doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'inbreken met een dubbele hernia'

Burak heeft naar eigen zeggen niets met een inbraak te maken. Hij mocht willen dat hij kon inbreken. Hij kan amper lopen.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Bij de politierechter: 'inbreken met een dubbele hernia'

Burak* (47) heeft zijn advocaat gebeld om te zeggen dat hij wat later is. In de buurt van de rechtbank is geen parkeerplaats te vinden en lopen gaat erg lastig met een dubbele hernia. Tien minuten later strompelt de opvallend kleine man met een van pijn vertrokken gezicht en ondersteund door zijn vriendin de zaal binnen. Zijn medeverdachte is helemaal niet komen opdagen. Hij heeft griep, laat hij via zijn advocaat weten.

Op een zondagmorgen ziet een voorbijganger twee mannen rommelen aan de roldeur van een bedrijfspand. Met een voorwerp wordt een ruitje ingeslagen, waarna een van hen zijn arm naar binnen steekt. Wanneer de twee doorhebben dat ze publiek hebben, staken ze de poging en gaan ze er in een witte bestelbus vandoor. De getuige noteert het kenteken en belt de politie. Een half uur later wordt de bus op de ring van Amsterdam aan de kant gezet. De bestuurder scheurde met 140 per uur door de Coentunnel. Burak mag dan een kapotte rug hebben, met zijn mond is niets mis. Hij lult als Brugman. Hij ontkent alles. Dat er camerabeelden zijn van het incident maakt hem daarbij niets uit. Wanneer de rechter samen met de officier en de twee advocaten over een laptop gebogen staat om die beelden nader te bestuderen, haakt Burak al snel af.

“Dit ben ik duidelijk niet,” concludeert hij al na een halve minuut.

“Dit zijn twee gezonde mannen. Kijk ze eens rennen! Dat is voor mij al een tijdje verleden tijd, kan ik u vertellen.”

Dan strompelt hij terug de zaal in. Onderweg werpt hij een blik op het werk van onze tekenares Petra.

“Ben ik dat? Ik ben toch veel knapper!”

Met een diepe zucht laat hij zich naast zijn vriendin zakken.

“Zou u mijn vriendin ook willen tekenen? Dat is zo’n schat.”

“Dan zal ze eerst ergens van verdacht moeten worden, vrees ik,” zegt Petra.

“Ze gaat toch met mij om,” lacht Burak. “Dat lijkt me verdacht genoeg!”

“Wilt u nú gewoon op uw eigen stoel gaan zitten en uw mond houden!” snauwt de rechter vanachter de laptop. Zwaar geïrriteerd kijkt ze hem aan.

De verdachten zelf zijn op de camerabeelden niet herkenbaar, maar de kleding die later in de bus wordt aangetroffen is dat volgens de officier van justitie wel. Bovendien is een van de inbrekers opvallend klein en trekt hij wat met zijn been. Ook Buraks strafblad spreekt niet zijn voordeel.

Het telt 24 kantjes, maar daar klopt volgens Burak niets van.

“Er staan een hoop dingen dubbel op,” onderbreekt hij de officier.

“Zo kan ik het ook. Zo kom je wel aan de 24 kantjes. Als je die allemaal weghaalt, houd je hooguit acht kantjes over. Dan valt het allemaal reuze mee.”

Opnieuw kijkt de rechter hem vernietigend aan. Ze heeft het duidelijk gehad met zijn grote mond en met zijn populaire gedrag. Conform de eis van de officier veroordeelt ze hem tot zes weken cel.

Zijn door griep gevelde medeverdachte, die na een serie eerdere inbraken net op vrije voeten was, moet twee maanden brommen.

Omdat het risico op recidive volgens de rechter groot is, wordt Burak ter plekke door twee agenten ingerekend en afgevoerd. Hij kan nog net zijn autosleutels uit zijn joggingbroek vissen en aan zijn vriendin geven. Zijn advocate kondigt direct hoger beroep aan.

*Alle namen in deze rubriek zijn om privacy-redenen gefingeerd.

Laatste nieuws