doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'wethouderwerpen'

Wethouders zijn mensen met een belangrijke en vaak moeilijke functie. Die moet je niet uit het raam gooien.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Bij de politierechter: 'wethouderwerpen'

Hoog bezoek in de rechtbank. Strak in pak neemt de burgemeester van de Noord-Hollandse gemeente Wormerland plaats op een stoel achter in de zaal. De man die pal voor de politierechter plaatsneemt oogt minstens even keurig.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Een ruitjes colbert, een leren aktetas en een spierwitte Captain Iglo-baard die door de drager ervan duidelijk met de nodige liefde en aandacht wordt onderhouden. Maar hoe keurig zijn voorkomen ook mag zijn, Walter* (71) is hier vandaag wel als verdachte in een strafzaak. Na een moeizaam overleg op het gemeentehuis zou hij een wethouder hebben bedreigd door hem te hebben gezegd: “Ik gooi je uit het raam, dan kan iedereen horen wat je allemaal zegt.”

Walter ontkent die bedreiging stellig. En zelfs al had hij zoiets gezegd, dan nog moet je bij de uitvoerbaarheid van die bedreiging de nodige vraagtekens zetten. Een volwassen man tegen zijn zin uit een raam gooien is geen sinecure, laat staan voor een 71-jarige. Bovendien stond of zat de wethouder helemaal niet in de buurt van een raam, betoogt Walters advocaat. Om hem daadwerkelijk uit een van de ramen van de vergaderzaal te gooien, had Walter de ambtenaar eerst meters moeten verplaatsen. En stel dat hem dat gelukt was, konden die ramen dan wel open? Uit het dossier blijkt daar niets van. Om zijn dreigement uit te voeren had Walter de man dus dwars door het dubbelglas moeten gooien. Dacht de wethouder – een aanzienlijk jongere, kerngezonde man – nou werkelijk dat dat hem allemaal te wachten stond? Met andere woorden: voelde hij zich wérkelijk bedreigd?


“Meneer is geen onbekende op het gemeentehuis van Wormerland,” zegt de wethouder, die niet alleen de aangever is, maar vandaag ook als getuige is opgeroepen. “De kwestie waarover we die dag overleg voerden speelt al vele jaren. In die jaren heb ik meneer leren kennen als een man die doet wat hij zegt. Toen duidelijk werd dat hij niet onomwonden zijn zin zou krijgen, liet hij alle normale omgangsvormen varen. Zijn toon werd onprettig en intimiderend. Of hij mij daadwerkelijk uit het raam zou gooien, durf ik niet te zeggen, maar ik voelde mij zeker bedreigd. Op de gang, nadat hij op mijn dringende verzoek eindelijk de kamer had verlaten, riep hij nog: Pas maar op, wij komen elkaar nog wel tegen, of woorden van die trant.”

Elk woord van de wethouder wordt door de verdachte een stoel verderop met onafgebroken hoofdschudden naar het rijk der fabelen verwezen. Walter bleef tijdens het overleg de rust zelve, zo verzekert hij de rechter. Het was juist de wethouder die zijn zelfbeheersing verloor.

“Mij krijg je moeilijk boos. Wat mij betreft waren we nog gewoon in gesprek, maar meneer de wethouder werd het blijkbaar allemaal te veel. Als een overspannen verkeersregelaar stond hij bij de deur hysterisch te roepen en te gebaren. En nou eruit! riep hij. Het enige wat ik toen heb gezegd is: Ga anders even bij het raam staan, dan kun je wat afkoelen.”

Het probleem van Walter is dat er niemand is die zijn lezing onderschrijft. De enige andere die bij het overleg aan tafel zat, een beleidsmedewerker van de gemeente, vertelt exact hetzelfde verhaal als de wethouder. Het is twee tegen één. Walter verbaast dat niets.

“Tja, ons kent ons,” verzucht hij.

Voor het bedreigen van een ambtenaar in functie met zware mishandeling legt de rechter hem een boete op van 400 euro, de helft voorwaardelijk.

*Alle namen in deze rubriek zijn om privacy-redenen gefingeerd.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws