Joeweela is dood. Doodgeschoten door haar ex, in Gouda, voor de ogen van haar kinderen. Erg genoeg, zou je denken. Maar wat het nóg wranger maakt, is dat werkelijk niemand in het systeem verrast kan zijn geweest. Niet de politie, niet de hulpverlening, niet de rechterlijke macht. En al helemaal niet haar ex. Want dit soort zaken verloopt volgens een script dat we inmiddels kennen uit de krant. Eerst is er de controle, dan de dreiging en stalking, daarna het contactverbod en het stelselmatig negeren ervan. Met ten slotte, als afsluiter: de trekker. Of het mes. Of een bijl.
Iedere anderhalve week gebeurt dit. En tóch klinken er na elke moord weer geschokte stemmen, alsof we allemaal net uit een diepe winterslaap zijn ontwaakt. “Weerzinwekkend.” “Onbegrijpelijk.” “Er zijn vragen.” Vooral dat laatste. Zoals: hoeveel vrouwen moeten er nog worden neergeschoten voordat privacy níét langer belangrijker is dan leven? De Rotterdamse VVD’er Erik Verweij, jurist én iemand met functionerend moreel kompas, stelde onlangs op X een oncomfortabele maar broodnodige vraag: of er in godsnaam iemand in Den Haag met zijn vuisten op tafel wil slaan. Verweij had een goed argument; hij was net terug uit Engeland, waar ze iets hebben waar wij hier in Nederland meteen moeilijk over gaan doen: Clare’s Law.
Clare’s Law geeft vrouwen het recht om na te gaan of hun (ex-)partner een verleden heeft van partnergeweld. Klinkt logisch. Iets voor Nederland? Nee hoor. Hier zijn we vooral bang dat we daarmee de privacy van de dader schenden. En dat moeten we natuurlijk niet willen. Die man kan er ook niks aan doen dat hij zijn vorige partner drie keer bijna doodsloeg en een bijl in de kofferbak heeft liggen, ‘voor noodgevallen.’
Tanya Hoogwerf van centrum Filomena, die dagelijks femicide-dossiers voorbij ziet komen, zei in De Telegraaf dat het volgens de wet best kán, maar dat niemand durft. Angst regeert. Voor klachten, tuchtcommissies, aansprakelijkheid. Dus blijft alles dichtgetimmerd. Geen waarschuwingen. Geen context. Geen bescherming voor de vrouw die slaapt met een paniekknop onder haar hoofdkussen.
Terwijl beleidsmakers zich blijven verschuilen achter protocollen en tuchtcommissies, trekken forensisch psychiaters al jaren aan de bel. Daders van femicide zijn zelden mannen die ‘ineens doordraaien,’ zo weten ze. Het zijn vaak types met antisociale of borderline persoonlijkheidsstoornissen, die totaal niet kunnen omgaan met verlies, afwijzing of het idee dat zij de controle niet meer hebben. Gooi daar een opgeblazen eergevoel bij, een contactverbod dat niemand handhaaft en een gelegenheidswapen, en je weet alweer hoe het eindigt: met een forensisch tentje op een speelplein.
We plaatsen een foto, branden een kaars, mompelen iets over bewustwording en wachten gelaten op de volgende fatale steek, klap of kogel
Maar geen zorgen: het systeem draait op volle toeren. Er zijn taskforces, evaluatiecommissies, beleidstafels en een heus Nationaal Actieprogramma tegen Geweld. Alleen: op de dag dat Joeweela werd vermoord, kwam daar niemand van opdagen in Gouda. Niet omdat ze niet wíllen, maar omdat het systeem vooral goed is in praten over problemen en veel minder in het voorkomen ervan. En ja, er is nu een initiatiefnota van GroenLinks/PvdA die jongens op school moet bijbrengen dat vrouwen geen eigendom zijn. Goh. Alleen al het feit dát zoiets nodig is, zegt eigenlijk genoeg.
In Engeland kiest men voor veiligheid boven privacy. Hier blijft het bij beleidsplannen, symposia en een herdenkingshoekje bij de flat. We plaatsen een foto, branden een kaars, mompelen iets over bewustwording en wachten gelaten op de volgende fatale steek, klap of kogel. Dus blijft alles zoals het is. We leggen bloemen, zeggen dat het verschrikkelijk is, en gaan weer verder alsof we niet allang weten waar dit misgaat. Tot de volgende vrouw haar vrijheid terugpakt. En hij het daar, zoals altijd, niet mee eens is. En dan klinkt weer het vertrouwde: “Hoe heeft dit kunnen gebeuren?”
Alsof we dat niet allang weten.