doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Bij de politierechter: 'U zou zich kapot moeten schamen!'

Een poging tot zware mishandeling wil Henk het niet noemen. Eerder een poging om haar de bus te laten missen.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Bij de politierechter: 'U zou zich kapot moeten schamen!'

Twee leden van de dienst Handhaving lopen op straat wanneer een 10-jarige jongen op zijn sokken en in blinde paniek op hen af komt rennen. Zijn verhaal is onsamenhangend, maar de urgentie ervan ontgaat de boa’s niet. Onmiddellijk schakelen ze de politie in. Wanneer agenten zes minuten later de flatwoning betreden waar de jongen woont, zien ze op het bed in de ouderlijke slaapkamer een Surinaamse vrouw liggen. Bovenop haar zit een man. Met gestrekte armen en met zijn handen stevig om haar keel. De agenten sommeren hem los te laten, maar het duurt even voordat hij daar gehoor aan geeft. Snakkend naar adem komt de vrouw uiteindelijk vrij. Pas dan zien de agenten het 2-jarige meisje dat aan het hoofdeinde van het bed ligt. Ze moet alles hebben gehoord en gezien.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Henk* (56) betreurt de gang van zaken van die dag als geen ander. “Als die jongen niet naar buiten was gerend om de politie erbij te halen, dan was het waarschijnlijk met een sisser afgelopen,” analyseert hij achteraf.

De rechter gelooft haar oren niet.

“U bedoelt dat het eigenlijk zíjn schuld is?” vraagt ze.

“Nou...” peinst Henk een moment, “zo kun je dat natuurlijk niet zeggen, maar zóveel was er nou ook weer niet aan de hand.”

“U zat met uw volle gewicht bovenop haar en kneep minuten lang haar keel dicht,” vat de rechter samen.

“Ik heb haar keel niet dichtgeknepen,” zegt Henk stellig. “Ik drukte met mijn handen op haar borst. Of misschien op haar schouders, maar niet op haar keel.”

“Dat is wel wat mevrouw zegt en wat de agenten gezien hebben.”

“Maar het is niet gebeurd,” zegt Henk. “Het enige wat ik wilde, was dat ze de bus zou missen. Ik wist niet precies hoe laat die ging, maar ik dacht; ik blijf lang genoeg zitten.”

Henk wilde het paasweekend doorbrengen met zijn gezin, hij had er speciaal vrij voor gevraagd, maar zijn vrouw had andere plannen. Plannen waarin Henk niet voorkwam. Met de kinderen ging ze naar haar nicht in Rotterdam. “Daar zit ze nu nog steeds,” verzucht Henk.

“En de relatie?” informeert de rechter.

“Die is voorbij. Dat valt niet mee, naast je werk ook nog het huishouden doen.”

Opnieuw schieten de wenkbrauwen van de rechter de hoogte in.

“Dat vindt u het ergste, dat u nu het huishouden moet doen?”

“Dat niet alleen natuurlijk. Ze is ook gewoon een mooie vrouw. En laten we eerlijk zijn; een stuk jonger dan ik,” gaat Henk nog even door met ingooien van zijn eigen glazen.

Na de eis van de officier – een taakstraf van zestig uur en een voorwaardelijke celstraf van twee weken – trekt de rechter zich korte tijd terug. Wanneer ze weer verschijnt, komt de stoom uit haar oren. “U zou zich kapot moeten schamen,” briest ze. “De eis van de officier doet wat mij betreft totaal geen recht aan uw handelen. U heeft iets verschrikkelijks gedaan. Voor de ogen van uw jonge kinderen. Iets wat heel anders had kunnen aflopen. Met blijvende hersenschade. Of nog erger.”

Uitspraak: acht maanden cel, de helft voorwaardelijk.

Sprakeloos en lijkbleek wankelt Henk de zaal uit.

* Alle namen in deze rubriek zijn om privacy-redenen gefingeerd.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws