Micha Jacobs & Edwin Struis
Sport

SPORTCOLUMN: Dat Paul Gascoigne überhaupt 58 is, mag al een klein wonder heten

Iedere week schrijven onze Panorama-verslaggevers een column over wat hen opvalt in de sportwereld. Deze week: Paul Gascoigne.

Micha Jacobs & Edwin Struis Leestijd 4 minuten

Micha Jacobs

Veel mensen spelen patience in hun eentje (vooral ambtenaren schijnen er goed in te zijn), maar ik speel op compleet willekeurige momenten het spelletje Is ie dood – is ie levend? met mezelf. Dan hoor ik een naam, bijvoorbeeld Hans van der Togt, en dan ga je toch twijfelen. Nou, Hans leeft dus nog, al dacht ik dat ie jaren geleden al was bezweken aan de fles. Carry Tefsen, ook zo iemand. Die is toch wél allang dood? Nee dus, zij wordt volgende week 87. Marlon Brando dan? Die wel, 21 jaar geleden al. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Ik had het laatst ook met De tranen van Paul Gascoigne en de reactie van Gary Lineker tijdens de halve finale van het WK’90., misschien wel de beste voetballer die Engeland ooit heeft voortgebracht, maar ook iemand die de drie d’s niet uit zijn leven kan bannen: drank, drugs en demonen. De vierde d is zijn onvermijdelijke lot: destructie. Ik dacht dat hij net als Maradona allang was gaan hemelen – zelfde type, zelfde verslavingsgevoeligheid, zelfde gebrek aan vangnet – totdat ik las dat hij onlangs voor de zoveelste keer was opgenomen in het ziekenhuis. Is ie dood – is ie levend? Levend dus, maar niet lang meer.

Net als ik heb jij de tranen van Gascoigne nog ongetwijfeld op je netvlies. Logisch, want het zijn misschien wel de mooiste tranen die ooit op een voetbalveld neerdaalden. Tijdens de halve finale van het WK in 1990 tussen Engeland en West-Duitsland (West-Duitsland won na strafschoppen) pakte hij bij een 1-1-stand in de verlenging een gele kaart. Hoe hard hij bij de scheids ook smeekte om ’m niet te geven: die was onverbiddelijk en Gascoigne ontroostbaar, want door die kaart zou hij geschorst zijn voor de eventuele finale. Dat hoofd van Gary Lineker zal ik ook nooit meer vergeten.

Wisselen, seinde hij naar de kant, wijzend naar Gascoigne die met de ziel onder zijn arm en met de tranen op zijn wangen over het veld sjokte, wetende dat zijn droom van de WK-finale uit elkaar was gespat. Groots, meeslepend en geniaal: zo was hij op het veld. Getroebleerd en volstrekt kansloos tegen zijn demonen, zo is hij daarbuiten. Dat hij überhaupt 58 is, met een zwembad aan wodka en gin dat zijn lever moest verwerken, mag al een klein wonder heten. Wat zeg ik: een levergroot wonder. 

Door alle managers, personal coaches en psychologen die voetballers tegenwoordig strak in het gareel houden, zijn spelers als Gascoigne allang uitgestorven. Geen voetballer die het in zijn hoofd haalt om na een training nog de kroeg in te duiken, zoals hij zo vaak deed. Hoe vaak heb jij hem daar eigenlijk aangetroffen?

De tranen van Paul Gascoigne en de reactie van Gary Lineker tijdens de halve finale van het WK’90.

Edwin Struis

De laatste keer dat ik de gevallen held aantrof, zat hij zowaar in een kleedkamer. Een jaar of drie geleden bezocht ik in Glasgow een zogenoemde ‘match of legends’, een niemendalletje tussen twee met oud-vedettes volgepropte teams, waar in het Verenigd Koninkrijk nog verrassend veel toeschouwers op afkomen. In het elftal van gedoofde Rangers-sterren had ook hij een plekje gekregen, hoewel het aan het draaien van de aarde te danken was dat hij nog een beetje vooruitkwam. Bij de minste of geringste aanraking zeeg hij ter aarde, waarmee dit vroegere Britse boegbeeld de lachers op zijn hand kreeg op Ibrox. Ook tackelde hij een ballenjongen. Het had allemaal ook iets diep treurigs.  

Dat hij überhaupt weer rechtop stond, was al een wonder op zich. Want als een soort reïncarnatie van George Best deed hij er alles aan om zich eerder in het hiernamaals te melden dan wenselijk was. Of het nu de naweeën waren van de elleboogstoot die hij ooit kreeg toegediend van Jan Wouters of dat er andere redenen waren voor het verval: de bovenkamer van Paul Gascoigne functioneerde allang niet meer zoals vroeger. Oké, zijn brein was al niet bovenmatig bedeeld met hersencellen, maar zijn levensstijl bespoedigde de aftakeling razendsnel. Het noemen van de bijnaam van zijn rondbuikige boezemvriend zegt in dit geval genoeg: Jimmy ‘Five Bellies’ Gardner. Op een dieet van drank, drugs en döner kom je niet ver.

Meermalen werd Gascoigne laveloos – en bijna levenloos – aangetroffen met het gezicht onder het bloed. Telkens vertelden vrienden en andere sympathisanten (vaak oud-collega’s) dat het zo niet verder kon, dat ‘Gazza’ geholpen diende te worden, maar na een tijdelijke opleving ging het als vanzelf weer bergafwaarts. Noem het zelfdestructie.    

En nu zat hij daar in een hoekje, nog uithijgend van de geleverde ‘inspanning’. Vriendelijk knikte hij me toe. 54 jaar was hij op dat moment, maar hij zag eruit als 75. En ja, ook in mijn gedachten kwamen toen de tranen voorbij die hij plengde tijdens die onvergetelijke halve finale op het WK tegen West-Duitsland. Bovenal overheerst echter het beeld van de paljas, van de man die altijd leven in de brouwerij moest schoppen als het te saai dreigde te worden. Teamgenoten als Aron Winter, die drie jaar met hem samenspeelde bij Lazio Roma, kunnen uren vertellen over zijn strapatsen. Maar uiteindelijk werd Gascoigne de clown die naar buiten toe lachte, maar vanbinnen huilde. Eeuwig zonde.