doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'een virusvrije fluim'

“Koffie of thee?” vroeg de medewerkster van het cellencomplex. Maar in plaats daarvan werd ze zelf getrakteerd op iets vochtigs.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Bij de politierechter: 'een virusvrije fluim'

Michiel* (19) heeft het silhouet van een staande schemerlamp: een bos wijduitstaande, pluizige krullen boven een lang en graatmager lijf. Praten doet hij op fluistervolume, waardoor hij niet alleen een zeer bedeesde indruk maakt, maar ook nauwelijks te verstaan is. Het is moeilijk voor te stellen dat deze zelfde jongen nog geen half jaar geleden als een losgeslagen hooligan door de woning van zijn moeder raasde. Zwaaiend met een brommerhelm hielp hij onder andere een televisie, een koelkast en een glazen tafel naar de filistijnen.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

“Ik had honger,” fluistert Michiel.

“U had honger,” herhaalt de rechter zijn verklaring, om te checken of ze het inderdaad goed heeft verstaan.

Michiel knikt.

“En u kreeg niets te eten?” vermoedt de rechter. “Nee,” fluistert Michiel.

Na zijn woedeuitbarsting beent Michiel nog altijd zwaar over zijn toeren het ouderlijk huis uit. Zijn moeder en zus hebben dan al 112 gebeld. Toegesnelde agenten treffen hem verderop in de wijk aan en rekenen hem in. Een half uur later zit hij in een arrestantencel, maar afgekoeld is hij nog niet. Wanneer een medewerker van het cellenblok het kleine luikje in de deur opent om te vragen of hij misschien koffie of thee wil, vliegt er zonder aankondiging een klodder spuug naar buiten. Michiels fluim raakt de vrouw vol in het linkeroog.

“Dat was niet de bedoeling,” zegt hij. “En het is volgens mij ook niet gebeurd. Misschien dat hooguit een paar spetters haar gezicht hebben geraakt, maar ik mikte duidelijk op haar onderlichaam.”

“Waarom reageerde u nou zo raar?” vraagt de rechter.

“Ze waren me aan het treiteren,” zegt Michiel.

“Koffie of thee, is dat treiteren?”

“En ik had mijn medicijnen al een tijdje niet geslikt,” negeert Michiel de vraag.

“Kunt u zich voorstellen dat deze mevrouw zich grote zorgen heeft gemaakt over een mogelijke coronabesmetting?” vraagt de rechter.

“Met corona heeft dit niets te maken,” stelt Michiel. “Ik heb geen corona.”

“Maar dat kon zij op dat moment niet weten. En u ook niet.” Onmiddellijk na het incident onderging Michiel een coronatest. Die bleek inderdaad negatief, maar dat neemt volgens de rechter niet weg dat het bespugen van iemand in tijden van corona een heel andere lading heeft dan pakweg een jaar geleden. Was het vroeger nog een belediging, tegenwoordig wordt het juridisch gekwalificeerd als een bedreiging met zware mishandeling.

In 2017 werd bij Michiel PTSS vastgesteld, veroorzaakt door ‘nare ervaringen’ in zijn jeugd.

Voor een 19-jarige heeft hij al veel te veel meegemaakt. Hij heeft een zeer problematische relatie met zijn moeder, torenhoge schulden en een strafblad van zeven pagina’s. Maar uitgerekend het laatste jaar leek hij op de juiste weg. Afgelopen zomer haalde hij zijn vmbo-diploma en in het begeleidwonenproject waar hij verblijft zijn ze zeer over hem te spreken.

“Waar kwam dit nou ineens vandaan?” waagt de rechter nog een laatste poging. Ergens vanonder zijn pluizige krullen klinkt gesnik. Michiel wil er niet over praten. Huilend accepteert hij zijn straf: een werkstraf van veertig uur, waarvan de helft voorwaardelijk. Daarnaast zal hij de bespuugde agente een schadevergoeding moeten betalen van 200 euro. 

*Alle namen in deze rubriek zijn om privacyredenen gefingeerd.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws