doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

De beste benen: TI Raleigh in de Tour van 1980

In de Tour de France van 1980 won de Nederlandse TI Raleigh-ploeg elf etappes en leverde op zondag 20 juli bovendien Joop Zoetemelk als tweede Nederlandse Tourwinnaar af in Parijs. Een portret van de beste Nederlandse wielerploeg die we ooit hebben gekend.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
De beste benen: TI Raleigh in de Tour van 1980

Negen Nederlanders en één Belg maakten de Tour de France van 1980 tot de beste Nederlandse Tour ooit.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

De TI Raleigh-ploeg onder leiding van Peter Post won elf etappes en kopman Joop Zoetemelk won de etappekoers dat jaar. Deel van de succesformule van Post was dat elke renner uit zijn ploeg de potentie had én de vrijheid om te winnen. Daardoor regen in deze Tour, waarin het hoofddoel was Joop Zoetemelk in het geel in Parijs te krijgen, de etappezeges zich aaneen. Geen enkele Nederlandse ploeg is er sindsdien in geslaagd zoveel bij elkaar te rijden in één Tour.

Wie waren ook alweer de negen renners die met Joop als hun kopman geschiedenis schreven en hoe verging het ze na die Tour? Voor de meesten van hen bleek achteraf dat 1980 het hoogtepunt in hun carrière was geweest en werd het daarna alleen maar minder. Als renner, maar soms ook privé...

Jan Raas

27 jaar oud is Jan Raas als hij in 1980 aan zijn vijfde Ronde van Frankrijk begint. Met overwinningen in zeven klassiekers en een Nederlandse titel (1976) en een wereldtitel (1979) op de weg op zak. De Zeeuw is dan een van de snelste sprinters in het peloton, met een prima (korte) tijdrit in de benen en hij kan een koers lezen als geen ander. Van klimmen houdt Raas niet, al kan hij het best aardig als hij er zin in heeft. Maar dat heeft hij zelden of nooit. Want Raas wil winnen. En daarvoor moet hij niet in de bergen zijn. Dus stapt hij doorgaans af zodra heuveltjes bergen worden. In de Tour van 1980 wint Raas wel eerst drie etappes voor hij tijdens de zestiende etappe afstapt. Uiteindelijk zal hij in totaal tien etappes winnen in de Rondes van Frankrijk die hij reed, een record dat hij tot op de dag van vandaag deelt met Joop Zoetemelk en Gerrie Knetemann.

In 1983 komt het tot een breuk tussen de stugge Zeeuw en de autoritaire Peter Post. Een fiks aantal renners stapt met Raas over naar de nieuwe Kwantumploeg die hij begint. Een ernstige val in 1983 tijdens Milaan-San Remo luidt een voortijdig einde van zijn loopbaan in.

Hij keert een jaar later even terug in het peloton, maar haalt nooit meer zijn oude niveau.

In 1985 wordt hij ploegleider. Zijn Kwantum-ploeg behaalt behoorlijk veel succes met renners als Adrie van der Poel, Jelle Nijdam en sprinter Jean-Paul van Poppel. Vaak zitten de ploegen van Post (Panasonic) en Raas elkaar opvallend in de haren tijdens wedstrijden, waarbij het soms zelfs lijkt alsof de ander van winst afhouden belangrijker is dan zelf winnen. In 1996 wordt hij ploegleider van de nieuwe Rabobankploeg, maar in 2003 ontslaat Rabobank hem. Het treft Raas hard, maar nooit praat hij erover in de media. Mogelijk speelt de nasleep van een gewapende overval in 1994 in zijn eigen huis een rol. TE BENEN Raas vrouw en zoon zijn op dat moment alleen thuis. Raas keert echter net op tijd terug van een trainingsritje om de overvallers persoonlijk zijn huis uit te slaan. Daarna wil hij liefst zoveel mogelijk vanuit huis werken. Dat is – naast zijn stuurse karakter - de meest waarschijnlijke reden voor de breuk tussen Raas en de Rabobank in 2003. Raas heeft de naam van de bank sindsdien nooit meer hardop willen noemen. Hij is nu 67 jaar oud en schuwt de publiciteit al vele jaren volledig.

Gerrie Knetemann

Met de destijds hippe enorme brilmonturen op hun neus leken Raas en Knetemann soms wel wat op elkaar.

Maar de verschillen tussen de praatgrage Amsterdammer ‘de Kneet’ en de stugge Zeeuw Raas zijn groot. Op de fiets zijn ze echter allebei bij vlagen onnavolgbaar. Knetemann is in 1978 wereldkampioen geworden en heeft ook enkele meerdaagse koersen op zijn naam staan, waaronder Parijs-Nice en de Ronde van Nederland. Hij is een prima tijdrijder (Knetemann is de eerste renner die het gemiddelde van 50 kilometer per uur in een tijdrit doorbreekt), heeft een behoorlijk goede sprint en kan op goede dagen aardig mee in de bergen. Maar niet goed genoeg om in grote rondes een rol te spelen in het eindklassement. In de Tour van 1980 wint hij één etappe en is hij een meerwaarde bij de gewonnen ploegentijdritten. En Knetemann is de renner die de arm van Zoetemelk in Parijs aan de finish omhoog tilt.

In 1974 maakt hij zijn profdebuut bij de Franse Mercier-ploeg, waar Zoetemelk dan al kopman is. Een jaar later stapt hij over naar Raleigh. In 1983 komt Knetemann zwaar ten val. Hij knalt door de achterruit van een auto en voor zijn leven wordt gevreesd. Maar hij keert terug om in 1985 huilend op de hoogste trede te staan van het erepodium van de Amstel Gold Race. Voormalig stratenmaker Knetemann zorgt mede door zijn originele taalgebruik dat het wielrennen populairder wordt in Nederland. Termen als ‘harken’, ‘met je hol open zitten’ en ‘doorkachelen’ komen uit zijn koker.

Op Radio Tour de France heeft hij zelfs een eigen rubriekje, ‘De Kneet Story’.

In 1989 neemt de Kneet officieel afscheid als wielrenner. Hij werkt daarna enige tijd als pr-man voor PDM en daarna als bondscoach. Op 2 november 2004 wordt hij onwel tijdens een mountainbiketocht met vrienden en overlijdt ter plekke. Zijn overlijden krijgt niet de aandacht die Knetemann verdient omdat diezelfde dag ook Theo Van Gogh in Amsterdam wordt vermoord.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_middle_article');

Bert Oosterbosch

‘Rooie’ Bert Oosterbosch is een jonkie in de ploeg van Post. Pas 22 jaar oud bij de start en net een jaar prof bij Raleigh, maar al wel wereldkampioen achtervolging op de baan, in 1979. Tijdrijden is zijn specialiteit, maar Oosterbosch kan ook als geen ander beulswerk op kop verrichten, zolang het maar niet bergop gaat. Ook hij wint in 1980 een etappe. Uiteindelijk wint hij er drie in de Tour. Maar twee hersenvliesontstekingen en een knieblessure zorgen dat hij al in 1988 stopt als wielrenner. Een jaar later krijgt hij spijt van die beslissing en keert terug in het peloton. Op 13 augustus dat jaar wint hij nog een koers, vijf dagen later maakt een hartstilstand een einde aan zijn leven. Er zijn er die zijn overlijden koppelden aan drugsgebruik. Maar, volgens onder anderen Steven Rooks, was dat niet de reden. In een interview in Trouw zegt hij over het overlijden van Oosterbosch: “Na zijn afscheid als renner kwam hij in korte tijd vijftien kilo aan. Toen is Bert als een wilde gaan trainen, hij realiseerde zich dat hij te vroeg gestopt was en ging weer fanatiek koersen. Dat heeft zijn hart niet kunnen verwerken.”

Johan van der Velde

Ook Johan van der Velde is pas 23 bij de start van de Tour in 1980. Twee jaar eerder debuteerde hij als profrenner bij Raleigh en won hij gelijk de Ronde van Normandië. In 1980 reist hij in topvorm af naar Frankrijk. Met de Nederlandse kampioenstrui om de schouders en de eindoverwinning in de Dauphiné op zak.

Van der Velde lijkt als prima klimmer de kroonprins van Zoetemelk te worden.

In 1980 sleurt hij op kop rijdend zijn kopman kilometers lang over de bergen heen. Tijdens een van die beurten op kop zorgt een stuurfout van hem ervoor dat Zoetemelk ten val komt. Het zijn de wellicht meest vertoonde beelden uit die Tour. Maar Zoetemelk rijdt terug naar de kopgroep en wint de tour. Van der Velde ontvangt in Parijs de witte trui voor beste jongere. Hij eindigt als twaalfde in het eindklassement. De verwachting is dan dat Van der Velde in de toekomst de Tour zou kunnen winnen. In 1982 eindigt hij nog als derde, achter Hinault en Zoetemelk. Maar daarna worden zijn prestaties steeds minder.

Hij fietst door tot 1990, voor diverse ploegen, maar aansprekende overwinningen blijven uit. Wel rijdt hij in 1988 een legendarische rit in de Giro, als hij als eerste de top van de Gavia bereikt, rijdend in korte mouwen in een plots de kop opstekende sneeuwstorm. Op de top mist hij echter de bevoorrading waardoor hij na een ongenadige hongerklop pas 45 minuten na ritwinnaar Erik Breukink aan de finish komt.

Tijdens zijn jaren als wielrenner raakt Van der Velde verslaafd aan amfetamine. Als zijn inkomsten na het beëindigen van zijn profcarrière wegvallen, gaat hij zelfs op boevenpad om zijn verslaving te kunnen betalen. Het gaat dan snel bergafwaarts met de voormalige meesterknecht. In 1995 wordt hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van anderhalf jaar, waarvan hij tien maanden uitzit. Uiteindelijk krabbelt Van der Velde op, naar eigen zeggen mede dankzij de Bijbel. Het klinkt als een boek en dat boek komt er in 2001 ook onder de titel Langs het ravijn. Van der Velde herpakt zich en wordt chauffeur van de teambus van Jumbo-Visma. Maar het boek blijkt nog niet af, zo blijkt begin 2019. Dan wordt bekend dat hij getroffen is door acute leukemie, een ziekte waar hij sindsdien tegen strijdt.

Benieuwd naar de verhalen van renners als Peter Post, Henk Lubberding en natuurlijk Joop Zoetemelk? Je leest het in de nieuwste Panorama of op Blendle.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws