doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Sir David Attenborough - David tegen Goliath

Als we niet snel stoppen met het uitputten van de aarde, is het gedaan met de mensheid, zegt ’s werelds beroemdste bioloog Sir David Attenborough in zijn nieuwste film A Life On Our Planet Maar als er iemand met uitsterven wordt bedreigd, is hij het wel: de man is al 94.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Sir David Attenborough - David tegen Goliath

Vol ongeloof en met een waarschuwende blik kijkt Sir David Attenborough naar de restanten van wat ooit de bloeiende stad Tsjernobyl was, 34 jaar nadat hier in het huidige Oekraïne de grootste kernramp in de geschiedenis van de mensheid plaatsvond. Slechte planning en een aaneenschakeling van menselijke fouten maakten de stad in één klap onbewoonbaar, zegt hij aan het begin van A Life On Our Planet, zijn nieuwste film. Met zijn karakteristieke stem spreekt hij ons toe, als een opa bij wie je op schoot zit en die je probeert te behoeden voor iets ergs. Hij gebruikt Tsjernobyl als een metafoor voor wat er momenteel met onze aarde gebeurt. Als we niet uitkijken met zijn allen, wordt onze planeet door het steeds sneller groeiende aantal mensen, het verdwijnen van de wildernis als gevolg van de behoefte aan landbouwgrond en het verdwijnen van de biodiversiteit – net als Tsjernobyl door slechte planning en menselijke fouten – ook een plek waar je niet meer kunt leven. Eigenlijk is dat proces decennia geleden al begonnen. Niet door een eenmalige ontploffing zoals in Tsjernobyl, maar eentje die zich stilzwijgend voltrekt onder onze neus. Attenborough kan het niet meer aanzien. Al meer dan 60 jaar reist hij de aardbol over om de wereld op zijn mooist te laten zien, maar dat is nu klaar. Hij kan niet anders:

“Dit is geen oproep om de wereld te redden, maar onszelf.”

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Jungle in zijn hoofd

Als iemand de teloorgang van de aarde van dichtbij heeft meegemaakt, dan is hij het wel. In 1926, als David wordt geboren, telt onze planeet nog geen drie miljard mensen en bestaat ze voor meer dan tweederde uit pure wildernis. Niet dat hij daar in zijn jonge jaren veel van ziet. De jungle, met zijn verscheidenheid aan dieren en planten, bestaat vooral in zijn hoofd. Hij wordt als middelste van drie kinderen geboren ten westen van Londen, in een welgesteld gezin dat al vrij snel naar Leicester verhuist, in het midden van Engeland. Daar krijgt zijn vader de bevoorrechte positie van rector op de universiteit. David, de jongere broer van Richard Attenborough die later bekend zal worden als acteur en regisseur, verzamelt al sinds hij zich herinneren fossielen en stenen die hij buiten vindt en die zijn fantasie op hol laten slaan. Wezens, die miljoenen jaren eerder leefden en nu versteend in zijn handen liggen, komen in zijn hoofd weer tot leven. “Fossielen hebben iets romantisch,” zegt hij in 2018 in een interview met het Belgische tijdschrift Knack. “Een steen in tweeën slaan, zien hoe mooi die vanbinnen is en weten dat er nooit eerder iemand die schoonheid heeft gezien: dat is toch fascinerend? Dat had ik al door toen ik 8 was.” Eigenlijk is op dat moment al meteen duidelijk is dat hij geoloog, bioloog of iemand anders in de dierenkunde zal worden. En dat wordt hij, net na de Tweede Wereldoorlog, waar hij aan de universiteit van Cambridge een graad in de natuurwetenschappen ontvangt. Maar dat is slechts een titel voor de statistieken. David voelt er weinig voor om zijn leven in laboratoria te slijten: hij wil het leven zien en ervaren, in al zijn glorie. Dat doe je niet binnen, maar buiten.

David maakt al sinds mensenheugenis natuurdocumentaires voor de BBC die door miljoenen mensen over de hele wereld worden bekeken. Alleen al in Engeland kijken meer dan 14 miljoen mensen naar de serie Blue Planet, een serie over het onderwaterleven op aarde die in Nederland zelfs navolging krijgt door een concertreeks waarbij een tachtigkoppig symfonieorkest de soundtrack van de serie van componist Hans Zimmer speelt met de beelden uit de serie op de achtergrond. In Engeland, zo wordt weleens gekscherend gezegd, is David populairder dan koningin Elizabeth II, wat misschien niet eens zo ver van de waarheid ligt. In de lijst van grootste Britten allertijden, in 2002 opgesteld door het Britse volk, eindigt David op plek 63, op gepaste afstand van lijstaanvoerder Winston Churchill en maar net achter Freddie Mercury. Vlak vóór Charlie Chaplin overigens, dat dan weer wel. De wetenschap erkent ook de waarde van Davids werk. Met 29 academische eretitels van Britse universiteiten heeft geen enkele wetenschapper meer titels dan hij. Er zijn zelfs meer dan twintig planten- en diersoorten naar hem vernoemd, zoals de zaglossos attenboroughi, een mierenegelsoort, de platysaurus attenboroughi, een hagedis en de prethopalpos attenboroughi, een spin van amper een millimeter die alleen voorkomt aan de oostkust van Australië. Mocht je toevallig in Ecuador zijn, veel plezier dan met de blakea attenboroughi. Tenminste, als je van bloemen houdt.

Kippenvel

Dat David in 1952 aan de slag gaat bij de televisietak van de BBC, is eigenlijk onwaarschijnlijk. Twee jaar eerder solliciteert hij bij de radio, maar daar wordt hij afgewezen. Als een tv-producent daarna zijn cv onder ogen krijgt, haalt hij hem alsnog naar de tv. Een totaal onbekende wereld voor David: op dat moment heeft hij nog nooit tv gekeken, iets wat in de tijd natuurlijk niet heel gek is aangezien een tv voor de meeste mensen dan nog sciencefiction is.

“Ik had nauwelijks een idee wat me te wachten stond,” zegt hij. “We waren een klein team, zes mensen, en we konden zelf kiezen wat we wilden uitzenden.” Het wordt een dierenprogramma, Zoo Quest, waarbij medewerkers van de dierentuin in Londen worden gevolgd. De dieren die zij in de wildernis vangen voor de dierentuin, nemen ze mee naar de studio. Freek Vonk avant la lettre, zeg maar. Zelfs de Britse kroonprins Charles en zijn zus Anne zijn in 1959, dan nog twee kinderen van 11 en 10, te gast terwijl ze zich vergapen aan de meest exotische vogels en reptielen. David weet het dan allang: dit is wat hij met de rest van zijn leven wil doen.

De natuur in de woonkamers krijgen, natuur waarvan de meeste mensen niet eens weten dat hij bestaat. Laat staan dat ze weten hoe de aarde er überhaupt uitziet, als planeet.

David weet dat in 1968 ook niet op het moment dat de eerste bemande Apollo 8-missie in een baan om de maan wordt gebracht. Natuurlijk kan hij zich er met foto’s en tekeningen wel een voorstelling van maken, maar net als de rest van de mensheid heeft hij nog nooit live-beelden van de aarde gezien. Die beelden veranderen voorgoed zijn leven. Die blauwe en witte bal omringd in een zee van zwart, dat gaat zijn voorstellingsvermogen helemaal te boven.

“Moet je nagaan,” zegt hij, “dat je hetzelfde ziet als een astronaut in de ruimte, en dan ook nog op precies hetzelfde moment. Het idee dat je door zijn ogen kunt kijken is iets waar ik nog steeds kippenvel van krijg. In één oogopslag zie je het heden, verleden en de toekomst van onze planeet, dat is toch fascinerend! Maar je ziet ook de eindigheid ervan, letterlijk: je ziet de grenzen, waar hij ophoudt en waar hij begint. Dat is nog steeds moeilijk te bevatten.”

Benieuwd wat David Attenborough te vertellen heeft over Monty Python, de eerste kleurenfilms en de toekomst van de aarde? Lees het hele artikel in de nieuwste Panorama of op Blendle.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws