Misdaad

Week van toen: Pepperspray, veiligheid in een busje (1999)

Elke week poetsen we een pareltje op uit het rijke archief van Panorama (anno 1913). Deze week, uit editie 36, 1999: ‘Pepperspray, een pittig politiewapen’

Micha Jacobs Leestijd 2 minuten
Week van toen: Pepperspray, veiligheid in een busje (1999)

Het gaat de laatste tijd vaak over pepperspray, en dan met name over het groeiend aantal vrouwen dat zich met dit wapen wil beveiligen als ze ’s avonds alleen naar huis fietsen. Na de gewelddadige dood van Lisa uit Abcoude kondigde ons demissionaire kabinet al aan dat het wil kijken naar mogelijkheden om pepperspray ‘op een snelle en simpele manier’ gelegaliseerd te krijgen.

In landen als Duitsland, Frankrijk, Spanje en Polen is het gebruik ervan al toegestaan, zij het onder strikte voorwaarden, dus de verwachting is dat Nederland daar niet bij zal achterblijven. Maar zoals dat wel vaker in ons land gaat: eerst gaan we naar de stembus en volgt er een eindeloze formatie, dus op het moment dat een nieuw kabinet het plan er eindelijk doorheen krijgt, is Amalia waarschijnlijk al koningin.

In 1999, toen pepperspray nog relatief nieuw was in Nederland, schreven we al een reportage over ‘het goedje dat cavia’s binnen tien minuten de dood injaagt’ en levensgevaarlijk zou zijn voor mensen met long- en hartaandoeningen. De politie was er pas een jaar mee uitgerust, mede door toedoen van onze minister van Binnenlandse Zaken in die tijd, Bram Peper, maar wat wil je ook met zo’n naam. Volgens hem was pepperspray ‘de ideale kit’ om het gat tussen de wapenstok en het pistool te dichten: niet dodelijk, maar agressief genoeg om iemand uit te schakelen. Ideaal dus ook om met een veilig gevoel naar huis te kunnen fietsen.

‘Zijn oren, ogen, neus, mond, kruis en zelfs zijn anus werden ondergespoten, wat voelde alsof hij levend werd gecremeerd’ 

Ook toenmalig koningin Beatrix was fan, schreven we destijds: het behoorde namelijk tot de standaarduitrusting van haar ‘tot in de vingerkootjes getrainde bewakingsdienst’. Volgens de overlevering werd ze door sommige Kamerleden zelfs Miss Pepperspray genoemd, omdat ze het getreuzel en geneuzel over de invoering van de pepperspray bij de politie amper aankon. 

Het was dan ook een uiterst effectief middel: één druk op de knop en je had tranende ogen, spastisch sluitende oogleden, een branderig gevoel van de huid en zelfs verlammingsverschijnselen van de keel. Iemand die dat had ondergaan, zei tegen ons dat het voelde ‘alsof iemand een sigaret in zijn oog uitdrukte’.

Dat viel nog mee als je dat vergelijkt met een Amerikaanse milieuactivist die even daarvoor in Amerika een rechtszaak tegen een paar agenten had aangespannen. Die spoten maar liefst vijftien busjes pepperspray op hem toen hij in de staat Oregon protesteerde tegen het kappen van een oerbos. Zijn oren, ogen, neus, mond, kruis en zelfs zijn anus werden ondergespoten, wat voelde alsof hij levend werd gecremeerd.

In Nederland waren we veel voorzichtiger: anders dan in Amerika waren we bang voor een wapenwedloop waarin steeds sneller naar pepperspray werd gegrepen en er steeds vaker sprake zou zijn van onnodig politiegeweld. Een argument dat anno nu nauwelijks nog standhoudt. Liever een busje pepperspray in je zak dan de volgende Lisa worden, lijkt de huidige gedachte.