doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'geslachtsverkeer'

Aad* zat te masturberen op zijn scooter toen er ineens een politieauto naast hem parkeerde. Leg dat maar eens uit.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Bij de politierechter: 'geslachtsverkeer'

U zat op klaarlichte dag op uw scooter te masturberen, klopt dat?”

“Dat klopt wel, ja,” mompelt Aad (56).

“Op de openbare weg.”

“Maar niemand heeft het gezien,” haast Aad zich erbij te vermelden.

“En de politie dan?”

“Ja, die wel, ja,” moet Aad toegeven.

“Dat zijn ook mensen, toch?” zegt de rechter.

“Ja, dat zijn ook mensen,” zegt Aad.

“Waarom doet u zoiets?”

Aad haalt zijn schouders op.

“Geen idee, mevrouw. Stom. Gewoon stom.”

Schennisplegers; op de agenda van de politierechter kom je ze regelmatig tegen, maar de kans dat je ze ook daadwerkelijk in de rechtszaal ziet is klein. Waarom ze gedaan hebben wat ze deden weten ze vaak zelf niet, of is in elk geval moeilijk uit te leggen. Ze schamen zich te pletter. Maar Aad is gekomen. Een gezette, kalende man met een grauwe fleecetrui en een bril. Alles aan hem is kleurloos. Hij maakt de verslagen en vermoeide indruk van een man die het allemaal niet meer weet en die het ook steeds minder kan schelen.

“Ik zit al acht jaar in de ellende, mevrouw,” verzucht hij wanneer de rechter hem vraagt naar zijn persoonlijke omstandigheden.

Wat volgt is een klassieke opsomming van vrijwel alle dingen die in een mensenleven mis kunnen lopen. Ooit had hij een florerend bedrijf, maar dat ging failliet waardoor hij met een enorme schuld achterbleef en gedwongen zijn huis moest verkopen. De stress die dat alles met zich meebracht, had z’n weerslag op zijn huwelijk dat er niet tegen bestand bleek. Berooid en alleen bleef Aad achter.

“Ziet u uw kinderen nog?” vraagt de rechter.

“De laatste tijd niet meer,” zegt Aad. “Mijn scooter is kapot en ik heb geen geld om hem te laten maken. En het OV is te duur.”

“Waar leeft u van?”

“Ik werk veertig uur per week, als het kan meer, maar ik hou elke week maar een tientje over om van te leven.”

“Hoeveel houdt u over?” vraagt de rechter die Aad verkeerd verstaan denkt te hebben.

“Tien euro, mevrouw. De rest van mijn salaris gaat linea recta naar allerlei schuldeisers.”

“Hoeveel schuld heeft u precies?”

“Meer dan twee ton,” zegt Aad.

Dat blijkt ook de voornaamste reden van zijn komst. Op allerlei manieren heeft hij geprobeerd om in de schuldhulpverlening terecht te komen, wat hem financieel maar vooral ook psychisch de nodige lucht zou geven, maar op eigen houtje is dat hem niet gelukt. Nu heeft hij zijn hoop gevestigd op deze rechtszaak.

Een rechterlijke uitspraak en hulp van de reclassering zou de kans van slagen aanzienlijk vergroten. Dat hij daarvoor publiekelijk door het stof moet; het zij zo.

Dat offer blijkt de moeite waard. De geheel voorwaardelijke taakstraf van 24 uur neemt hij ter kennisgeving aan, maar wanneer de rechter daar ook een meld- en behandelverplichting aan koppelt, én de verplichte medewerking aan een schuldhulpverleningstraject, breekt op het gezicht van Aad een waterig, maar onmiskenbaar zonnetje door.

*Alle namen in deze rubriek zijn om privacy-redenen gefingeerd.

Laatste nieuws