Sport

Week van Toen: Het palingvoetbal is weer terug (1987)

Elke week poetsen we een pareltje op uit het rijke archief van Panorama (anno 1913). Deze week, uit editie 22, 1987: ‘Het mirakel van Volendam’

Redactie Panorama Leestijd 2 minuten
Week van Toen

Denk je aan Volendam, dan denk je waarschijnlijk aan Jan Smit, aan zijn zus, aan Nick zonder Simon, aan Simon zonder Nick of aan Mona Keijzer met haar lange witte haren. Aan een visje op de Dijk misschien of aan al die toeristen die een foto in klederdracht willen maken. Wij denken natuurlijk aan de Heen-en-Weer, de plaatselijke FC die komend weekend weer zijn opwachting maakt in de eredivisie (zaterdag 9 augustus, Heerenveen-Volendam), wat alweer de elfde promotie is, een record.

In 1987 voltrok zich een soortgelijk scenario toen Volendam óók kampioen werd van de toenmalige eerste divisie en in het seizoen 1987/1988 mocht aantreden op het hoogste niveau. Kijk eens naar die wonderlijke foto die we destijds van de Volendamse selectie maakten: weggestopt in de vouw zien we niemand minder dan Wim ‘Spijker’ Jonk die toen net twintig was, maar rechts achter hem ook iemand als toptalent Steve van Dorpel, ook pas 21, die twee jaar later zou omkomen tijdens de SLM-ramp, de vliegtuigramp bij Paramaribo waar in totaal 176 mensen om het leven kwamen, waaronder vijftien spelers van het Kleurrijk Elftal dat een benefietwedstrijd in Suriname zou gaan spelen.

Maar ook voetballers met typisch Volendamse namen als Schilder, Bond en Duif waren vertegenwoordigd in dit al net zo typisch Volendams tafereel in dit café met kenmerkende tapijtjes op tafel. Het was, net als nu, eigenlijk een wonder dat de club weer in de eredivisie ging spelen gezien het feit dat het water hen qua financiën aan de lippen stond. Maar als ze ergens met hoogstaand water konden omgaan, dan was het wel daar.

‘Volendammers bijten nog liever hun tong af dan dat ze zeggen dat ze trots zijn op hun club’

Gerrie Mühren in 1987

We hadden oer-Volendammer en oud-international Gerrie Mühren bereid gevonden om dat ‘mirakel van Volendam’ destijds te duiden. Dat kostte hem geen enkele moeite, want met slechts één woord legde hij de Volendamse ziel bloot: bewijsdrang. “Een Volendammer die niks bijzonders kan, is eigenlijk maar een ongelukkig schepsel,” zei hij. “Dan ben je zomaar wat, zoals ze dat hier zeggen, en tel je niet mee. Of het nu in de sport is of in de muziek: ze willen allemaal de top bereiken. Lukt dat niet, dan stoppen ze subiet. Een middenweg is er niet.” 

Winnen was volgens Gerrie de normaalste zaak van de wereld in het vissersdorp, verliezen was geen optie: “Wat die jongens allemaal niet te horen krijgen op hun werk als ze verliezen. Dat gáát maar door, de hele dag, de hele week, inclusief lunchpauzes. Dan denk je op het laatst wel als Danny de Munk: krijg toch allemaal de kolere...”

Andersom was dat niet het geval. Complimenten of een schouderklopje bij winst? Dat bestond er niet. Gerrie: “Volendammers zijn een raar mensentype. In hun hart zijn ze best wel trots op wat hier zo links en rechts gepresteerd wordt, dat ze toch weer in de eredivisie spelen en dat Piet Veerman op nummer één staat in de hitparade, maar ze bijten nog liever hun tong af dan dat ze dat hardop zeggen.”

Beste Volendammers: begin dan maar weer met bijten nu de FC weer terug is in de eredivisie. En het liefst zo hard mogelijk, dan horen we jullie niet meer.