De Marokkaanse kustplaats Al Hoceima zucht onder de hitte van de zon op deze 31ste juli 2023. Het is hoogseizoen, de stad bruist. Auto’s met Nederlandse kentekens staan bumper aan bumper in de smalle straten. Langs de boulevard vloeien Riffijns, Arabisch en Rotterdams moeiteloos in elkaar over. De zomer op z’n best, al wordt de zilte geur van de Middellandse Zee soms verdrongen door uitlaatgassen en zoete rookwolken uit shisha’s.
Voor de lokale ondernemers zijn het topweken. Toch klinkt er ook gemopper. De prijzen stijgen: cafés, strandtenten en marktkramen rekenen bedragen die veel inwoners niet meer kunnen betalen. Op het populaire strand van Sfiha gaat een blikje fris voor omgerekend vijf euro over de toonbank en voor een strandbedje wordt per dag een ander woekertarief gevraagd.
Onder de zonaanbidders ook twee neven uit Rotterdam: Soufiane B. (29) en Hicham Kaichouch (25). Hun vakantie is geen onschuldig familie‑uitje. Er sluimert al weken een conflict over geld, drugs en loyaliteit. In Rotterdam voelden bekenden van hen de spanning, in Al Hoceima is die alleen maar verder opgelopen.
Soms mijden de mannen elkaar, maar op deze maandag komt het dan toch tot een confrontatie. Het begint met een woordenwisseling die snel feller wordt. Toeristen kijken om, eerst nieuwsgierig, dan met ongemak. De dreiging hangt in de lucht. Dan opeens een snelle beweging. Soufiane grijpt in zijn broekzak, een mes flitst in het zonlicht. Hij stapt naar voren en steekt de totaal verraste Hicham neer. Althans, dat is hoe de politie het later optekent uit de mond van getuigen. Zelf zou B. later zeggen dat het ‘per ongeluk’ was gegaan, tijdens een worsteling.
Hoe dan ook: Hicham grijpt naar zijn hartstreek en zakt in elkaar. Iemand gilt om een ambulance, maar hulp mag niet meer baten. Soufiane kijkt niet op of om en maakt zich snel uit de voeten. Langs strandtenten, over de boulevard, door de nauwe straten van de stad. Binnen enkele uren zit hij in een auto met zijn vader, op weg naar Melilla, de Spaanse enclave in Noord‑Marokko. Vandaar nemen ze de veerboot naar het vasteland van Spanje. Onderweg gooit hij zijn telefoon in zee; gauw weg met de berichten, locatiegegevens en belhistorie.
In Al Hoceima verspreidt het nieuws zich razendsnel. In Rotterdam, ruim 2300 kilometer verderop, weet de Marokkaanse gemeenschap het bijna net zo snel. Op TikTok verschijnen foto’s van Soufiane met oproepen om naar hem uit te kijken. Er wordt openlijk gezinspeeld op wraak. En die laat niet lang op zich wachten. In de nacht van 3 op 4 augustus 2023 ontploft in de Rembrandtstraat in Rotterdam een zware vuurwerkbom voor Soufiane’s woning. De knal blaast ramen uit de kozijnen. Niemand raakt gewond, maar de boodschap is duidelijk.
Een maand later, in de nacht van 4 op 5 september, volgt een tweede explosie bij hetzelfde huis. Op 9 september wordt Soufiane B. in Rotterdam aangehouden. Een uitleveringsverzoek van Marokko blijft uit; het Openbaar Ministerie besluit hem in Nederland te vervolgen, best uitzonderlijk voor een moord die in het buitenland is gepleegd. Tijdens de eerste zitting houdt B. het kort. “Ik wil naar huis. Maar ik zeg verder niets vanwege de doodstraf in Marokko.”
Zijn advocaat benadrukt dat hij om die reden vreest voor uitlevering. Het OM weigert hem echter die garantie te geven. Intussen sleept de zaak zich voort, zonder uitzicht op een snelle inhoudelijke behandeling. Er is nog geen sectierapport en ook ontbreekt duidelijkheid over mogelijke camerabeelden waarop de steekpartij eventueel te zien zou zijn. De moord in Al Hoceima blijft voorlopig een open wond. Voor de familie, voor de Marokkaanse gemeenschap in Rotterdam-Noord en voor iedereen die die zomer naar de Rifkust kwam om even alles achter zich te laten.
Horror aan Hollandse kust
De dodelijke steekpartij in Al Hoceima laat zien dat een strand niet altijd het decor is van zon, zee en zorgeloosheid. Waar mensen samenkomen, waar spanningen oplopen en oude vetes meespelen, kan een zomerse idylle in seconden omslaan in geweld. Het is een patroon dat we vaker hebben gezien, ook hier aan onze eigen kust.
Zandvoort, 21 april 1972
Voor een van de eerste strandmoorden in de misdaadarchieven gaan we terug naar 21 april 1972. Het is een frisse voorjaarsdag, maar uit de wind en in de zon is het prima uit te houden. Henk Maertens, caféhouder in Zandvoort, zit bij een strandtent en geniet van een rustig moment. Hij heeft niet in de gaten dat, iets verderop, iemand doelgericht zijn kant op loopt: het is Jaap J., souteneur (pooier, zo u wilt) uit Amsterdam.
Tot voor kort was Nel P. – een succesvolle prostituee – Jaaps vriendin én belangrijkste bron van inkomsten. Nu woont zij bij Maertens. Alsof dat nog niet genoeg is, is ook Jaaps auto verdwenen. Jaap denkt dat Henk goede sier maakt in de BMW. In het uitgaansmilieu, waar gezichtsverlies fataal kan zijn voor je status, is dit een dubbele klap.