In 2004 rolde het boek Ik was twaalf en ik fietste naar school van de persen. Een meesterlijke titel, want je voelt meteen de dreiging. Het boek gaat over Sabine Dardenne, een van de slachtoffers van kinderverkrachter en moordenaar Marc Dutroux. Ze was, zoals de titel al verraadt, 12 jaar oud toen ze door de Belg van haar fiets werd gesleurd, in een busje werd gedrogeerd en naar een onbekend huis gebracht. Als door een wonder overleefde Sabine haar gevangenschap. Vier andere meisjes hadden dat geluk niet.
Een meisje op een fiets. We kennen het beeld. Zwoegend langs de provinciale weg, op weg naar school. Rode wangen, haren in de wind, tas achterop. Sabine was zo’n meisje. In haar boek beschrijft ze hoe een onschuldig fietstochtje dramatisch kan eindigen als je de pech hebt het pad te kruisen van een gek. De recente moord op Lisa uit Abcoude heeft ons weer eens met de neus op de feiten gedrukt. Vrouwen zijn kwetsbaar. Er is in Amsterdam niet één studente te vinden die niet al een keer op straat is lastiggevallen. “Pssst meisje..!” is de lokroep die in de belevingswereld van sommige jongens een onweerstaanbare openingszin moet voorstellen. Wie het geblèr van de scooter negeert, is volgens diezelfde logica een hoer.
De maatschappelijke onrust rond de moord op Lisa is begrijpelijk. Maar het is ook een reflex. Ik loop lang genoeg mee in dit vak om te kunnen stellen dat ‘het meisje op de fiets’ altijd kwetsbaar is geweest. De lijst van moorden is helaas lang. Andrea Luten (15) uit Ruinen fietste in mei 1993 door het bos, waar ze nooit levend uit terugkwam.
Het tragische is dat de billboards met ‘Wij eisen de nacht op’ vooral machteloosheid kanaliseren, niet gevaar bestrijden
Overbekend is natuurlijk de moord op Marianne Vaatstra (16), in mei 1999. De Delftse Wilma Bres was 32 toen ze in juli 1989 vlak bij huis van haar fiets werd getrokken en doodgestoken. Ook Nicole van den Hurk (15), Anne Faber (25), Sybine Jansons (13), Tanja Groen (18) en anderen kwamen niet meer thuis. Allemaal zaten ze op de fiets. Allemaal hadden ze de pech de verkeerde tegen te komen. Het oogt als een droge opsomming, maar het zijn stuk voor stuk tragedies die levens en gezinnen onherstelbaar hebben verwoest.
Het soort misdrijf is dus van alle tijden. Het grote verschil zit ’m in de aandacht voor het verschrikkelijke drama rond Lisa. De meeste bovengenoemde zaken dateren uit de jaren 80 en 90, toen internet nog niet of nauwelijks bestond en niemand ooit van sociale media had gehoord. ‘Een stukkie in de krant’ en daarmee had je het doorgaans wel gehad. De gedrukte media waren niet genoeg om een massa te beïnvloeden of vol verontwaardiging naar een plein te doen optrekken. Met de nieuwe media is dat een kwestie van, simpel gezegd, één muisklik. Of dat vloek of zegen is, moet de toekomst uitwijzen.
De vraag is nu of alle initiatieven om geweld tegen vrouwen te beteugelen iets zullen uithalen. Billboards, ‘bewustzijnscampagnes’, spandoeken en optochten; ik heb er een hard hoofd in. Want de werkelijke daders bereik je er niet mee. Een man die wordt getriggerd door een meisje, eenzaam fietsend door de nacht, zal op het moment dat hij door zijn zieke driften wordt gedreven echt niet tot inkeer komen omdat hij die middag een billboard met ‘Wij eisen de nacht op’ heeft gezien. Wie kwaad wil, laat zich niet corrigeren door een slogan op een spandoek. Het tragische is dat dit soort acties vooral machteloosheid kanaliseren, niet gevaar bestrijden. Het geeft ons het gevoel dat we íets doen, maar het verandert niets aan het risico van het meisje dat morgenochtend gewoon weer op haar fiets stapt.