Interview

Wytse van der Goot: 'Ik wil de geschiedenisboeken in als een van de beste voetbalcommentatoren van Nederland'

Ajax en PSV draaien warm voor een nieuw Champions League-seizoen, net als voetbalcommentator Wytse van der Goot (43). Een gesprek over voetbalromantiek, Marco van Basten en zijn droom om ooit een WK-wedstrijd van Oranje te becommentariëren. “Alleen… Ik zie mezelf niet bij de NOS werken.” 

Jan-Cees Butter
11 minuten
Voetbal
Voetbalcommentator Wytse van der Goot

Nico Dijkshoorn schreef onlangs in zijn column in VI dat jij helemaal klaar bent met de analist Marco van Basten. Klopt dat? 

“Ik las het ook. Maar nee, ik ben helemaal niet klaar met de analist Van Basten. Ik geniet vooral van het fenomeen in hem. Heeft hij niet alles gezien? Klopt. Zou hij dat misschien wel moeten doen? Absoluut. Maar het is wel Marco van Basten, na Johan Cruijff de beste voetballer die we ooit hebben gehad in dit land. Dus ik zou iedereen willen adviseren vooral te genieten als hij aanschuift. Hij is totáál zichzelf aan tafel. In het Duits zeggen ze: Nicht ärgern, nur wundern. Dat lijkt me hier ook van toepassing.” 

Dat hij niet al het voetbal kijkt moeten we dan maar voor lief nemen? 

“Ik denk dat hij meer kijkt dan mensen denken. Maar hij wil geen zeikerd zijn. Zeker niet over Ajax, want het doet hem gewoon pijn dat Ajax niet zo goed speelt. Als ik aan hem vraag wat hij van Ajax vond, dan kan het soms een fijne uitweg zijn om te zeggen: o, ik ben lekker gaan golfen. Al is daarmee de boodschap nog hetzelfde.” 

Je zei eens dat je als presentator ook een beetje de gebruiksaanwijzing van elke gast moet doorhebben. Hoe lang duurde dat bij Van Basten? 

“Nou, daar ben ik nog steeds niet helemaal achter, haha. Ik kan het echt prima met hem vinden, maar het ene moment slaat hij enorm aan op iets en een moment later lijkt iets hem niet te interesseren. Dat is ergens ook wel fijn. Want als Marco van Basten zich exact hetzelfde zou gedragen als alle andere analisten in Nederland, dan zou dat ook niet leuk zijn. Afgelopen week hadden we een uitzending waarin hij vertelde hoe hij vindt dat we spitsen zouden moeten opleiden in Nederland. Dan hang ik aan zijn lippen.” 

‘Aan het einde van het seizoen was ik kapot. Alle formuleringen had ik al een keer gebruikt. Je wordt moe van je eigen gelul op een gegeven moment’

Je presenteert Rondo nu voor het vijfde seizoen. Hoe lang duurde het voordat je je draai had gevonden? 

“Het heeft echt lang geduurd. Ik denk zeker tweeënhalf jaar. Ik was stiknerveus in het begin. Er waren grote schoenen om te vullen (Van der Goot nam de presentatie over van Jack van Gelder, red.) en ik had nog nooit een talkshow gepresenteerd. Ik vind mezelf nog altijd een commentator die presenteert. En dat blijf ik in mijn hoofd ook altijd. Ik vind presenteren wel leuk en leer nog veel. Ik denk vaak: zou ik niet wat meer dit of wat minder dat moeten doen?” 

Maak dat eens concreet. 

“Nou, wij zitten heel erg inhoudelijk op het voetbal en als ik kijk naar wat populaire talkshows doen, dan gaan die vaak nog meer de breedte in, met humor en flauwe grappen. Dat is niet mijn manier van een talkshow maken, maar als dat populair is, dan is dat wel het overwegen waard natuurlijk. Maar volgens mij is Ziggo Sport hartstikke blij met hoe we het nu doen. Ik krijg weinig klachten. Recht zo die gaat.” 

Hoe zet je al die types, al die oud-voetballers in hun kracht? 

“Ik geef ze vooral de ruimte en laat mensen uitpraten. Ik vind niets leuker dan lekker achteroverleunen en aan te horen hoe vier voormalig topspelers met elkaar in discussie gaan over voetbal. We hadden een keer een tafel met Van Basten, Gullit, Sneijder en Van der Vaart. Dan ben ik gewoon een toeschouwer die af en toe even een brokje op tafel gooit.” 

En als Peter Bosz en Van Basten in een felle discussie belanden met elkaar, vind je dat dan ongemakkelijk? 

“Tegen het ongemakkelijke aan. Maar dat is wel wat de ervaring brengt. In het begin denk je: goh, wat is dit ongemakkelijk, maar nu ik wat meer ervaring begin te krijgen kan ik dat ongemak ook wel wat meer koesteren. Ik zoek die ‘knetters’ alleen zelf niet zo op. Ik vind voetbal vooral iets wat heel erg leuk moet zijn en wat we ook niet te zwaar en ingewikkeld moeten maken. Als je van schurend ongemak houdt, dan moet je ergens anders zijn. Wij hebben het over voetbal.” 

Mis je af en toe wat luchtigheid aan tafel? Dat het wel heel erg de voetbaldiepte in gaat? 

“Ik snap wat je bedoelt, maar die luchtigheid proberen we er in Rondo wel in te krijgen met het openingsrondje en het slotoffensief. Soms wordt het net iets te serieus. Dat kan ook aan mij liggen. Ik hou van een rustig, goed gesprek. Als je iemand aan tafel zet met een zak vol met rotjes, dan gaat het misschien wat meer knetteren, maar ik ben daar niet naar op zoek. Voor mij is dit goed. Ik hoop voor de kijker ook.” 

Wie is dit seizoen favoriet voor de Champions League? 

“Ik hoop op Liverpool. Maar bij Paris Saint-Germain is zo weinig veranderd en die waren al zo goed, dat ik vermoed dat ze alleen maar beter worden. Als er problemen komen, dan is dat omdat ze amper vakantie hebben gehad. Dat komt door dat belachelijke WK voor clubteams. Echt wanstaltig. Ik heb er geen seconde van gezien.” 

Er is zo veel voetbal. Ben jij bang voor overkill? 

“Aan het einde van een seizoen ben ik wel echt kapot. Vorig seizoen hadden we nog dat EK Onder 21, nadat de climax van de Champions League al was geweest. Dat was een van de eerste momenten in mijn carrière dat ik dacht: ik moet aan het werk. Terwijl dit nooit als werk voelt. Ik was fysiek en mentaal moe en snakte naar de vakantie. Alle formuleringen had ik al een keer gebruikt. Je wordt ook moe van je eigen gelul op een gegeven moment.” 

‘Als je nu leest dat Villarreal-Barcelona in Miami gespeeld moet worden, dan denk ik: waar zijn we mee bezig?’

Dat Paris Saint-Germain afgelopen seizoen de Champions League won, sterkt dat jou in de gedachte dat Ajax of PSV dat ook nog eens kunnen doen? 

“Nee, integendeel. Paris Saint-Germain is gewoon een kanon, toch? Er lopen natuurlijk geen Messi, Neymar en Mbappé meer rond, maar de portemonnee werd alsnog behoorlijk getrokken. Als je iets verder kijkt, is het alsnog een poenerige club, maar wel heel sympathiek op het veld. Daarbuiten heb ik er helemaal niets mee. Het systeem wat achter PSG zit, is niet mijn systeem.” 

Jij houdt van klassieke volksclubs, hè? 

“Jaaa… Everton, Celtic, Sunderland, dat werk! En daar is ook van alles mis, hoor. Maar het echte grote geld, het poenerige en landen die clubs opkopen… alsjeblieft. Ik vind niet dat het voetbal erop vooruit gaat.” 

Maak je je zorgen om de toekomst? 

“Ja, eigenlijk wel. Als je nu leest dat Villarreal-Barcelona in Miami gespeeld moet worden, dan denk ik: waar zijn we mee bezig? Voetbal is er in eerste instantie voor de supporters. Als je besluit het voetbal weg te trekken bij de fans en het onbetaalbaar te maken, dan draai je het voetbal gewoon de nek om. We maken er een computerspel van. Ik maak me daar heel erg zorgen over.” 

Ben je als voetbalkijker ook een romanticus?

“Nee, ik hou vooral van tempo en sfeer. Ik hou van mooi voetbal, maar ik heb er ook geen bezwaar tegen als er een beetje in gekleund wordt. Ik wil vooral mooie shirts, een mooi stadion en gewoon leuk voetbal. Het liefst met 2-2 als eindstand, 3-3 na verlenging en dan nog penalty’s.” 

Een beetje zoals Internazionale-FC Barcelona, de halve finale van vorig seizoen. Hoe lang heb je daar op geteerd? 

“Ik teer er nog steeds op. Tegenwoordig komen er kinderen naar mij toe die vragen: wat is de leukste wedstrijd die je ooit hebt becommentarieerd? Dan hoop je een heel origineel antwoord te geven, maar dat was toch echt deze halve finale. Je hebt van die avonden dat alles lijkt te kloppen. En dit was zo’n avond.” 

Wat maakte deze wedstrijd zo ultiem voor jou? 

“Omdat je het gevoel kreeg dat de tactiek, het spelen met het hoofd, naar de achtergrond ging. Dit was spelen met het hart. Het scoreverloop, de spanning, verlenging, de sfeer én goed voetbal; het was het complete verhaal. Ik was zelf ook in vorm. Dat maakte het ook wel leuk.” 

Minder is meer, zei je eens. Heb je dat ook moeten leren? Veel jonge commentatoren hebben de neiging veel te praten. 

“Ja, maar ik heb de mazzel dat ik al die fouten redelijk op de achtergrond heb kunnen maken. Ik heb jarenlang Jupiler League-commentaar gedaan (de eerste divisie, red.) en daarna veel Belgisch voetbal en Spaanse rechterrijtje-potjes op Sport 1, het latere Ziggo Sport. Ik heb toen veel fouten kunnen maken. Ook omdat sociale media toen minder op commentatoren zat.” 

Heb jij veel last van sociale media? 

“Ik heb geen sociale media meer. Ik vind het een heel ongezond fenomeen, om meerdere redenen. Dus ik lees niet meer wat mensen over mij schrijven. Het komt soms wel tot me, maar ik ga er niet zelf naar op zoek. Tien complimenten wegen even zwaar als een belediging.” 

Bovendien ben je zelf je grootste criticus, toch? 

“Ja, tijdens De Perstribune heb ik gezegd dat ik mij veel aan collega’s irriteer, maar dat wil ik nog wel even nuanceren. Het klopt dat ik me erger aan collega’s, maar ik erger mij ook veel aan mezelf. Als ik mijn eigen commentaar terug hoor, let ik ook op ieder woordje. Ik ben gewoon een vakidioot die er heel veel mee bezig is.” 

Waarom ben je eigenlijk zo kritisch op jezelf? 

“Ik heb geen flauw idee.” 

Heb je dat van huis uit meegekregen? 

“Nee, want thuis zijn ze helemaal niet kritisch. Ik wil dit gewoon heel graag goed doen. Als ik aan het stofzuigen ben, ben ik helemaal niet kritisch, maar als het om mijn eigen werk gaat, ben ik dat juist heel erg. Waarschijnlijk omdat ik het vak zo leuk vind. Dat ik het goed wil doen.” 

Heb jij weleens last van het Rick Brandsteder-complex? 

“Vanwege mijn vader? Nee. Mijn vader is al een tijdje uit het wereldje. Als je mensen van mijn leeftijd nu vraagt wie Leo van der Goot is (voormalig radio-dj, regisseur en programmadirecteur van RTL, red.), heeft het grootste deel geen idee. Dus nee, daar heb ik totaal geen last van. Ik ben wel heel trots op hem. Mijn broer werkt bij Radio 538. Daar word ik meer op aangesproken.” 

Heb je wel iets meegekregen van je vader? 

“Ik denk de genen. Mijn vader is enorm gepassioneerd over vliegen en vliegtuigen. Dat heb ik met voetbal. Hij is ook heel gepassioneerd over het medium tv, het goed willen doen. Maar hij heeft mij nooit bij een knisperend houtvuurtje onder het genot van een glas wijn op het hart gedrukt: jongen, altijd je best doen. Nee. Ik denk dat we gewoon heel erg veel op elkaar lijken.” 

Eigenlijk was het je droom om acteur te worden, toch? 

“Dat dacht ik, ja. Hoewel ik privé helemaal niet van het voetlicht zoeken ben - sterker nog, ik hou van de anonimiteit - wist ik wel dat iets expressiefs doen, acteren of presenteren mij wel lag. Wat vast ook wel iets met mijn vaders achtergrond te maken zal hebben. Het eerste idee was Toneelschool. Die heb ik afgerond, maar ik was vooral niet goed genoeg.

En ook nog niet klaar. Ik had geen zin om in achteraf-theaters te gaan spelen. Daar heb ik gewoon geen passie voor. Een passie die ik wel voor voetbal had, ook toen al op mijn 19de. Toen ben ik naar de School voor Journalistiek gegaan. Die heb ik niet afgemaakt, omdat ik in de weekenden al voetbalwedstrijden monteerde voor RTL.” 

Waar heb je als commentator meer aan gehad: de Toneelschool of de School voor Journalistiek? 

“Het is een combinatie, maar ik denk wel dat Toneelschool heeft geholpen qua stemgebruik, ademhaling en er ‘zíjn.’ Helder, duidelijk spreken, met dictie. En dat gemixt met een goede journalistieke basis. Dat werkt goed.” 

Bij FOX Sports heb je nog even samengewerkt met commentator Theo Reitsma. Wat heb je van hem geleerd? 

“Ik denk die rust. Ik schreeuw natuurlijk veel, maar Theo Reitsma deed dat bijna nooit. Zelfs niet toen Marco van Basten in de finale van het EK ’88 scoorde. Minder kan echt meer zijn, is de school van Reitsma. We zien het met z’n allen. Je hoeft niet meer alles te beschrijven. En tegenwoordig weet iedereen ook al alles van voetballers. Zodra die wedstrijd begint, kunnen we gewoon 90 minuten voetbal gaan kijken met elkaar. Zo sta ik er ook in.” Lachend: “Alleen ik mag praten.” 

‘Ik wil heel graag de geschiedenisboeken ingaan als een van de beste voetbalcommentatoren die Nederland ooit gehad heeft’

Vind je trouwens dat het EK of WK bij de publieke omroep thuishoort? 

“Nee, waarom? Ik denk dat wij net zo goed onze journalistieke taak kunnen vervullen als de NOS. Ik gun het de NOS van harte hoor, en ik vind ook helemaal niet dat het daar weg moet, maar ik denk niet dat de wereld instort als RTL, Talpa of wij het WK gaan uitzenden. Mits er gewoon goede mensen op komen te zitten.” 

Je moet natuurlijk nog wel je droom waarmaken om een WK-wedstrijd van Oranje te becommentariëren. 

“Dat is de droom, ja. Ik heb nu een paar keer de Champions League-finale mogen doen, ik heb Nederlandse clubs ver zien komen in Europa en ik heb met al mijn helden mogen samenwerken, dus dan is dit wel een droom die overblijft. Oranje is echt het summum. Alleen, ik zie mezelf niet bij de NOS werken. Omdat ik niet het idee heb dat de bedrijfscultuur bij mij past. Ik heb het idee dat die soms wat te rechtlijnig is. De rechten zullen echt weg moeten gaan bij de NOS om mij Oranje te laten doen, vrees ik.” 

Verder nog een ambitie? 

“Ik zou heel graag de geschiedenisboeken in willen gaan als een van de beste voetbalcommentatoren die Nederland ooit gehad heeft. Dat vind ik ook het leuke verschil aan commentaar geven ten opzichte van presenteren. Als commentator kun je echt iets nalaten, iets wat blijft hangen in het collectieve geheugen. Teksten van commentatoren kunnen we nog regelmatig oplepelen met elkaar. Ik zou het wel leuk vinden als ik straks als ouwe lul kan denken: ik heb het goed gedaan.” 

Jongste telg uit een mediafamilie 

Wytse van der Goot (Bussum, 4 mei 1982) is de jongste telg uit een mediafamilie. Vader Leo van der Goot was radio-dj en werd later programmadirecteur bij RTL4, zijn oudere broer Jelte kennen we als sidekick op Radio 538. Ook de in Amsterdam woonachtige Wytse zou in de media terechtkomen. Na de Toneelschool ging hij naar de School voor Journalistiek, een opleiding die hij combineerde met zijn montagewerk rond voetbalwedstrijden bij RTL. Via RTL Sport, Talpa, Sport 1 en FOX Sports kwam de fervent wandelaar in 2015 terecht bij Ziggo Sport. Naast zijn werk als commentator presenteert hij sinds 2021 ook Rondo, waar hij het stokje overnam van Jack van Gelder. Van der Goot heeft een vriendin en drie kinderen.