doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'Kladwerk'

Er is een getuige die hem herkent, er zijn camerabeelden én er is tastbaar bewijs. Knappe jongen die dan nog durft te ontkennen.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Bij de politierechter: 'Kladwerk'

Laat op de avond ontvangt de Utrechtse politie een melding. Een magere jongen met een zwarte jas aan en een rood petje op, staat met een dikke marker straatmeubilair en muren te bekladden. Wanneer de agenten arriveren, zien ze een jongen met een soortgelijk voorkomen een snackbar binnenstappen waar hij iets in een prullenbak gooit en dan doet alsof zijn neus bloedt.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

“Die jongen was u,” stelt de rechter vast.

“Die jongen in die snackbar was ik, ja,” zegt Thomas (25). “Maar of ik iets beklad heb, dat durf ik niet te zeggen.”

“Dat durft u niet te zeggen?” herhaalt de rechter lichtelijk verbaasd.

“Ik was nogal naar de klote,” licht Thomas zijn antwoord toe.

“U was dronken,” gokt de rechter.

“Ook ja. Ik weet niet meer wat ik allemaal had genomen. Veel in elk geval.” Gelukkig is het gebrekkige geheugen van Thomas niet het enige houvast dat de rechter heeft. In de prullenbak van de snackbar vonden de agenten inderdaad een dikke marker. Een medewerkster vertelde hen bovendien dat ze de verdachte herkende. Hij kwam regelmatig in de snackbar, maar was vooral kind aan huis bij de daarnaast gelegen tattooshop. Hij kon erg goed tekenen, vertelde ze.

Thomas knikt. Tekenen kan hij inderdaad, maar dat hij daarom ook wel degene zou zijn geweest die zich die avond schuldig maakte aan graffiti (of in juridische termen: vernieling) dat is volgens hem wat al te kort door de bocht.

Kip, ik heb je

“Maar dit bent u toch gewoon of niet?” vraagt de rechter, wijzend op zijn computerscherm. Op de beelden van de bewakingscamera is Thomas, of een exact evenbeeld van hem, met een dikke stift in de weer. In de vraag van de rechter klinkt onmiskenbaar iets triomfantelijks door. Alsof hij zeggen wil: hier valt het doek. Kip, ik heb je. Dit valt niet te ontkennen. Maar toch is dat precies wat Thomas doet.

“Geen idee wie dat is,” zegt hij zonder blikken of blozen, turend naar het scherm. “Ik had die avond in elk geval geen petje op.”

“Weet u dat zeker?” vraagt de rechter.

“Honderd procent,” zegt Thomas.

“Dus u heeft geen idee meer wat u die avond deed, daarvoor was u te zeer naar de klote, maar u weet wel héél zeker dat u geen petje op had?” vat de rechter samen.

“Klopt,” zegt Thomas.

Hij ziet er onfris uit. Zijn warrige haar is vettig, zijn oogleden hangen op half zeven en hij praat in slow motion. Hij woont anti-kraak en heeft een lichte vorm van autisme. De medicijnen die hij daartegen slikt, maken hem onrustig.

Om die onrust te bestrijden, drinkt hij veel bier en rookt hij veel wiet. Soms snuift hij coke. Erg geïnspireerd om iets van zijn leven te maken lijkt hij niet.

“Het is niet zo dat ik verder iets te doen heb of zo. Qua iets bereiken en zo,” vat hij zijn bestaan mompelend samen.

De rechter denkt dat een verplicht reclasseringstoezicht Thomas goed zal doen. Om hem daarnaast ook nog te bestraffen krijgt hij een taakstraf van 40 uur, waarvan 26 uur voorwaardelijk.

“Oké,” zegt Thomas.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws