Misdaad

Koffermoord: al 60 jaar is de koffer populair bij moordenaars die zich snel en opvallend van een lijk willen ontdoen

Het is precies 60 jaar geleden dat Nederland voor het eerst werd geconfronteerd met een koffermoord. Het was het begin van een misdaadtrend die nu niet meer is weg te denken.

Henk Strootman
Koffermoord

Er zijn weinig dingen waar politieagenten een grotere afkeer van hebben dan het bergen van waterlijken. Nu hoeven ze dat doorgaans niet zelf te doen, maar ze staan er wel met hun neus bovenop. Letterlijk. En dat maakt het tot een nog gruwelijkere ervaring. Ontbindingsgassen in het lichaam zorgen ervoor dat een lijk, zelfs nadat het is verzwaard, vroeg of laat toch aan de oppervlakte komt. Opgezwollen, aangevreten en een misselijkmakende stank verspreidend. Het kan niet erger zou je denken.

Toch wel. Het kofferlijk is de overtreffende trap. “Een drijvende koffer is per definitie foute boel,” zegt oud-rechercheur Theo, die jarenlang in het centrum van Amsterdam heeft rondgelopen. “Mensen gooien veel weg, van fietsen tot matrassen. Maar bij een koffer weet je meteen: hier zit een luchtje aan.”

De koffer – of het nu een dure Rimowa is of een instapmodelletje van de HEMA – is al sinds mensenheugenis geliefd bij mensen die zich na een moord snel en onopvallend van een lijk willen ontdoen. Is de koffer niet groot genoeg, geen nood, dan de zaag er maar in gezet. “Dat zijn die gevallen waarbij je eerst een grote koffer vindt met de romp en dan verderop een kleiner model met de armen en benen,” zegt Theo, die het openen van zo’n verdachte koffer altijd wel ‘een dingetje’ vond. “Je probeert je erop voor te bereiden, maar je schrikt je toch steeds weer te pletter als je tegen een los hoofd aankijkt. En dan heb ik het nog niet over de geur. Die is niet te beschrijven.”

Een pamflet van de politie, met aandacht voor de ‘koffermoord’ uit 1965.

Deze zomer is het precies 60 jaar geleden dat Nederland voor het eerst kennismaakte met een koffermoord. Op woensdag 25 augustus 1965 zien twee spelende jongetjes een aluminium koffer drijven in de gracht langs de Jacob van Lennepkade in Amsterdam. Twee buurmannen trekken de koffer op het droge en bellen de politie. Iets later die middag wordt de koffer op de binnenplaats van bureau Leidseplein door twee rechercheurs geopend. De mannen deinzen verschrikt achteruit; de inhoud bestaat uit de romp van een man, met los daarnaast twee armen waarvan de handen zijn verwijderd. “Met chirurgische precisie,” zo zou de patholoog-anatoom later opmerken.

Zoiets hadden ze bij de Amsterdamse politie nog niet eerder meegemaakt. En ondanks de beperkte opsporingstechnieken in die tijd weet de recherche de identiteit van de dode snel te achterhalen. Het blijkt te gaan om de 32-jarige Yutaka Kameda, een vertegenwoordiger van een Japanse textielonderneming. De man was op 19 juni in Brussel aangekomen voor een zakenreis van enkele maanden. De Japanner werd op 21 augustus voor het laatst gezien in zijn Brusselse flat. Zijn auto, een grijze Simca, stond nog netjes voor de deur. Kameda zou plannen hebben gehad om door te reizen naar Afrika, maar belandde dus in Amsterdam. 

De bewuste koffer uit 1965.

Hoewel er  een duidelijk spoor is naar België, toont de recherche daar weinig animo voor een serieus onderzoek. De moord is in Nederland gepleegd, zo redeneert de Rijkswacht, dus verder niet hun zorg. Het Amsterdamse rechercheteam, onder leiding van hoofdinspecteur Hans Vrijburg, denkt daar anders over: alles wijst erop dat Kameda in Brussel om het leven is gebracht, in stukken naar Nederland werd vervoerd om uiteindelijk in een gracht te worden gedumpt.

Er wordt al snel een eerste serieuze verdachte gevonden: Takeshi Okagaki, een collega van Kameda. De man heeft torenhoge gokschulden en weet dat Yutaka vaak met veel contant geld rondliep. Als de recherche hem op 4 september wil spreken, verongelukt hij. Nou ja, verongelukt…? De Amsterdamse politie ziet het als zelfmoord. De man rijdt op een kaarsrechte weg waar je 50 kilometer per uur mag met 120 kilometer per uur tegen een viaductpijler in Schaarbeek bij Brussel. Later komt ook een getuige, kort voordat hij door de politie zou worden gehoord, te overlijden.

De nieuwe Panorama ligt nú in de winkel en is hier te bestellen.

“Een hartstilstand,” is de officiële lezing, maar ook dit sterfgeval is volgens hoofdinspecteur Vrijburg net iets té toevallig. En derhalve verdacht. Uiteindelijk wordt de eerste Nederlandse koffermoord nooit opgelost. Aan het Amsterdamse team heeft het niet gelegen. Volgens Vrijburg waren de Belgische collega’s vanaf het begin ‘laks’ en ‘onwillig’, zo mopperde hij destijds in de media.

Haastige moordenaar

De zaak is inmiddels verjaard. Een van de redenen waarom dit dossier ontbreekt op site van de Stichting Coldcasezaken. “Maar natuurlijk heb ik wel van de zaak gehoord,” zegt oprichter en beheerder Sander Meyer, die zich in korte tijd heeft ontwikkeld tot een vraagbaak voor iedereen die zich met cold cases bezighoudt. Ook hem is het opgevallen dat moordenaars vaak naar een koffer of grote sporttas grijpen om zich van een stoffelijk overschot te ontdoen. “

Ik heb er ook wel een verklaring voor. Ten eerste is een koffer natuurlijk in vrijwel elk huishouden aanwezig. Handig wanneer het op improviseren aankomt. Verder is een koffer natuurlijk reuze praktisch: handvatten, wieltjes, goed afsluitbaar. En, heel belangrijk: de discretie. Niemand kijkt er gek van op als je met een koffer loopt te zeulen. ’s Nachts zullen mensen denken dat je naar Schiphol gaat. Kortom, een koffer is voor de haastige en paniekerige moordenaar een heel wat betere optie dan pakweg een opgerold tapijt.”

Benieuwd naar de rest van het artikel? Bekijk 'm in de nieuwste Panorama of check het via Blendle.