Micha Jacobs & Edwin Struis
Sport

SPORTCOLUMN: Sport bestaat bij de gratie van mooie verhalen, zeker bij zo’n saaie sport als tennis

Iedere week schrijven onze Panorama-verslaggevers een column over wat hen opvalt in de sportwereld. Deze week: de 13-jarige Illia Snaksarov op Wimbledon.

Edwin Struis

Het WK voor clubteams, de Gold Cup, het EK voor vrouwen: in oneven jaren is het ’s zomers altijd scharrelen geblazen op voetbalgebied. Gelukkig zijn er in deze fase van het jaar een paar vastigheden, waarin het zalig wentelen is. Zo kan ik, sinds de dopingdokters wat naar de achtergrond zijn verdreven, weer redelijk genieten van de Tour de France, maar de meeste buitenvoetbalse liefde gaat toch uit naar Wimbledon.

Zal het door de grandeur komen van dit aloude tennistoernooi, de hang naar nostalgie als ik terugdenk aan al die fameuze finales tussen Borg en McEnroe, Sampras en Becker, Federer en Nadal, en vooruit: aan die ene Nederlander die tussen al die kanonnen prijkt op de lijst der winnaars? Of zal het, iets basaler, toch te maken hebben met de ondergrond? Niet in een bedompte hal, of op gemalen baksteen of troosteloos beton worden de mooiste sportprestaties neergezet, maar op echt, levend en liefdevol onderhouden gras. Ontroerend zijn de beelden van grasmanagers die met minuscule knipschaartjes de grashoogte op Wimbledon naar 8 millimeter terugbrengen.  

Ik heb er een paar keer als reporter rond mogen lopen en me zelden zo geïmponeerd gevoeld. Werkelijks alles straalt klasse uit: of het nou om de statige klimop gaat waarmee het Centre Court aan de buitenkant bedekt is of om de aardbeien met room die je wegspoelt met een glaasje Pimm’s, je waant je werkelijk aan het eind van de 19de eeuw, ook al door de verplichte witte outfit van de deelnemers. Denk er houten rackets en een iets sympathieker prijsniveau bij en het plaatje is compleet. 

Natuurlijk zullen toppers als Alcaraz, Sinner en Djokovic weer de headlines regeren, maar in de marge worden ook mooie verhalen opgetekend, zoals over Illia Snaksarov. Deze 13-jarige Oekraïense jongen ontvluchtte met zijn ouders de oorlog in zijn vaderland en bleek, eenmaal aangekomen in Glasgow, een heus tennistalent. Hij werd ontdekt toen hij tegen een van de buitenmuren van het opvanghotel een aardig balletje sloeg en daarbij in het oog liep van Svetlana Mackenzie, een tolk en tevens lid van de Western Health & Racquets Club in Glasgow.

De rest schrijft zich als het betere jongensboek. Hij smashte en lobde zich al snel een weg omhoog, won de regionale West of Scotland-titel en bemachtigde via het Play Your Way to Wimbledon-event een plekje op het heilige gras. Zijn favoriete speler: Carlos Alcaraz, dat dan weer wel. “Net als ik heeft hij een goede service en bedient hij zich van agressieve forehands.” Illia Snaksarov, onthou die naam!  

Novak Djokovic tijdens Wimbledon 2025.

Micha Jacobs

Iemand zei mij ooit dat je een goed verhaal nooit moet doodchecken (want stel je voor dat het niet waar is), maar ik deed het toch. Verschrikkelijk natuurlijk dat je moet vluchten voor oorlog, maar onze Illia is niet een jongen wiens tennistalent pas werd ontdekt bij een muurtje van een opvanghotel. Hij bleek in Oekraïne al een aardig potje te kunnen tennissen, omdat zijn vader, die een eigen supermarkt had, tennistoernooitjes voor kinderen organiseerde nadat hij in de jaren negentig voormalig Sovjetleider Boris Jeltsin op tv had zien tennissen, bezeten raakte van de sport en ook Illia met het tennisvirus aanstak. 

Nog los daarvan spreekt die jongen al op zijn dertiende zeven talen, wat hem of een hoogbegaafde jongen maakt of iemand die uit zo’n goed nest komt dat hij al een deel van de wereld heeft gezien, ook voordat hij moest vluchten. Dat doet er misschien niet toe, maar ik vermoed dat hij zonder oorlog ook wel zijn kansen op Wimbledon zou hebben gekregen. Waarmee ik maar wil zeggen: alleen het feit dat hij de oorlog in Oekraïne moest ontvluchten – in Engeland genieten ze nog het hardst van hun ‘From War to Wimbledon’-sprookje – maakt het niet per definitie een goed verhaal. Wat het wél goed maakt is dat we weer even met de neus op de feiten worden gedrukt, dat er een oorlog woedt op twee uurtjes vliegen die steeds verder naar de achtergrond wordt gedrukt door alles wat er in de rest van de wereld gebeurt. 

Maar ik snap het wel hè: sport bestaat bij de gratie van mooie verhalen, zeker bij zo’n saaie sport als tennis dat pas vanaf de halve finales van een grand slam een beetje interessant wordt, maar een mooi verhaal lijkt tegenwoordig eerder een doel dan een bijkomstigheid. Het is ook niet eerlijk naar die jongen: mocht hij over een jaar of zeven écht een groot tennistalent blijken, dan is hij niet alleen een goeie tennisser, maar vooral ‘die jongen die als vluchteling het jeugdtoernooi van Wimbledon bereikte’. Ik zie de reportage van de BBC al voor me, zo van: ‘kijk eens wie wij als toernooi als kind al hebben omarmd’. Je reinste zelfpijperij, maar je kunt er gif op innemen dat het gebeurt.

Natúúrlijk is dit een mooi verhaal, maar laat die jongen gewoon doen wat hij het liefste doet – een potje tennissen – zonder hem een label op te plakken dat hij waarschijnlijk nooit eraf krijgt. Ik neem aan dat hij de oorlog het liefst wil vergeten als hij op de tennisbaan staat, maar dat kan hij nu dus vergeten.