Henk Strootman
Misdaad

MISDAADCOLUMN: Wie stopt de nepagenten?

Elke week schrijft misdaadverslaggever Henk Strootman een column over wat hem opvalt in de crimewereld. Deze week: nepagenten.

Henk Strootman

Het houdt maar niet op. Wat zeg ik? Het wordt steeds erger. Zomaar een voorbeeld: op donderdag 3 juli is het raak in het Zuid-Hollandse Klaaswaal, een dorp waar mensen elkaar nog gedag zeggen en het spreekwoordelijke touwtje uit de brievenbus hangt. Een 66-jarige vrouw krijgt daar ’s avonds een telefoontje van iemand die zich bekendmaakt als rechercheur. De vrouw staat op een lijst van mensen die te veel waardevolle sieraden in huis hebben, zo klinkt het. Even later staat er een ‘collega in burger’ aan de deur om de kostbaarheden veilig te stellen. Pas nadat de man is vertrokken, valt bij de vrouw het kwartje.

Het klinkt bizar, maar dit gebeurt inmiddels dus wekelijks in Nederland. Ouderen zijn makkelijke prooien: ze horen minder, zien minder, maar vertrouwen meer. Terwijl jij of ik een nepagent na drie seconden zouden doorzien en wegdrukken, laat een 87-jarige zich oeverloos aan de lijn houden. Totdat even later een ‘rechercheur’ in een The North Face-jack en op sneakers voor de deur staat om het goud ‘veilig te stellen.’ Kijk voor de aardigheid op de site van Opsporing Verzocht de bewakings- en deurbelbeelden eens terug. Je zou lachen als het niet zo treurig was. Een jongen met een petje die meer weg heeft van een drugskoerier dan van een politieman. Maar voor iemand die alleen woont en bang is iets fout te doen, is het blijkbaar geloofwaardig genoeg.

En dit zijn dus geen gelegenheidsboefjes, verre van dat. Het is georganiseerde misdaad. Vakantieparken worden gebruikt als zenuwcentra, waar dag en nacht wordt gebeld volgens vaste scripts. Zodra er beet is, springt er een tiener op de scooter. Soms niet ouder dan 16 en voor een paar 100 euro bereid om ‘rechercheur’ te spelen. Nog erger is dat de bendes over lijsten beschikken. Ze weten precies wie alleen woont, wie slecht ter been is en wie recent contact had met de bank. Die gegevens worden online gekocht, opgepikt uit datalekken of doorverkocht door malafide tussenpersonen. 

Er ligt een taak voor ons kinderen en kleinkinderen. Waakzaamheid moet een automatisme worden, zoals het kopje koffie bij het ontbijt

Voor de slachtoffers resteert na zo’n geslaagde babbeltruc vooral schaamte. Ze voelen zich onnozel en durven er niet met familie over te praten. Ondertussen rijden de scooters alweer uit naar nieuwe adressen, naar volgende zorgvuldig geselecteerde slachtoffers. De buit varieert van een erfstuk dat generaties meegaat tot de volledige spaarpot. En hoe reageren wij? “Hoe kun je zó naïef zijn?” Alsof het normaal is om altijd maar argwanend in het leven te staan. Vergeet niet: deze generatie groeide op in een tijd dat de politie gewoon de politie was en de bank gewoon de bank.

Die tijd is dus voorbij. En daarom ligt er een taak bij ons: kinderen, kleinkinderen, buren, wijkverpleegkundigen. Niet door één keer te waarschuwen, maar door het eindeloos te herhalen: “Oma, als iemand belt over je pinpas: ophangen.” “Opa, als iemand aanbelt met een vaag verhaal over een inbraakgolf in de buurt, bel mij eerst.” Hang een briefje naast de telefoon. Plak er een aan de voordeur: “Geen pasjes meegeven, geen sieraden afstaan!” Zorg dat die waakzaamheid een automatisme wordt, zoals het kopje koffie bij het ontbijt.

En de overheid mag ook weleens een tandje bijzetten. Spotjes genoeg over vuurwerk en verkeersveiligheid, maar waar blijft de campagne tegen babbeltrucs? Niet zoals nu gericht op de slachtoffers zelf – het is immers de vraag hoeveel ze daarvan meekrijgen – maar op hun omgeving. Zonen, dochters, kleinkinderen, buren, wijkverpleegkundigen. Zij zijn hun ogen en oren. Laat op tv zien hoe een neprechercheur de deur voor zijn neus dichtgeslagen krijgt. Dan weet iedereen hoe het hoort. Ze zeggen weleens: de gelegenheid maakt de dief. Laten we die gelegenheid zoveel mogelijk de kop indrukken.