doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'een denkbeeldig wapenarsenaal'

In blinde woede vuurde hij met een denkbeeldig pistool en een denkbeeldige bazooka op een paar NS-medewerkers. Maar een denkbeeldige handgranaat heeft hij nooit gegooid. Dat was een denkbeeldige rookbom.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Bij de politierechter: 'een denkbeeldig wapenarsenaal'

Robert* (28) heeft de nonchalante en intelligente uitstraling van een eeuwige student, maar schijn bedriegt. Nog niet zo lang geleden leefde hij het uitzichtloze leven van een dakloze. Inmiddels krabbelt hij langzaam overeind. Hij zit in een woonproject, in de schuldhulpverlening en hij bezoekt eens per week een psychiater in verband met een zelf gediagnosticeerde bipolaire stoornis. Florissant kun je dat nog altijd niet noemen, maar voor Robert is het goed genoeg om te kunnen schrikken van de man die hij vroeger was. Althans, van de verhalen over die man.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

“Daar schrik ik nogal van,” zegt hij wanneer de officier de tenlastelegging heeft voorgelezen.

Veiligheid & Service-medewerkers van de NS zijn in een stilstaande trein bezig met een tweetal zwartrijders wanneer een andere reiziger zich nogal nadrukkelijk met hun werkzaamheden bemoeit. Waarom hij woest is blijft onduidelijk, maar dát hij woest is lijdt geen twijfel. Voordat de twee NS’ers goed en wel beseffen wat er aan de hand is, vliegen de krachttermen al over het perron, waar reizigers massaal de pas inhouden om niets van de woedeuitbarsting te hoeven missen. Kankerlijers, teringlijers, kankersukkels, mongolen; alles komt voorbij. “Ik ben de maffia,” roept de man.

“Ik schiet jullie dood!”

Om zijn woorden kracht bij te zetten maakt hij een reeks hand- en armgebaren waarmee hij met een indrukwekkend imaginair wapenarsenaal op hen lijkt te vuren. Niet alles is even helder en eenduidig maar de NS’ers denken achteraf zeker te weten dat ze onder vuur zijn genomen met een denkbeeldig handvuurwapen en met een denkbeeldige bazooka. Ook is er een denkbeeldige handgranaat naar ze gegooid.

Respectloos en denigrerend

“Daar schrik ik nogal van,” zegt Robert opnieuw.

“Bij een van die gebaren zou u ook ‘rakketakketak’ hebben geroepen, of een dergelijk geluid. Alsof u daadwerkelijk kogels op hen afvuurde,” probeert de rechter zijn geheugen op te frissen. Robert trekt zijn wenkbrauwen op.

“Nou, ik heb wel gescholden, geloof ik, maar ik kan mij niet voorstellen dat ik iemand met de dood heb bedreigd.”

“Die gebaren heeft u niet gemaakt?”

“Ik heb misschien wel gebaren gemaakt, maar ik kan mij niet voorstellen dat ik iemand met de dood heb bedreigd. Die handgranaat moet een rookbom zijn geweest. Ik speelde in die tijd veel schietspellen op de PlayStation. Het kan zijn dat ik daar in gedachten mee bezig was. Ik blowde veel. Ik was nogal labiel. Nogal emotioneel ook.”

“Waarom maakte u zich nou zo kwaad?” wil de rechter weten.

“Die mannen waren bezig een paar daklozen te bekeuren en de manier waarop ze dat deden vond ik respectloos.

Gewoon denigrerend. Dat schoot bij mij in het verkeerde keelgat. Ik ben zelf dakloos geweest. Ik ben regelmatig op zo’n manier behandeld. Maar blijkbaar mag je daar in dit land niets van zeggen.”

“U mag daar best iets van zeggen,” corrigeert de rechter hem, “maar niet op de manier waarop u dat deed. En voor uw informatie: het waren geen daklozen.

Het waren toeristen.”

Voor het beledigen en het bedreigen van de twee NS-medewerkers legt de rechter hem een taakstraf op van dertig uur, plus een voorwaardelijke celstraf van twee weken. Daarnaast zal hij zijn slachtoffers ieder 100 euro schadevergoeding moeten betalen.

* Alle namen in deze rubriek zijn om privacy-redenen gefingeerd

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws