doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

Tourfavoriet Tom Dumoulin ‘Er zit nog een heel goede wielrenner in mij'

Begin deze maand keerde Tom Dumoulin terug in het peloton, en zijn optredens in de Tour de l’Ain en de Dauphiné maakten hem duidelijk dat hij nog altijd buitengewoon hard kan fietsen. Panorama sprak met Nederlands beste ronderenner Tom Dumoulin.
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
Tourfavoriet Tom Dumoulin ‘Er zit nog een heel goede wielrenner in mij'

Een slepende knieblessure, parasieten in zijn darmen en de coronalockdown hielden hem maar liefst 420 dagen aan de kant. Begin deze maand keerde hij nog ietwat onwennig terug in het peloton, maar zijn optredens in de Tour de l’Ain en de Dauphiné maakten hem duidelijk dat hij nog altijd buitengewoon hard kan fietsen. Panorama sprak met Nederlands beste ronderenner Tom Dumoulin (29), die aan de vooravond van de Tour de France helemaal klaar lijkt om zich te mengen in de strijd om het geel.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

Op het terras van een hotel in de Franse regio Rhône-Alpes is Tom Dumoulin uiterst relaxed.

Zo’n twee weken voor de start van de Tour de France in Nice is dit de laatste mogelijkheid om Nederlands beste ronderenner rechtstreeks te spreken. Na dit moment gelden de strenge regels van de Tour-organisatie, waarin de zogenaamde teambubbel heilig is. Het contact dat de ploeg met de buitenwereld heeft, wordt geminimaliseerd. Op deze manier hoopt de Franse organisatie de kans dat een van de renners besmet raakt met het coronavirus zo klein mogelijk te houden. Zo wordt het de teams verboden om media in hun hotels toe te laten en bij de wedstrijden mogen er in een ‘veilige’ mixed-zone maximaal twee vragen aan een renner worden gesteld.

Tijdens dit interview wordt het dragen van een mondkapje verplicht, terwijl ook de tweemeterregel netjes wordt nageleefd. In Frankrijk is dit al een beetje het nieuwe normaal. Ook voor Dumoulin, die geen enkel probleem heeft met het dragen van zo’n mondkapje. Sterker, hij leert ondergetekende nog hoe je het best zo’n masker kan opzetten.

Hij is zichtbaar opgelucht na zijn geslaagde rentree in het peloton in de Tour de l’Ain en het Criterium du Dauphiné.

Hoe vreemd was het om na zo’n lange periode weer een rugnummer op te spelden?

“Het was best een rare gewaarwording. Spannend, zelfs een beetje gek. In mijn eerste wedstrijd was ik net een nerveuze junior die aan de start stond van z’n eerste oefenwedstrijdje. Over de positionering in het peloton maakte ik me geen zorgen. Dat ging eigenlijk vanzelf. Ik vroeg me wel af hoe het zou zijn om weer competitief te zijn. Hoe ik stand zou houden tegenover de wereldtop. Trainen is immers anders dan koersen. Op een training doe je jezelf pijn en in wedstrijden doen anderen je pijn.

Dat is een totaal andere mindset. Je probeert dat tijdens de training wel te creëren op de fiets, maar in een wedstrijd is het een andere inspanning. Je zit iets anders op de fiets en koerst iets verbetener. Dat had ik heel lang niet gedaan.”

In de bergritten toonde je direct aan dat je weer bij de beteren van het peloton hoort.

“Ja, er zit toch nog een heel goede wielrenner in mij. Dat is een mooi gevoel. Zeker op de Grand Colombier, de slotklim van hors-categorie in de Tour de l’Ain, kende ik het beste gevoel op de fiets in bijna twee jaar. Er viel daarna echt een last van me af. Omdat ik me daar realiseerde dat mijn niveau direct goed was. Nog niet top, maar wel goed. Ik hoop dat er richting de Tour nog verbetering in zit. Het is wel de planning dat er een stijgende lijn in mijn vormpeil zit. Het zou bijna raar zijn wanneer ik in mijn eerste wedstrijden na zo’n lange periode al direct supergoed zou zijn. Ik ontdekte nu nog enige wisselvalligheid in mijn presteren. Ik moet er echt weer even inkomen. Daarom was het niet verkeerd om kilometers bergop op kop te rijden in dienst van ploegmaat Primoz Roglic. Hier word ik alleen maar sterker van en doe ik ook de broodnodige wedstrijdhardheid op.”

