Sport

Week van Toen: Binnenkort hebben we Max niet meer nodig (2000)

Elke week poetsen we een pareltje op uit het rijke archief van Panorama (anno 1913). Deze week, uit editie 21, 2000: 'Computers regeren de Formule 1'

Micha Jacobs
Week van Toen: Binnenkort hebben we Max niet meer nodig

Max Verstappen kan best aardig rijden, dat zie je zelfs als je niet weet of er lucht of zand in zijn achterwielen zit. Maar dit Formule 1-seizoen gaat het meer dan ooit over zijn auto, ook in de aanloop naar de GP van Miami van aanstaande zondag (4 mei). Waarschijnlijk omdat die miljoenentractor stukken minder is dan in de voorgaande vier seizoenen (waarin hij wereldkampioen werd). Of omdat die van de concurrentie opeens veel beter is, dat kan natuurlijk ook. 

In geen enkele sport is materiaal van zo’n doorslaggevend belang als in Formule 1. Hoe beter de auto, hoe groter de kans dat je wint. Vergelijk dat eens met een paar voetbalschoenen, een hockeystick of een wielrenfiets: die hebben allemaal veel minder invloed op de uitslag dan een auto in Formule 1.

Ja, we weten het: de beste auto bouwen hoort bij de sport – veel plezier ermee – maar wat wij dan weer leuk vinden: precies 25 jaar geleden hadden wij het hier ook al over. En nóg leuker: destijds werd zelfs de suggestie gewekt dat we anno 2025 misschien geen coureurs meer nodig zouden hebben, maar dat er alleen nog maar onbemande bolides over het circuit zouden scheuren. Zeg maar radiografisch bestuurbare auto’s, maar dan groter. Allemaal sciencefiction weten we nu, maar in het jaar 2000 was iedereen er bloedserieus over.

‘Jammer dat we de wagens niet op afstand mogen besturen: dat zou een vermogen aan salarissen van coureurs uitsparen’

Pieter Groenewold, onze autosportspecialist van toen, nam een kijkje in de pitstraat op het circuit in Silverstone om te leren over de nieuwste technologie van dat moment. De computerdeskundige van Arrows, het team waar Jos Verstappen destijds voor reed, liet er geen misverstand over bestaan: “Met de huidige technologie zou het geen probleem zijn om een Formule 1-bolide te veranderen in een volledig radiografisch bestuurbare auto.”

Toen al hè, kun je nagaan hoe vergevorderd de technologie tegenwoordig is. Een marketingdame van het BAR-team (British American Racing) ging niet mee in dat verhaal en prikte het proefballonnetje glimlachend, maar zonder pardon kapot: “We mógen de wagens niet eens op afstand besturen. Jammer, want dat zou een vermogen aan salarissen van coureurs uitsparen.”

Er liep ook een Nederlandse engineer van het team van Jordan rond in de pitstraat, Dino Tosso, en ook hij was vrij stellig: “Twee jaar geleden (in 1998 dus, red.) waren we zover dat we de auto zonder coureur konden laten rijden. Alles was hydraulisch bekrachtigd en daardoor op afstand te bedienen. Gaspedaal, ontkoppeling, stuur, remmen, alles.” Maar juist daar stak de overkoepelende autosportbond FIA een stokje voor door de reglementen aan te scherpen. Rembekrachtiging mocht niet, een coureur moest zelf op de rem trappen, vonden ze. “Gelukkig maar,” zei Tosso. “Juist het menselijke aspect met racen is zo boeiend.”

Daar zijn we het natuurlijk mee eens: er is niks zo mooi als een man-tegen-mangevecht zoals Verstappen ooit voerde met Lewis Hamilton en dit jaar met de coureurs van McLaren. Maar dat is dus allemaal sentiment, weten we nu. Formule 1-coureurs zijn helemaal niet nodig in Formule 1, anders dan bijvoorbeeld wielrenners in het wielrennen. Of heb je een fiets weleens zonder wielrenner een berg zien beklimmen?