Als wij ‘fatbike’ zeggen, schiet jij dan meteen in de vlekken? Waarschijnlijk wel, hè. Daar kan dat ding natuurlijk niks aan doen, wel de overlast veroorzakende jongeren die erop zitten. Geen helm op, veel te hard rijden, de hele weg claimen, intimideren, middelvingers opsteken, spugen, dat soort dingen.
En dan te bedenken dat de ‘fiets’ ooit bedoeld was om hulpbehoevenden, zoals ouderen en mensen met een lichte lichamelijke beperking, het leven makkelijker te maken. Eigenlijk is het niet meer dan een tweewieler met dikke banden die in Alaska ooit werd geïntroduceerd om door extreme weersomstandigheden te kunnen rijden, zoals sneeuw en ijs, gecombineerd met een elektrische fiets die trapondersteuning biedt. Het beste van twee werelden dus, maar ook een ‘treitertractor’ waarmee jongeren maar al te graag elke verkeersregel aan hun laars lappen. En wij maar schelden ja, terwijl het in de jaren negentig eigenlijk niet anders was.
Toen hadden we geen fatbikes, maar Citta’s zoals de Vespa Gilera Citta-scooters werden afgekort. Met officieel ‘slechts’ 25 kilometer per uur uitermate geschikt voor oudere verkeersdeelnemers, maar vooral omarmd door de jongeren van toen die de scooter opvoerden tot een racemonster van ongekende proporties. Want hoe harder hij kon, hoe groter je status, zo simpel was het.
‘Verhalen over iemand van zijn Citta trappen met een mes of een knuppel, hartstikke tof!’
In 1990 schreven we een wonderlijke reportage over de rage van toen, of beter gezegd: de ravage, want Citta’s waren een magneet voor problemen, net als fatbikes nu. Niet zelden werd je ervanaf getrapt, soms zelfs onder bedreiging van een mes of honkbalknuppel. Het droeg alleen maar bij aan de mythevorming van de van oorsprong Italiaanse scooter, zei een anonieme jongen destijds: “Die verhalen over iemand eraf trappen met messen, knuppels en zelfs pistolen maken het juist spannend. Tof gewoon. Totdat je het zelf meemaakt, dan stap je toch af. Zo van: alsjeblieft, moet je er nog een strik omheen? Sleutels? Geld? Papieren?”
Als je minder bang was aangelegd, beschermde je je scooter en jezelf ook met een mes of ketting, maar vaak ook met een schroevendraaier. De politie kon die niet van je afpakken, omdat het geen wapen was en omdat je die misschien nodig had bij pech onderweg. Maar ondertussen was het ook veruit het populairste ‘wapen’.
Steekpartijen met schroevendraaiers waren talloos, maar volgens de toenmalige Amsterdamse politiewoordvoerder Klaas Wilting was er in Amsterdam in de jaren negentig geen sprake van een jeugdbendeoorlog. Maar daar dachten de Amsterdamse jongeren toch echt anders over. “Ze vallen niet op, maar ze zijn er wel,” zei weer een anonieme Citta-rijder. Volgens hem was Black Power Passie de grootste scooterbende, voornamelijk opererend rond het Amsterdamse Leidseplein. “Iedereen zou wel bij die club willen horen,” vertelde hij. “Want dan ben je veilig. Als iemand dan ruzie met je zoekt, kun je altijd zeggen: Kijk uit, jongen.”
Zijn Citta was zijn lust en zijn leven: “Toen mijn tante er eentje kocht, dacht ik: wauw, wat een lelijk ding! Daar ga ik nooit op zitten. Nu rijdt iedereen erop en vind ik ’m opeens mooi.”
Citta’s en fatbikes: eigenlijk is het één pot nat. En zoals je Citta’s bijna niet meer ziet in het straatbeeld, zal het met fatbikes waarschijnlijk ook gaan. Nog even volhouden!