Panorama-misdaadverhaal uit begin 2015. Gemaakt in de gevangenis van Nieuwegein.
SIAMAK SADEGEIN (33) kreeg vorige maand in hoger beroep twintig gevangenisstraf. Hij haalde de trekker over bij het dodelijke freefightdrama van The Battle of Zijtaart, november 2012. Vlak voor de uitspraak had Panorama in de gevangenis een emotioneel en diepgravend gesprek met hem. “Agenten zeiden: Hoe kan het dat iemand die zo veel huilt, zo weinig drinkt?”
Waarom? Waarom Siamak, waarom moest jij mijn broer Youssef doden?”
Een slachtofferverklaring in de rechtbank voorlezen kan een zware bevalling zijn. Kearim Sabbahi, de broer van de in november 2012 doodgeschoten vechtsporter ‘Grote’ Youssef Sabbahi heeft er weinig moeite mee. Zonder een papier bij de hand houdt hij een indrukwekkende monoloog tijdens het hoger beroep tegen Siamak Sadegein, de schutter.
Kearim zegt dat diezelfde Siamak, die een paar meter verderop naast zijn advocaten Quint en Kuijpers zit, ooit gewoon een gezellige stapmaat was in het dorp. “Met twee schoten heb jij een hele familie verwoest.”
Wat Kearim op dat moment niet weet is dat Siamak vier dagen eerder een openhartig interview heeft gegeven aan Panorama. Een gesprek achter de tralies van gevangenis Nieuwegein, waar Siamak vastzit in afwachting van de uitspraak in hoger beroep.
Stap voor stap legt Siamak tijdens dat onderhoud uit wat hem gedreven heeft die bewuste zondag zijn daad te plegen. Plaats van handeling: een omgebouwd klooster in het Brabantse dorpje Zijtaart, waar die dag een freefightgala plaatsvindt, voornamelijk bedoeld voor de jeugd.
Siamak heeft zelf om dit interview gevraagd. Na alle berichtgeving, ook in dit blad, is het tijd dat hij zijn kant van het verhaal eens vertelt, zo begint hij druk gebarend, met een heldere stem, waarin zijn Iranese afkomst nog een beetje terug te horen is.
“Die dag was ik aanvankelijk thuis in Veghel. Sinds enige tijd woonde ik weer in bij mijn ouders. Ik zat zoals gewoonlijk een beetje te computeren, social media, dat werk. Aan het einde van de middag had ik een afspraak met mijn nieuwe vriendin. We zouden samen uitgaan.”
Op een gegeven moment werd ik gebeld door Volkan, de bekende freefighter, een zeer goede vriend van me. Hij vroeg: Hé, ga je mee naar dat gala in Zijtaart? Maar ik had er geen zin in. Er speelde op dat moment al te veel. Ik voelde me absoluut niet veilig die dagen. Ik zei hem dat ik liever met mijn vriendin wat ging doen. Volkan was zwaar teleurgesteld en hij liet dat weten ook. Kom op man, stel me niet teleur! Ik belde mijn vriendin en legde haar de situatie voor. Ik gaf aan dat ik eventueel toch graag meeging met Volkan en dan wat later bij haar zou zijn.
Toen belde ik Volkan weer. Hij stond binnen een kwartier met zijn sportwagen bij ons voor de deur. We woonden niet ver van elkaar. Zijn broer Ali zat ook in de auto.”
Zo begon de dag van Siamak op de datum die niet alleen zijn leven totaal zou veranderen, maar ook dat van de slachtoffers van de schietpartij op het kickboksgala The Battle Of Zijtaart.
Auto’s, meiden en internet
Ook al zit hij al enige tijd vast, zijn lichaam is nog steeds even groot en sterk als op de dag dat hij hier belandde. Hij heeft brede schouders, dikke biceps, een kaal hoofd en zoekende, donkere ogen. Hij merkt op dat hij gedurende het uur dat Panorama met hem praat waarschijnlijk veel aan het woord zal zijn. Om maar aan te geven hoe hoog alles hem nog steeds zit.
Centraal in het verhaal dat hij vertelt staat zijn vriendschap met Volkan Düzgun, de freefighter van Koerdische origine. Siamak en Volkan zijn in de dagen voorafgaand aan Zijtaart twee handen op één buik. Ze rijden stad en land af om de dingen te doen die ze leuk vinden. Siamak legt zijn rol binnen de entourage uit: “Ik ben zelf geen freefighter. Al heb ik wel veel in vechtsportscholen getraind. Maar ik heb nooit in de ring gestaan. In de periode dat ik met Volkan was, was ik praktisch elke dag in zijn autohandel' Osscar Tunings' in Oss. Daar voelde ik me veilig. Het was een plek waar ik vaak gewoon een beetje rondhing, op de laptop gegevens verzamelen van Volkans tegenstanders.”
De vriendschap gaat dag en nacht door: “Vaak als we een paar uurtjes op de zaak hadden rondgehangen gingen hij en ik nog ergens anders naartoe. Dan gingen we trainen bij verschillende scholen. Volkan had met zijn status van absolute topper samenwerkingsverbanden met meerdere coaches en trainers. We reden regelmatig naar Eindhoven, waar hij dan een afspraak had in een school.”
Siamak stelt de vriendschap enorm op prijs. Hij kent Volkan en diens broer Ali al vanaf het moment dat hij midden jaren negentig met zijn ouders en zusje in Veghel is komen wonen, na als politiek bedreigde familie uit Iran te zijn gevlucht. Ook Volkan komt uit een dergelijk milieu. De freefighter komt uit een familie van Koerdische vluchtelingen. Maar Siamak en zijn vriend hebben het zelden over hun achtergrond.
Ze leven bij de dag. Auto’s, meiden, internet, uitgaan, dat zijn de gespreksonderwerpen.
Siamak vertelt hoe hij midden jaren negentig in eerste instantie vriendschap sluit met Ali, de oudere broer van Volkan. Siamak: “Veghel kent veel Marokkanen, ook wat Turken. Maar als Iranees was ik best wel eenzaam. Ali doorbrak die eenzaamheid. We zagen elkaar bij voetbal en gingen later samen uit.”
Veertien schoten in school
Dezelfde Ali verwerft in 1999 landelijke bekendheid wanneer hij veertien schoten lost in een computerlokaal op een ROC-school in Veghel, waarbij enkele leerlingen en een docent geraakt worden. Een doldrieste actie die om eerwraak zou draaien, al is dat voor de rechtbank nooit helemaal vast komen te staan. Ali komt daarna voor enkele jaren vast te zitten.
Siamak: “Ali verdween even uit beeld. Maar mijn leven ging door. Al op 18-jarige leeftijd had ik een huis met alles erop en eraan. Ik had ook vriendinnen bij de vleet. Ik zag er destijds heel goed uit. Ik gebruikte veel te veel alcohol. En bij mij in huis was het altijd feest. Mensen begonnen bij me te slapen, bleven een paar dagen hangen, aten mijn koelkast leeg. Sommigen leenden geld van me en betaalden dat niet terug. Op een bepaald moment ontstonden er conflicten en begonnen mensen mij zwart te maken. Hoorde ik ineens van anderen dat ik homo was of zo, omdat ik zogenaamd verwijfde maniertjes had. Rond mijn 21ste kwam ik in de schulden te zitten. Toen heb ik me ook voor een schuldregeling aangegeven. Daarna kwam ik een meisje tegen met wie ik heel goed was. We zijn toen verhuisd en gaan samenwonen in Roermond.”
In dezelfde periode zoekt Siamak ook contact met het RIAGG omdat hij psychisch in de knel zit. Uit een rapport uit die tijd valt op te maken dat hij worstelt met alcohol en depressies. Hij voelt zich niet begrepen en gaat volgens eigen zeggen ‘kapot’ van de spanning. Mogelijk speelt zijn jeugd in Iran een rol bij zijn depressieve klachten, zo stellen deskundigen. Hij is jong mishandeld door zijn vader en doet al op 8-jarige leeftijd een mislukte zelfmoordpoging.
Terwijl hij met brede gebaren zijn leven tussen zijn 20ste en 30ste schetst volgen de ontwikkelingen elkaar snel op. Zelden heeft hij zijn leven helemaal op de rit. Dat beaamt hij ook: “Ik was vaak veel te goedgelovig en veel te vrijgevig.” Met een diepe zucht begint Siamak dan te vertellen over de directe aanleiding voor het schietincident in Zijtaart: “Het ging uit met mijn vriendin en ik zat nog dieper dan normaal in de put. De broers Düzgün hielpen me in die periode eigenlijk een beetje om er emotioneel weer bovenop te komen. Zo spoorden ze me aan om weer wat te gaan sporten. Daar voel je je beter van, aldus Volkan. Daarom ging ik aan de slag bij Meliani in Veghel, een klein schooltje waar je kunt fitnessen en vechtsporten. Op een bepaald ogenblik kom ik in die school een Koerdische jongen tegen die een beetje tegen me begint te klagen: Ze weten hier niet echt wat puur kickboksen is, zei hij tegen me. Die klacht hoorde je wel vaker. Ik zei hem dat hij gewoon geduld moest hebben omdat er over een paar maanden misschien een nieuwe school van Volkan zou komen. Gewoon een terloopse opmerking.
Een dag later ben ik weer bij de Meliani-sportschool als de vader van de eigenaar op me af komt en roept: Vieze vuile flikker, wat denk je dat je aan het doen bent? Kort daarna komt een jongen van Meliani erbij staan, bevriend met Kleine Youssef, de eigenaar. Ze riepen: We maken je af! Op dat moment wist ik niet eens wat er aan de hand was, waar ze op doelden. Onmiddellijk volgden er klappen. Ik kreeg een dreun op mijn achterhoofd. Ik voelde me net een jojo. Het was drie tegen een, want er was er nog een bij gekomen. Toen riep die ene: Hé, zit je reclame voor Volkan te maken? En toen begon ik een beetje te begrijpen wat ze dwars zat. Ik wist niet dat mijn opmerking over die nieuwe school van Volkan zo’n impact zou hebben. Ze waren bang dat al hun klanten zouden overlopen. Uiteindelijk ben ik thuis beland, maar vraag niet hoe. Daar ben ik snel naar mijn kamer gegaan, om wat bij te komen. Daarna belde ik Volkan. Die was woest. Siamak! Wat is er gebeurd? Wie waren erbij? Hoe ben je eraan toe? Hij zei: Kom nu naar de zaak. We gaan het netjes oplossen.”
Glock-pistool op zak
“Een dag later gingen we samen naar de sportschool. Er waren daar zo’n veertig mensen aan het trainen. Toen Volkan binnenstapte, schrok een aantal van hen zich een hoedje. Volkan sprak Kleine Youssef en zijn broer aan en zei: Hé, luister, die sportschool in oprichting waar jullie het over hebben, die bestaat helemaal nog niet. Youssef en zijn broer deden alsof ze niet begrepen waar hij het over had. Ze ontkenden alles. Naar mij wijzend: Hij zit ons zwart te maken. Ik was woest, ik had het helemaal gehad. Toen vielen er klappen, waarbij ik zelf ook heb uitgedeeld. Ze bleven ondertussen maar roepen: We maken je af.
Volkan deed niets, die probeerde alleen maar te sussen. Dat was beter ook, want als Volkan zou gaan vechten, dan was die hele vloer schoon geveegd. Hij trok me uiteindelijk mee en herhaalde zijn mantra: Kom mee man. We lossen dit gewoon op een normale manier op.”
Siamak gaat verder: “Een van die broers ging in de dagen daarop naar Volkan, een afspraak waar ik zelf niet bij was. Die jongen had een blauw oog opgelopen, nadat ik hem een tik had gegeven. Maar Volkan was niet onder de indruk: Je blijft met je poten van Siamak af. Hij benadrukte daarnaast dat het natuurlijk laf was om mij met meer man aan te pakken, zoals ze in eerste instantie hadden gedaan. Kom gewoon alleen, dan vechten we het man tegen man uit, zou hij gezegd hebben tegen die Marokkaan.
Nou, in de maanden daarop voelde ik mezelf totaal niet veilig. Veghel is niet groot. Je komt elkaar overal tegen. Ik trok 24 uur per dag op met Volkan. Op een bepaald moment werd ik toch weer een keer bedreigd. Ik zat bij de kapper toen een van die Marokkanen langskwam en voor de deur een schietbeweging maakte.” Siamak heft zijn hand en imiteert een beweging met een pistool.
Kort daarop spreekt hij Volkan uiteraard weer. “Hij zei: Ik ben gebeld door die gozer, hij zegt dat jij hem zit uit te lokken. Man! Dat klopt helemaal niet, antwoordde ik. Ik ben helemaal geen type dat gaat zitten uitlokken. Eerder is het zo dat ik werd gezocht. Men zocht kennelijk een aanleiding om tot een confrontatie met mij te komen. In hun ogen was ik een heel fout figuur. Ik was de man van de nieuwe sportschool.”
Het vechtsportgala in Zijtaart, dat in november 2012 voor de tweede maal zal worden gehouden, zou normaal geen grote aantrekkingskracht uitoefenen op Volkan en Siamak. Te onbetekenend. Maar voor de verandering wil Volkan er graag naartoe. Een jongen van een jaar of 13 uit Alkmaar, die weer familie is van een vriend van Volkan en Ali, zal daar gaan vechten. Siamak: “Die jongen was helemaal fan van Volkan, dus het zou heel sneu zijn als zijn grote held niet kwam opdagen.”
Siamak vertelt voor zijn eigen veiligheid die dag zijn Glock-pistool bij zich te hebben gestoken. Een wapen dat hij vaker draagt. Ook al weet hij nauwelijks hoe het ding werkt. Een vriend van hem heeft het wapen ooit voor hem geladen en het hem geschonken. Want de bedreigingen in Veghel zijn niet nieuw. Ook in eerdere periodes had hij vijanden.
Siamak: “We kwamen dat gala binnen, begroetten wat mensen, schudden wat handen en meteen realiseerde ik me dat het helemaal mis was. Overal keken mensen me smerig aan. Zo van: wat moet jij hier? Helemaal nadat ik samen met Volkan aan tafel ging zitten.”
Neer door een mokerslag
Siamak is doodsbenauwd. “Na een poosje moest ik naar het toilet en liep ik de trap op, want de wc’s bleken boven in het gebouw te zijn. Bijna boven gekomen greep Kleine Youssef Meliani me beet. Al snel kwamen anderen erbij staan. Ik had het wapen op dat moment natuurlijk bij me, maar geen seconde kwam het in me op om het te gebruiken. Kleine Youssef zweerde op het graf van zijn twee overleden broers dat ik het niet zou overleven.”
Siamak loopt terug naar de vip-tafel en realiseert zich het dilemma waar hij mee worstelt. Zelf zou hij hier niet willen zijn, maar hij wil zijn grote vriend Volkan ook niet teleurstellen. Gewoon bij hem in de buurt blijven, dan ben je veilig, praat hij zichzelf moed in.
Op een bepaald moment loopt Volkan toch naar Kleine Youssef om de gerezen spanning te bespreken. Siamak ziet van een afstandje hoe ineens ook Grote Youssef Sabbahi erbij komt staan, een bekende crimineel en vechtsporter uit dezelfde regio. Dat is iemand die eerder nog helemaal niet in beeld is geweest. Die beschouwt hij dan ook helemaal niet als vijand. Kort daarvoor heeft
Siamak zelfs nog getraind met diens broer Nabil. Ongerust als hij is loopt hij op de driftig discussiërende groep af om te vragen wat er aan de hand is.
Siamak: “Volkan stuurde me weg. Een minuut later kwam Grote Youssef naar me toe gelopen terwijl ik inmiddels weer aan mijn tafeltje zat. Hij boog zich voorover en siste: We maken je hele familie af. Ik schrok me rot. Ik hoorde het zwijgend aan. Mijn hoofd kookte. Zat Grote Youssef nu ook in hun kamp? Niet alleen ikzelf liep gevaar, ook mijn pa, ma en zusje! Grote Youssef was een gigantische kerel. Die kon niet eens door een normale kamerdeur.”
De Iranees ziet ineens een heel scenario voor zich: “Ik was geshockeerd. Volkan kwam naar me toe. Hij vroeg: Wat zei hij? Ik antwoordde dat ik zojuist bedreigd was door Grote Youssef.
Volkan liep meteen naar de tafels van de Marokkaanse groep, Ali kwam achter hem aan. Volkan probeerde verhaal te halen, en toen was het een, twee, boem! Grote Youssef gaf Volkan een mokerslag waardoor hij meteen neerging. Ook Ali werd gepakt door de anderen eromheen. Ze sleepten hem mee naar een plek onder aan de ring. Er werd met stoelen gegooid. Totale gekte. Ik schreeuwde nog naar de beveiliging, maar die deden helemaal niets, die vonden het te gevaarlijk. Ik zag hoe er stoelen op de rug van Volkan landden. Hoe het hout brak door de klap op zijn botten.”
In een plas bloed
Het gevecht tussen de vechtsportgiganten is al enige tijd aan de gang als Siamak zelf opstaat en naar de plek
des onheils loopt. Zijn bloed kookt, zijn hoofd tolt. Nog voordat hij er erg in heeft houdt hij ineens zijn wapen in de lucht en schreeuwt hij dat het moet ophouden, zonder dat dat enig effect heeft. Weinigen zien hem met zijn Glock. Het is net alsof hij niet bestaat.
Siamak: “Ik had nog nooit zoiets heftigs mee gemaakt. Ik vond het vooral vreemd dat de beveiliging niets deed. Daarop keek ik naar Grote Youssef, zag hoe hij bezig was Volkan toe te takelen die bewusteloos op de grond lag, de ogen gesloten. In een reflexbeweging schiet ik in Youssefs richting.”
Siamak pauzeert even en zegt dan: “En dit geloof je niet. Maar na dat schot van mij gingen ze gewoon verder met vechten. Het ging allemaal heel snel. Enorm veel Marokkanen die tegelijk nog steeds aan het beuken waren. Ook Nabil Sabbahi was nog steeds bezig en hield een stoel in de lucht die hij op Volkan wilde laten neerdalen. Daarom schoot ik ook in de richting van hem.”
:max_bytes(70000)/%23source%2Fpanorama%2Fuploads%2F2017%2F09%2Fsiamakk.jpg)
En dan stopt alles. Nu hebben de bezoekers van het vechtsportgala wel door dat er geschoten is. Men vlucht zo snel als dat kan weg. Ook Siamak is doodsbang. Hij verwacht ergens dat een van de andere aanwe-zigen ook een wapen heeft en hem daarmee zal gaan beschieten.
Dit gebeurt niet. Grote Youssef blijkt roerloos op de grond te liggen, met naast hem zijn broer Nabil, kermend in een steeds groter wordende plas bloed. De zaal is op de direct betrokkenen na volkomen leeggestroomd. In totaal liggen er vier man op de grond. Volkan ligt op het vip-podium, Ali naast de ring. De gebroeders Sabbahi liggen daar weer zo’n beetje tussen.
Siamak slikt. “Volkan kwam langzaam bij en bleek geen enkele herinnering aan de minuten daarvoor te hebben. Hij keek me aan en schold me uit: Wat doe je nou man, blijf weg hier! Even later klom hij overeind en werd ook hem duidelijk wat er aan de hand was.
Ik stamelde en ik huilde. Ik werd totaal krankjorum eigenlijk. Ik kon niet denken, ik wist niet eens meer wie ik was. Ik ben naar buiten gelopen en heb mijn wapen ergens in een sloot gegooid. Een halfuur na het incident heb ik me met mijn vader aangegeven bij de politie in Veghel. De dagen daarna heb ik niet gegeten en niet gedronken. De agenten zeiden: Hoe kan het dat iemand die zo veel huilt, zo weinig drinkt?”
Geliquideerd na het gala
Siamak is de dagen na het incident behoorlijk suïcidaal. In zijn cel staat hij onder permanent cameratoezicht. Contact met Volkan of Ali is er niet meer. Die zijn zelf ook aangehouden, evenals de Sabbahi-broer die het heeft overleefd. De politie start een grootschalig onderzoek. Het drama wordt razendsnel landelijk nieuws.
:max_bytes(70000)/%23source%2Fpanorama%2Fuploads%2F2017%2F09%2Fsiammm.jpg)
Siamak heeft Volkan sinds Zijtaart nooit meer gezien. Volkan wordt een paar maanden na het gala geliquideerd. Juli 2013 schiet een persoon hem dood terwijl hij in zijn Mercedes voor de deur van zijn woning zit. De opdrachtgevers zouden uit het drugsmilieu komen. Maar Siamak weet niets van drugshandel. “Ik heb Volkan nooit over drugs horen praten.” De schutter van Zijtaart sluit niet uit dat die moord op zijn vriend toch iets te maken heeft met de freefightvete waar ze in beland waren, maar hij wil zich niet op glad ijs wagen.
Slapen gaat moeilijk, maar Siamak doet zijn best. Een goed dagritme in de bajes sleept hem er doorheen. Hij is voorman op de afdeling waar fietsen worden gemonteerd. Het is een van de leukste banen in de gevangenis. Hij is er blij mee. Hij kan er zijn ei kwijt. Het is beter dan de hele dag op cel zitten.
In de rechtszaal zal Siamak enkele dagen later zien en horen hoe niet alleen de broer van Youssef en Nabil Sabbahi zijn slachtofferverklaring voordraagt, maar ook diens vrouw. Ze vertelt dat de kinderen van Youssef op vaderdag hun cadeautjes voor het gedode slachtoffer buiten op zijn graf op de begraafplaats hebben uitgepakt. Ze snikt dat het leven voor haar en haar kinderen een enorme draai heeft gekregen. “Ik ben van Sneeuwwitje een Assepoester geworden.” Woedend: “Siamak heeft mijn kinderen hun lach afgenomen. En ook al betoogt hij dat hij een klotejeugd heeft gehad; hij leeft tenminste nog en heeft nog een toekomst. Mijn kinderen hebben niet eens een vader!”
Siamak hoort het gekweld aan. Met betraande ogen laat hij zich kort erna afvoeren naar de rechtbankcel, voor een moment van rust. ∞
Naschrift (2017): In het oorspronkelijke artikel stond per ongeluk dat Siamak in hoger beroep tot 18 jaar was veroordeeld. Kort na de uitspraak hadden we daarom nog even contact met de advocaat van Siamak, Yannick Quint, destijds werkzaam bij het kantoor van Siamak's andere advocaat Jan-Hein Kuipers. We vroegen hoe de straf van twintig jaar was binnengekomen. De advocaat antwoordde dat het 'uiteraard een drama was voor zijn cliënt. Een jaar later hebben we nog eens naar Siamak geïnformeerd bij dezelfde advocaat. Toen luidde het antwoord: "Het is misschien maar beter dat jullie hem nu maar met rust laten."