Het was een gewaagde stap om vorig jaar je doorlopende contract bij Team Sunweb af te kopen om naar Jumbo-Visma over te stappen. Geen spijt van die keuze?

“Nee, zeker niet. Het voelt echt dat ik nu op de juiste plek ben beland. Alsof ik thuis ben gekomen. Natuurlijk heb ik geen makkelijk jaar achter de rug. Met mijn blessure en de coronacrisis heersten er de nodige twijfels bij mij. De ploeg stond te allen tijde achter mij. Het was bijzonder om dit mee te maken. Ja, dat heeft me een goed gevoel gegeven.”

Wat kenmerkt dit team?

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_middle_article');

“Deze ploeg ademt op en top topsport uit. Wij willen gewoon winnen, altijd de beste zijn. Daarvoor is er een duidelijke visie en een duidelijk plan. Niet alleen een toekomstplan, maar zeker ook het heden telt. Het team wil nu presteren. Hoe gaan we dit jaar de Tour winnen, is een vraag die elke dag door de hoofden van iedereen van de ploeg spookt. Niet alleen van de renners, maar ook van het personeel. Van ploegleiders, verzorgers, mecaniciens en trainers tot voedingsdeskundigen.”

In tegenstelling tot bij Team Sunweb draag je nu niet het hele gewicht van de ploeg op je schouders.

“Bij Sunweb werd ik de laatste jaren vrijwel altijd als de enige man uitgespeeld. Daar werd nadrukkelijk gecommuniceerd dat er alleen voor Tom gereden werd. Ik vond dat niet prettig. Als ik goede benen heb, wil ik er heel graag voor kunnen gaan. Wanneer iemand anders in het team beter is, vind ik het vervelend wanneer er dan alsnog voor mij moet worden gereden. Het past helemaal niet bij mij om altijd de hoofdrol op te eisen. Die rol zocht ik dan ook zeker niet bij een andere ploeg. Daarom vind ik het des te prettiger dat bij Jumbo-Visma niet altijd alle ogen op mij gericht zijn. Dit is een team waar ik alle kansen krijg, maar waar niet de druk van de hele ploeg en van de hele natie op mij rust. Ik kan goed omgaan met druk, maar het is voor mij geen factor die het fietsen leuker maakt. Niet iets dat me gelukkiger maakt.”

Na de coronabreak heeft de Tour-ploeg van Jumbo-Visma liefst negen wedstrijden gewonnen. Hoe is het om in zo’n sterke ploeg te rijden?

“Die luxe heb ik nooit gekend. Dit is by far de sterkste ploeg waarmee ik ooit van start ben gegaan in een grote ronde. Als je na de coronabreak zag hoe we weer van start zijn gegaan, dat was echt ongelooflijk. Ongelooflijk hoe naast Roglic ook Wout Van Aert, George Bennett en Sepp Kuss grote  wedstrijden hebben gewonnen. Het heeft ons vertrouwen gesterkt dat we met dit team de Tour kunnen gaan winnen.”

In de Dauphiné kwamen Steven Kruijswijk en Primoz Roglic zwaar ten val. Kruijswijk liep daarbij een breuk in zijn schouder op en mist daardoor de Tour. Dat brengt het aantal kopmannen van jullie ploeg ongewild terug naar twee. Hoe verloopt de wisselwerking tussen Primoz, jou en de andere renners?

“Heel goed. De maand op hoogtestage in Tignes is daarvoor belangrijk geweest. Daarvoor hadden we ook nog nauwelijks met elkaar opgetrokken. We hebben tijdens die hoogtestage veel over de rolverdeling gesproken. Welke afspraken moet je over de rangordes maken? Al kan zoiets natuurlijk in een wedstrijd nog altijd veranderen. In de Tour de l’Ain en in de Dauphiné zag je dat je in een wedstrijd prima aanvoelt wat je rol is.”

Je las zojuist een gratis preview. Het hele interview met Tom Dumoulin lees je in de Panorama van deze week of via Blendle.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws