, maar wordt in het voorjaar van 1918 toch teruggestuurd naar het front. Daar krijgt hij een zenuwinzinking. Hij schiet een kogel in zijn rechtervoet in de hoop te worden afgekeurd. Dat lukt: hij wordt deels afgekeurd en mag op kosten van de staat gaan studeren. Een kans die hij met beide handen aangrijpt: in slechts acht maanden tijd weet hij zijn artsendiploma te halen.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FACmGkuORUp5RIb1762420319.jpg)
Hij begint een praktijk in het plaatsje Villeneuve-sur-Yonne, waar hij via een bord aan de gevel laat weten alle ziektes, van tbc tot kanker, te kunnen genezen. Daar zou je al enige mate van grootheidswaanzin uit kunnen afleiden. En er zijn meer tekenen dat er in de bovenkamer van de dokter wel wat draadjes loszitten. Zo blijkt Petiot te lijden aan kleptomanie: hij besteelt zijn patiënten als hij op huisbezoek gaat. Om dat te helpen voorkomen, vergezelt zijn broer Maurice hem bij alle visites. Wat Maurice echter niet kan voorkomen, is dat Petiot zijn patiënten onverantwoord hoge doses verdovende middelen voorschrijft.
Ondanks zijn dubieuze gedrag is hij zo geliefd in zijn Villeneuve-sur-Yonne dat hij het in 1926 tot burgemeester schopt. Met een wrang gevoel voor humor speecht hij bij zijn inauguratie: “Ik moet wel bekennen dat ik een ernstig misdrijf op mijn geweten heb. Ik hou namelijk te veel van de mensen in mijn gemeente.”
Van één iemand lijkt hij in het bijzonder te houden: de 24-jarige Louisette Delaveau, dochter van een van zijn patiënten. Zij woont onder het mom zijn huishoudster te zijn bij hem in. Als ze zwanger blijkt te zijn, vertrouwt ze aan een aantal vrienden toe geen kind te willen van de dokter die haar bedriegt met andere vrouwen. Ze wil een abortus, iets waar haar minnaar overigens in grossiert. Een dag na haar bekentenis, is ze van de aardbodem verdwenen. Petiot beweert dat Louisette na een ruzie bij hem is weggelopen en al haar spullen heeft meegenomen. Niet veel later zien buren hem een grote hutkoffer in zijn auto stoppen. Een paar weken later wordt zo’n honderd kilometer verderop precies zo’n koffer uit het water gehaald door vissers die er het in stukken gesneden en onthoofde lichaam van een jonge vrouw in aantreffen. Een verband met dokter Petiot wordt echter niet gelegd.
Een jaar later trouwt Marcel Petiot met Georgette Lablais, die hem een zoon, zijn enig kind, zal schenken.
Een dag na haar bekentenis dat ze een abortus wil, is de minnares van de dokter van de aardbodem verdwenen.
Vaststaat dat voor Marcel Petiot de Tweede Wereldoorlog als geroepen komt. In 1940 bezetten de Duitsers Parijs en wordt er een regering van collaborateurs geïnstalleerd in Vichy. Petiot slaat van meet af aan geld uit de bezetting door het verstrekken van valse medische verklaringen voor Fransen die worden opgeroepen tot dwangarbeid in Duitsland. In die periode begint hij ook zijn netwerk om mensen naar Zuid-Amerika te helpen ontkomen. Maar die uiteindelijk dus leidt tot een gruweldood in Petiots praktijk in hartje Parijs.
/https%3A%2F%2Fcdn.pijper.io%2F2025%2F11%2FAVEWUIjGWcJBEI1762421276.jpg)
Verslaafd aan moorden en martelen
De methode van Marcel Petiot vertoont veel overeenkomsten met de klinische wijze waarop de nazi’s de Joden vermoordden. Hij moordde omdat hij er verslaafd aan was en omdat het hem veel geld opleverde.
De lijken die hij in de Seine liet verdwijnen, waren niet te identificeren, deels vanwege het lange verblijf onder water, maar deels ook door de manier waarop de moordenaar te werk ging. Tussen 1942 en 1943 werd een overvloed aan uiteengereten lichamen uit de rivier gehaald. Er werden negen hoofden, vier dijen en een grote hoeveelheid andere lichaamsdelen gevonden. Opvallend voor de lijkschouwers waren de specifieke verminkingen. Zo waren alle hoofden kaalgeschoren, de wenkbrauwen verwijderd en de vingerkootjes bewerkt met zuur, om de vingerafdrukken uit te wissen. Maar de incisies in de dijbenen waren het merkwaardigst; sneetjes alsof een scalpel er rechtop in had gestaan. Iets wat artsen in die tijd deden als ze een lichaam ontleedden.
- ANP / NL Beeld