Lifestyle

Hoppen over de Wadden: verslaggever maakt biertrip op Texel, Vlieland, Terschelling en Ameland

Een epische biertocht, anders valt het bezoek dat onze verslaggever Ryan Claus bracht aan vier brouwerijen op evenzovele Waddeneilanden niet te omschrijven.

Ryan Claus
Biertrip op de Waddeneilanden

Op een warme woensdagochtend, begin deze maand, staan fotograaf Joris en ik op station Deventer. We zijn allebei uitgeslapen, goedgehumeurd en licht overmoedig. De missie: vier Waddeneilanden in drie dagen evenveel bierbrouwers bezoeken en een kater creëren van hier tot Rottumerplaat. De eerste uitdaging: de loodzware e-bikes van mijn schoonouders in de NS-trein tillen. Terwijl ik sta te hijgen, maakt Joris droge opmerkingen over mijn absurd volle fietstassen.

“Waarom heb je in godsnaam zoveel mee voor twee nachtjes?” Zijn favoriet is mijn plantenspuit-met-waaier, een log bakbeest dat in een rugzak al overdreven zou zijn, laat staan bungelend aan een fietstas. De treinreis verloopt soepel, maar er hangt een lichte spanning: de eerste pont missen zou meteen funest zijn voor onze hele planning. In Den Helder stappen we opgelucht aan boord. De overtocht is kalm, maar druk.

“Hoogseizoen hé,” luidt de korte maar krachtige toelichting van een stuurman. Hij wijst naar een groepje Duitse toeristen, hevig lurkend aan flesjes Skuumkoppe. Het is pas elf uur, maar het vakantiegevoel vloeit al rijkelijk. Eenmaal op Texel scheurt Joris ervandoor op standje vijf. Voor iemand die niet drinkt heeft hij opvallend veel haast. Wellicht is hij sneller met zijn minimale bagage. Ik koel mijn gezicht af met mijn plantenspuit en haast mij achter hem aan. Op naar het bier.

Tesselaar is hard op weg het favoriete bier van Texel te worden. Brouwer Maurice Diks: ‘We mikken dit jaar op een productie van 360.000 liter bier’

Na een klein half uurtje fietsen langs de uitgestrekte velden en rechte wegen van Texel arriveren we bij de Tesselaar Familiebrouwerij van Sander, Marinka en Jasper Diks, net buiten Den Burg. De pater familias, Maurice, vangt ons op alsof we de eerste excursiegroep van de dag zijn. We krijgen geen persbehandeling, maar het hele programma voor betalende bezoekers: film, presentatie, rondleiding, proeverij. Het is tegelijk komisch en ontwapenend.

Maurice Diks blijkt de grote man achter ’s lands populairste biertje, de Skuumkoppe. Juist ja, van die andere brouwerij op Texel. “Dat recept heb ik in 2003 bedacht, toen ik daar nog werkte als brouwer,” vertelt hij tijdens zijn presentatie. “Bij de Texelse Bierbrouwerij is mijn passie voor bier begonnen. Dat was in 1999. Ik was net gestopt met mijn eigen bedrijf in vleesconserven, toen ik twee weken op de brouwerij van mijn buurman mocht passen. Dat was destijds dé Texelse bierbrouwerij.” 26 jaar later concludeert Maurice: “Die twee weken zijn redelijk uit de hand gelopen.” 

Met volgeladen fietstassen Texel op.

Favoriete bier

Bij die brouwerij, die vijf jaar geleden werd overgenomen door Heineken, is Maurice dus allang weg. “Een meningsgeschilletje. De koek was op.” Het was zijn dochter Marinka die hem overtuigde opnieuw te beginnen met de woorden: “Pap, voor het eerst in je leven heb jij geen plan. Zullen we samen wat ondernemen?” In 2017 startten ze de nieuwe brouwerij, pal in de schaduw van de Texelse biergigant. Zes jaar later is Tesselaar hard op weg het favoriete bier van het eiland te worden. “Ik zie de Texelse Brouwerij niet als concurrent,” zegt hij over zijn oude nest. “Ik denk dat zij meer last hebben van ons dan wij van hen. Wij maken bier van Texel, met het graan van het eiland, voor de mensen van het eiland. Doe normaal, drink lokaal.”

De goedlachse Tesselaar-brouwer Maurice Diks.

De rondleiding voert langs twee glimmende, met schapenwol geïsoleerde ketels uit 1967. Net als we langslopen, steekt ineens het hoofd van zoon Sander eruit, druipend en rood van de hitte. Hij is de ketel aan het schoonmaken. “Het enige nadeel van dat mooie koper is dat je het met de hand moet schoonmaken,” zegt Maurice. “Het voordeel: het ziet er fantastisch uit, en het geleidt warmte overal even goed.” De installatie — grotendeels zelf verbouwd en verhuisd — maakt indruk. Net als de rest van deze gigantische brouwerij. “We mikken dit jaar op een productie van 360.000 liter bier,” zegt Maurice trots. “In de meeste tentjes op Texel vind je onze biertjes al.” Dan loopt zoon Jasper voorbij: “Daarover gesproken: sappie?” 

Terwijl Maurice in het sfeervolle proeflokaal een Strandstruner voor mij tapt, vertelt hij hoe leuk het is om met zijn gezin een onderneming te runnen. “Ik gun elke ouder de relatie die ik heb met mijn kinderen. We zijn collega’s, maar ook gewoon vrienden. Iedereen doet hier wat hij leuk vindt: Jasper organiseert alles, Sander brouwt, Marinka doet finance en marketing. Helma, mijn vrouw, zorgt dat er altijd natjes en droogjes zijn. Dit voorjaar hebben wij de brouwerij overgedragen aan onze kinderen, dus eigenlijk hangen wij er nu maar een beetje bij. Ook niet verkeerd. Proost!”

Het bieroeuvre van de familie Diks.

En daar staat ie, voor mijn neus: het eerste biertje van de trip. Amberkleurig, schuim als vers aangespoelde branding. De Strandstruner glijdt naar binnen. “Hmmm, lijkt op de Skuumkoppe,” flap ik eruit. Vloeken in de kerk. Maurice glimlacht: “Dat mag je niet hardop zeggen. Maar hij is overal vergelijkbaar, ja.”

Later die middag laten we Texel achter ons en stappen aan boord van De Vriendschap. Dit charmante bootje pendelt in de zomermaanden tussen Texel en het zuidelijkste puntje van Vlieland. Klein, laag op het water, en met een ouderwetse geur van zout, diesel en vers hout. Vanaf het dek kijk je uit over een zee die glinstert onder een mild zonnetje. De kapitein nodigt ons uit in de stuurhut, waar we nippend aan een Tesselaar Eilandkriebel meekijken hoe hij koers houdt tussen zandbanken en ondieptes. “Misschien zien we nog een zeehondje,” zegt hij.

Drie minuten later kijken we naar een drooggevallen zandplaat met daarop tientallen zeehonden. Smartphones klikken, kinderen gillen enthousiast. Eenmaal aan land volgt het tweede deel van de reis: de Vliehors Expres, een knalgele terreintruck die over de ‘Sahara van het Noorden’ dendert, een eindeloze zandvlakte aan de zuidkant van Vlieland. We passeren militair oefenterrein, schelpenbanken en een horizon die nergens doorbroken wordt. “Lijkt wel een sciencefictionfilm,” zegt Joris. “Alsof we de laatste mensen op aarde zijn en naar een nieuwe planeet worden vervoerd.” Voor iemand die niet drinkt heeft hij opvallend veel fantasie. 

Een goed gesprek onder een dito glas.

Rond half negen ’s avonds en na een dampende traybake van zeebaars, gamba’s en kabeljauw, kloppen we aan bij Fortuna Vlieland, de prachtige brouwerij van locals Bojan Bajic en Gosse Beerda. Sinds 2019 ligt dit strak en doordacht ontworpen pand verscholen in de duinen, op nog geen vijf minuten fietsen van de terrasjes van Oost-Vlieland. We worden er ontvangen door brouwer Wobbe Posma, een man die er geen gras over laat groeien. “Jullie zullen wel dorst hebben?” Altijd. Aan de sfeervolle bar op de eerste verdieping schenkt Wobbe ons een ijskoude Wappie Tappie in. “Onze hardloper,” zegt hij.

“Een New England IPA, laag in bitterheid, hoog in fruitigheid. Echt zomerbier.” Beneden, tussen ketels, gistingstanks en bottelmachines, tapt hij een primeur in ons glas: het nieuwe festivalbier voor Into The Great Wide Open. Daarna nog een frisse Weizen, rechtstreeks uit de tank. “Verser bestaat niet.” Voor een brouwerij die ooit bedoeld was als alcoholvrije brouwerij, beging ik hier aardig scheef te lopen.

Vlielander Wobbe Posma: ‘Als ik door de duinen loop en iets pluk waarvan ik denk: hier moet ik een bier mee maken, dan weet ik dat ik op de juiste plek zit’

“Toen Bojan en Gosse met deze brouwerij begonnen, wilden zij eigenlijk bier maken met Vlielands water en kruiden, maar zonder het enige ingrediënt dat echt ongezond is: alcohol,” vertelt Wobbe. “Bojan wilde zelf ook minderen, misschien speelde dat mee.” Commercieel bleek dat lastig. “We maken nu bieren met relatief weinig alcohol. Toegankelijk, doordrinkbaar. Als mensen op ons terras zitten, moeten ze zin hebben in een tweede en misschien een derde glas.” 

Kroatische vluchteling

Het verhaal van Bojan Bajic, de bedenker van Fortuna, is even indrukwekkend als de schuimkraag van mijn Wappie Tappie. Als jonge Kroatische vluchteling kwam hij naar Nederland, na meerdere keren te zijn gevlucht in de Balkan. Eerst Harlingen, daarna Terschelling, uiteindelijk Vlieland, waar toen nog een klein asielzoekerscentrum was. “Niet iedereen omarmde hem meteen,” zegt Wobbe. “Kleine gemeenschappen zijn soms gesloten. Maar hij heeft doorgezet. Nu kijkt 95% van het eiland met respect naar wat hij heeft opgebouwd. En die andere 5%… die heb je overal.”

Wobbe Posma leidt het bezoek rond door de Fortuna Vlieland-brouwerij.

Wobbe zelf kwam drie jaar geleden in de brouwerij terecht via een toevallige ontmoeting met Bojan. “Ik zat al mijn hele leven in de sales, maar wilde iets ambachtelijks doen. Iets met geuren, smaken, natuurlijke processen. Toen mijn werkgever failliet ging, belde Bojan: Weet je nog dat ik een brouwer zocht? Op mijn eerste dag gaf hij me twee recepten en zei: Ik ga op vakantie, succes. Zo heb ik het vak geleerd.” Graan, hop en gist moeten voor de vijftien verschillende bieren van Fortuna van het vasteland komen, maar het Vlielandse karakter zit in de smaakmakers.

“Ons water is ongefilterd duinwater, volgens kenners het beste ter wereld. Dat is de basis van elk glas. En we plukken zelf kruiden uit de duinen: duindoorn, cranberries, rozenbottel.” Het woord ‘droombaan’ valt geregeld als Wobbe over zijn werk praat. “Ik werk met de natuur, met smaken. Als ik door de duinen loop en iets pluk waarvan ik denk: hier moet ik een bier mee maken, dan weet ik dat ik op de juiste plek zit.” Veel van zijn bieren hebben een eilandverhaal. Zoals de Wappie Tappie, vernoemd naar Jan Houter, een markante eilandfiguur. Of ‘Op Heit’, een Weizen verrijkt met honing van bijen die ooit door Hotel Posthuys-eigenaar Durk naar het eiland zijn gebracht. “Zo maak je van horecaondernemers ambassadeurs,” zegt Wobbe. “En van bier iets dat mensen hier willen drinken.” Daar drink ik nog een Wappie Tappie op. 

Die nacht slapen we prinsheerlijk in Zeezicht, een hotel dat zijn naam helaas niet vanuit iedere kamer waarmaakt. Ik word pas om half tien wakker en laat een tevreden bierboertje ontsnappen. Joris heeft er dan al tien kilometer hardlopen over het strand, een douche én een ontbijt op zitten. Verschil moet er zijn. De overtocht naar Terschelling is een eenvoudige: met de praktische boot van Rederij Doeksen, hup van het haventje van Vlieland naar de haven van West-Terschelling. Half uurtje varen, hooguit. Of we daar straks daadwerkelijk welkom zijn, bij Bierbrouwerij Schoemrakker? Geen idee. Na vijf onbeantwoorde mailtjes en één vergeefs belletje – drie maanden geleden, met een krakende eilandverbinding – is het gissen. Maar dat hoort misschien ook wel bij de charme van de Wadden: wie hier iets wil, moet vooral niet te veel haast hebben. 

In West-Terschelling zelf is het al vroeg druk. Door de rolkoffers en dagjesmensen heen vinden wij onze weg naar ons enige aanknopingspunt: Eetcafé Storm, aan de Torenstraat. Van buiten oogt het er donker en verlaten, alsof het café nog slaapt. Dan zwaait de deur ineens open. “Ah, de mannen van Panorama! Jullie zijn vroeg! Kom binnen. Biertje?” Jan-Sieko Mast, cafébaas én medeoprichter van brouwerij Schoemrakker, verontschuldigt zich voor de ‘rommel’ in de enige brouwerij van Terschelling, in een oude schuur achter zijn café. Hier geen roestvrijstalen glanspaleis, maar een bonte verzameling zelfgebouwde tanks, koelmotors en tweedehands ketels uit Duitse discotheken.

Veilig op Terschelling. Daar moet maar weer eens op gedronken worden.

“We werken met de oudste spullen en de oudste brouwer,” grijnst Jan-Sieko. “Alles wat je hier ziet, heeft Jetze, onze meesterbrouwer, zelf gelast of in elkaar gezet.” Waar op Texel (Tesselaar) en Vlieland (Fortuna) de bezoekers via strakke presentaties en glimmende tapzalen worden verleid, is het hier puur en ongepolijst. “Gelikt is niks voor ons,” zegt Jetze de Beer, een markante eilander die elke drie zinnen een dijenkletser laat vallen. “Dit is ambacht. Handen-en-voetenwerk. Als je hier binnenstapt, moet je wel weten waar de slangetjes lopen, anders kom je er niet uit.” Nog voor de klok half elf slaat, sta ik met een glas Halmblond te kijken naar het intensieve ‘bottelen’: duizenden biertjes die semiautomatisch in flesjes worden gegoten. Mijn schuimkraag is nog niet gezakt of Jetze zet ook een glaasje huisgestookte  rum neer. Alcoholpercentage: 66%. De dag kan beginnen.

Brandaan, Bolle Bries en Boze Griet

De oorsprong van deze brouwerij ligt ver van de Wadden. “We kennen elkaar van de bergsport,” vertelt Jetze de Beer, met zijn 75 jaar veruit de oudste actieve brouwer op de eilanden. “We hebben samen in Afrika, Argentinië en Rusland bergen beklommen. Daar, hoog in de sneeuw, krijg je tijd om te praten. Toen zei ik: Zullen we bier gaan maken?” Jetze brouwde toen al hobbymatig thuis. “Daar ben ik mee begonnen in 2012, met een klein pannetje bier dat ik op het strand uitdeelde. Geen idee van het alcoholpercentage, maar iedereen vond het lekker.”

Mijn schuimkraag is nog niet gezakt of de markante eilander Jetze de Beer zet ook een glaasje huisgestookte rum neer. Alcoholpercentage: 66%. De dag kan beginnen

Het bleef kabbelen tot hij met Jan-Sieko en een derde compagnon in gesprek raakte. In 2014 werd Schoemrakker officieel geboren. De bieren, met namen als Brandaan, Bolle Bries en Boze Griet, zijn inmiddels op zo’n beetje elk terras op het eiland te krijgen, van Het Raadhuis tot strandtent Paal 8. In het hoogseizoen is de productie amper bij te benen. “Het eiland telt vijfduizend inwoners, maar in de zomer zitten hier dertigduizend toeristen,” rekent Jan-Sieko voor. “Dan gaat het hard. Wij bottelen alles zelf. Morgen weer een paar duizend flesjes. En ja, dat gaat nog allemaal met de hand.” Voor Jetze betekende de start van de brouwerij een carrièreswitch op zijn 64ste. Met een gouden grijns: “Mooi toch?”

Zelfs nu, op zijn 75ste, is hij bijna dagelijks in de brouwerij te vinden. Is het niet voor nieuwe brouwsels, dan wel voor zijn eigen gestookte rum, gin, limoncello en advocaat. “Zolang ik fit ben, blijf ik brouwen en stoken. Misschien tot ik 90 ben. Er is altijd wel een nieuw project. En als het niet lukt, dan hebben we in ieder geval wat lekkers om op te drinken.” 

Met die prettige uitsmijter op zak zetten we koers richting alweer de laatste aanmeerplek van deze biercruise: de Amelander Bierbrouwerij. Hemelsbreed niet eens zo gek ver weg, maar vanwege zandbanken, getijden en de grillen van het weer zit er niets anders op dan eerst terug te keren naar het vasteland. Dus: pont naar Harlingen, fietsen naar Holwerd (46 kilometer), en van daaruit de boot naar Ameland.

De eerste helft van de fietstocht is genieten. Wind in de rug, 25 graden, langs dijken vol schapen en door lege polders met dat heerlijke ‘middle of nowhere’-gevoel. Maar na een uur verandert het decor: minder schilderachtig, meer asfalt, en ik voel langzaam een houten reet opkomen. We kijken steeds vaker naar de klok. Geen tijd om te stoppen. In Holwerd halen we de boot net op tijd. Opluchting maakt plaats voor triomf.

Ik vier het met de lekkerste roze koek ooit – en nog één. Op de pont gaat er een Amelands Blond in. Zelden smaakte een biertje zo verdiend. Op Ameland zelf blijkt het feestweek. Tussen de optredens lopen we vaak snel weer door, maar bij de vrolijke beats van Aarde aan Daan en Zoë Low blijven we hangen. Het hoogtepunt – of dieptepunt, dat is een kwestie van smaak – is DJ Bamischijf Alle Sausjes. Hij bakt bamischijven in een meegebrachte airfryer en overgiet ze op het podium met werkelijk álle sausjes die je maar in een snackbar kunt krijgen. Als een gewillig meisje op de eerste rij zich laat onderspuiten met currysaus, besluiten we dat het voor ons tijd is om te gaan slapen.

Met een biertje in de hand naar Ameland.

Beerwall of fame

De volgende ochtend fietsen we van ons hotel in Nes een paar kilometer dieper het eiland in, naar de Amelander Bierbrouwerij van Eva en Doeke Visser. Een paradijsje voor bierliefhebbers, met een zonnige biertuin waar je moeiteloos de hele middag blijft hangen. Ook binnen is het genieten, met een prachtig, hoog plafond met oude balken en een prachtige ‘beerwall of fame’, met honderden bierflesjes van over de hele wereld.

“Dit was ooit de boerderij van mijn opa,” zegt Doeke. “In 2008 hebben we het omgebouwd tot een bierbrouwerij.” Hij glimlacht breed: “Nooit spijt van gehad.” Het is 10:30 uur ’s ochtends. Na twee dagen eilandhoppen, speciaalbier proeven en lange fietstochten protesteert mijn lijf even, maar voor me staat een houten plankje met drie glazen. Amelander kaas en worst ernaast. De zon op mijn gezicht. De eerste slok van de frisse Weizen doet de rest. De eerste Duitse toeristen van de dag volgen ons voorbeeld.

Eva Visser van de Amelander Bierbrouwerij toont de brouwketels.

“Iedereen weet ons te vinden, zowel toeristen als de eilanders zelf. Vanaf dag één is ons bier omarmd,” vertelt Eva. “We zijn de enige brouwerij op Ameland. Dat helpt, maar ons succes zit ook in de sfeer. Mensen zitten hier bij ons, bij de brouwer en zijn vrouw, en krijgen hun patatje soms van Doeke zelf. Geen opsmuk, maar wél goed bier.” Reclame maken doen ze nauwelijks. Het eiland doet dat voor hen. “Als de eilanders je plek aanraden aan hun gasten, ben je binnen. Iedereen hier heeft iets met toerisme. Dat is goud waard.”

Ook een ochtendbiertje glijdt prima langs de huig.

Tussen de vaste tien bieren (van zacht blond tot stevige stout) brouwt Doeke steeds kleine oplages seizoenbieren. “Vaste gasten willen altijd iets nieuws. Een andere hop, een lokale twist, zoals cranberries uit de duinen.” Soms brouwen ze voor het goede doel. Ik nip nog maar even aan een Madness IPA, gebrouwen voor het gelijknamige festival. Vijf hopsoorten en cranberry. Zonnig, fruitig en met een klein bittertje dat blijft hangen. Een beschrijving die ik dit fantastische bieravontuur ook zou toedichten. Op een kleine wijziging na: zonnig, fruitig en met een klein katertje dat blijft hangen. 

Premium
Je hebt zojuist een premium artikel gelezen.

Online onbeperkt lezen en Panorama thuisbezorgd?

Abonneer nu en profiteer!

Probeer direct