Bij de politierechter: een ongelukkig peniscontact

Bij de politierechter: Jo en Nel tillen de verzekering

Bij de politierechter komen elke dag zaken langs die niet wereldschokkend zijn, maar vaak wel herkenbaar. Zoals deze, uit Panorama 22 dit jaar.
Bij de politierechter: Jo en Nel tillen de verzekering

Toen ze zag dat er bij hen was ingebroken, twijfelde Nel geen moment. Ze gooide onmiddellijk nog veel meer kostbare spullen onder het bed en belde daarna pas de politie.

Jo (73) en Nel (59) zijn zichtbaar gespannen. Jo friemelt aan zijn gehoorapparaten, Nels fluorescerend roze nagellak accentueert haar trillende handen.

“Ik doe dit werk al een tijdje, maar mensen van uw leeftijd en met een blanco strafblad, die zie ik niet zoveel,” merkt de rechter op.

“Ik weet zelf ook niet wat me bezielde,” biecht Nel op. “Ik heb nog nooit zoiets raars gedaan.”

Een bevriende buurvrouw belde haar om te zeggen dat er bij hen was ingebroken. Nel ging direct naar huis om poolshoogte te nemen. De schade viel mee. Er was een ruitje ingetikt en de televisie was weg. Dat was alles. Onmiddellijk plugde Nel de blu-ray-speler en de stereoinstallatie uit en schoof die op de slaapkamer onder hun bed. Voordat ze de politie belde om de inbraak te melden, gooide ze daar ook nog snel de spelcomputer van hun kleinzoon en een laptop bij.

“Waren er geldproblemen?” informeert de rechter.

Nel schudt haar hoofd.

“Waarom doet u dan zoiets?” vraagt de rechter.

Nel haalt haar schouders op.

“En u wist ervan, meneer?” vraagt de rechter aan Jo.

“Nel vertelde het mij pas achteraf. Toen ze de aangifte al had gedaan.”

“U bent van het bouwjaar 1941 meneer,” zegt de rechter, die zelf ook al enige tijd pensioengerechtigd is. “U bent toch oud en wijs genoeg om de politie te bellen en te zeggen dat uw vrouw de boel bedondert?”

Nu haalt Jo zijn schouders op.

Hij belde de politie niet. Hij hield zijn mond. Samen met zijn vrouw verhuisde hij de als gestolen opgegeven spullen van onder hun bed naar de camping, waar ze een vaste staanplaats hebben.

“Behalve de laptop,” zegt Nel. “Die heb ik kapotgeslagen. Ik was bang dat ze die konden traceren. Dat kan tegenwoordig toch allemaal?”

Jo en Nel staken ten onrechte meer dan 2700 euro verzekeringsgeld in hun zak. Dat hun aangifte grotendeels vals was, bleek pas maanden later, toen de politie in het onderzoek naar de woninginbraak de beelden van de beveiligingscamera’s opvroeg bij de beheerder van het appartementencomplex. Op die beelden was duidelijk te zien hoe twee mannen de woning verlieten met een grote televisie, maar van de andere apparatuur geen spoor. De bevriende buurvrouw, die voor de twee ‘inbrekers’ met een reservesleutel keurig de deur openmaakte, vertrok met lege handen. Voordat ze Nel alarmeerde, was ze nog wel zo slim geweest om een ruitje in te tikken.

“Ongelooflijk toch?” zegt Nel. “Ik vertrouwde haar. Ik heb haar zo vaak geholpen. Ik wist dat ze het niet breed had, maar dat ze zoiets zou doen...”

“Wat uzelf deed was anders ook niet zo netjes,” merkt de rechter op.

“Ik weet het,” zegt Nel. “Het spijt me verschrikkelijk.”

Het verzekeringsgeld is inmiddels teruggestort. Met de welgemeende excuses van Nel. Maar zo gemakkelijk komt ze er bij de rechter niet vanaf.

Een boete van 1000 euro en een voorwaardelijke celstraf van twee weken moeten haar de ernst van een valse aangifte nog eens goed duidelijk maken. Jo gaat vrijuit. Hij heeft te weinig gedaan om als medeplichtige te kunnen worden aangemerkt.

“Al keur ik uw zwijgen moreel wel af,” voegt de rechter hem nog toe. “En niet alleen moreel trouwens. Door dit soort dingen gaat straks míjn premie omhoog.”

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5f053ac94a12a', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });

Laatste nieuws