Micha Jacobs
Vraagje: wordt er nog weleens gevoetbald zónder minuut stilte vooraf of een applaus als eerbetoon? Dertig jaar geleden stonden we slechts bij hoge uitzondering stil bij iemands dood, en alleen als iemand iets had betekend voor het Nederlandse of internationale voetbal of wiens dood voor een schok in de hele voetbalwereld zorgde, zoals onlangs die van Diogo Jota en zijn broer. Tegenwoordig is dat echt anders, heb ik het idee. Nu staan we al stil bij de dood van de hond van de buurman van een voormalige jeugdspeler die nooit doorbrak.
Aan elke minuut stilte gaat de dood vooraf en ik zal de laatste zijn die daarmee spot, laat staan dat ik over het verdriet van een ander ga, maar het valt me op dat er bijna geen wedstrijd meer voorbijgaat zonder moment van stilte. Gaan er tegenwoordig meer mensen dood? Waarschijnlijk, ook onze voetbalhelden vergrijzen als een malle. Maar ik denk ook dat we steeds vaker stilstaan bij particulier verdriet, van een supporter, een bestuurder of een suppoost, en niet meer alleen bij de dood van een oud-international of voormalige bondscoach.
Ik bedoel: ik vond dat applaus in de 22ste minuut tijdens Go Ahead Eagles-Ajax prachtig, en de dood van een peuter wiens vader seizoenkaarthouder van Go Ahead is en tevens oud-jeugdspeler tragisch, maar dertig jaar geleden was het ondenkbaar dat daar een wedstrijd voor werd onderbroken. Nu lijkt het eerder regel dan uitzondering, waardoor zo’n moment alleen maar in kracht afneemt, vind ik. Alsof een wedstrijd niet meer zonder kan.
De inflatie van zo’n eerbetoon zie je overigens ook in het buitenland. Dat werd pijnlijk duidelijk toen begin dit jaar in Bulgarije een minuut stilte werd gehouden voor iemand die helemaal niet dood bleek te zijn. De club Arda Kardzhali dacht dat oud-speler Petko Ganchev was overleden en organiseerde een minuut stilte, tot schrik van zijn vrouw die voor de tv zat en hem in paniek belde.
“Petko, ze zeggen dat je dood bent!” schreeuwde ze, terwijl hij onderweg was naar huis. Hij wist er alles van: zijn telefoon ontplofte door alle appjes die hij al had gekregen. “Levend begraven worden is echt heel stressvol,” zei hij daarover met een knipoog. “Toen ik dat verschrikkelijke nieuws hoorde, heb ik voor mezelf toch een borrel ingeschonken.” Kolderiek natuurlijk, maar ook exemplarisch voor de herdenkingsdrang die steeds meer om ons heen slaat.
Het Nederlands elftal speelt volgende week tegen Polen en Litouwen: wedden dat daar ook een minuut stilte wordt gehouden?
Edwin Struis
Niet al te cynisch worden hè, mijn waarde. Zo’n onderbreking als tijdens Go Ahead Eagles-Ajax voor de kleine Jesse past helemaal in de maatschappelijk betekenis die voetbalclubs óók hebben, zeker in een relatief kleine gemeenschap als Deventer. Daar hakt de dood van zo’n ukkie er stevig in, onderschat dat niet. Het is ook goed als verbindingsmiddel naar beide supportersgroepen toe, dat er belangrijkere zaken zijn dan een potje voetbal op de zondagmiddag. Hoe verwoordde de befaamde Liverpool-manager Bill Shankly het ook alweer? “Voetbal is geen zaak van leven en dood; het is veel belangrijker dan dat!” Totale nonsens natuurlijk.
Een minuut stilte hoort onlosmakelijk bij het voetbal, al zie ik het liever anders ingevuld. Met applaus inderdaad. Of met klassieke muziek, zoals ik het een keer in Italië meemaakte. Geen idee wie er toen overleed, maar ik was enorm onder de indruk. Met muziek en handgeklap ondervang je natuurlijk het grootste probleem: die van eencelligen die hun stoerheid in groepsverband graag willen benadrukken door oerkreten te slaken tijdens de gewijde stilte.
Hoe vaak is het niet voorgekomen dat zo’n ‘minuut’ na een seconde of twintig, dertig al werd afgeblazen (letterlijk) door de scheidsrechter of een andere official? Ik kan me ook voormalig FIFA-zakkenvuller Sepp Blatter herinneren die een minuut stilte voor de overleden Nelson Mandela aankondigde, maar de boel al na 11 seconden afkapte. Waarom weet ik niet, waarschijnlijk omdat ie toch het liefst zichzelf hoorde praten.
Jij hebt het over een overkill (excusez le mot) aan stilteminuten, maar het zijn ook niet de minsten die ons de laatste tijd ontvallen zijn. Binnen een jaar kanonnen als Johan Neeskens, Rinus Israel, Ove Kindvall en op een wat lager niveau Joop van Daele en Dick Schneider, het is ook allemaal niet niks. Het zou bijzonder cru zijn als deze over het algemeen legendarische voetballers niet herdacht zouden worden in de stadions.
Maar de grote lakmoestest volgt natuurlijk op 4 september als Oranje het in de Johan Cruijff Arena opneemt tegen Polen, zoals jij al memoreerde. Want er is ons onlangs nóg een oud-international ontvallen. Achter de naam van Martin Laamers staan twee invalbeurten in het Nederlands elftal, bij elkaar goed voor 55 minuten. Afgaand op jouw woorden monden die twee interlands uit 1989 en 1990 vanzelf uit in een minuut stilte, maar ik denk dat dat wel meevalt. Al zijn er volgende week in ruimer verband (denk inderdaad aan Diogo Jota, maar ook aan Jorge Costa) best nog wel wat voetballers te eren.