Pittoreske dorpje Oudemirdum
Tegenover de kerk van het pittoreske dorpje Oudemirdum in de gemeente De Friese Meren ligt fietsenwinkel Het Fietshoekje. Eigenaar Michiel Hoek (48) ontvangt ons op een ijskoude maar zonnige zondagmorgen in de gezellige man cave die hij naast zijn winkel heeft ingericht. Bij een snorrende houtkachel krijgen we koffie en vertelt hij trots hoe hij hier 23 jaar geleden begon met een klein hokje en een paar fietsen. Inmiddels heeft hij zijn bedrijf uitgebreid en de hele hoek, pal tegenover de kerk, in beslag genomen met honderden fietsen voor verkoop en verhuur. Met zijn open blik, spontaniteit en gemak van praten, komt Michiel Hoek niet direct over als een doorsnee Fries. “Ik ben ook geen echte Fries,” beaamt hij. “Mijn roots liggen in Den Haag. Maar ik woon hier al zo lang dat sommigen van mijn klanten het niet eens meer weten. En ik spreek inmiddels vloeiend Fries.” Grinnikend vervolgt hij: “Dat is ook wel nodig als je hier fietsen wil verkopen.”
‘Ik zag gewoon dat het een Hoek was’
Michiels mannenhok
De muren van Michiels mannenhok hangen vol met Afrikaanse beeldjes, schilderijtjes en jachttrofeeën; schedels van Afrikaans wild. “Kijk, dat zijn de hoorns van een koedoe en in een andere kamer heb ik ook nog een wildebeest hangen.” Het zijn herinneringen aan zijn jeugd, Michiel Hoek stond als kleine jongen namelijk niet met zijn houten klompjes in de Friese klei, zoals zijn eigen kinderen, maar groeide op onder de warme Afrikaanse zon, als zoon van tropisch landbouwkundige Joop Hoek. “Ik beschouw mijzelf, net als mijn twee broers en mijn zus, als de laatste lichting kolonialistenkinderen. We hebben eigenlijk vrijwel dezelfde opvoeding genoten als onze ouders. Mijn vader is geboren op een rubberplantage van Firestone in Sumatra en mijn moeder op een suikerrietplantage op Java in Indonesië. Ze zijn inmiddels gescheiden, maar beiden hebben nooit meer aan Nederland kunnen wennen, ze wonen nog steeds in Pretoria, Zuid Afrika.”
'Importfries'
De ‘importfries’ Michiel Hoek wordt geboren op 11 september 1969 op Plantage Mariënburg in Suriname. Zijn hele jeugd verblijft hij achter de hoge muren van compounds in landen als Ghana, Gabon, Costa Rica, de Dominicaanse Republiek, Ivoorkust en Suriname terwijl zijn ouders – beiden landbouwkundigen – werken op suikerriet- en palmolieplantages. Zijn opvoeding is typisch kolonialistisch. Zwarte huishoudsters, kindermeisjes en tuinmannen zijn een normaal gegeven in zijn jeugd. Wat Michiel Hoek dan nog niet weet, is dat hij niet de oudste zoon van zijn vader Joop is. In de Ethiopische stad Nazareth, waar Joop Hoek eerder voor de HVA (Hollandse Handelsvereniging) werkte, loopt een jochie rond dat een paar tinten lichter is dan de andere kinderen. Hij is twee jaar ouder dan Michiel en in zijn paspoort staat de naam: Daniel Joop Hoek. Hij is de bastaardzoon van Michiels vader Joop, verwekt bij diens Ethiopische huishoudster en bij haar achtergelaten als hij voor studiedoeleinden terug moet naar Nederland. Niet veel later trouwt hij met studiegenoot Els Bitter waarmee hij vier kinderen krijgt. Over zijn per ongeluk verwekte nageslacht zwijgt hij als het graf. Terwijl de blanke kinderen van Joop en Els Hoek in relatieve luxe opgroeien en later een opleiding kunnen gaan doen in Nederland, moet hun donkere broertje zich redden in de straten van Nazareth. Hij is niet zwart en niet wit, hoort met zijn vreemde achternaam nergens bij, wordt gediscrimineerd en door zijn moeder – die hem verwijt dat zijn vader haar heeft verlaten – mishandeld. Als hij ook een stiefvader krijgt die hem mishandelt, loopt hij weg van huis en groeit samen met de andere straatkinderen op voor galg en rad. Het zal nog een half mensenleven duren voordat Michiel Hoek over zijn bestaan zal horen.
:max_bytes(70000)/%23source%2Fpanorama%2Fuploads%2F2018%2Fmaart_03%2F18-03-18-0292friese_fietsenmaker.jpg)
Intens document
De indrukwekkende documentaire The Bastard van regisseur Floris-Jan van Luyn gaat niet over Michiel Hoek. Hij speelt er zelf maar een kleine rol in. Het intense filmdocument gaat voornamelijk over de moeizame verstandhouding tussen papa Hoek en zijn verstoten halfbloedzoon. Toch is Michiel Hoek heel belangrijk voor de film, want zonder hem was er geen film geweest. En wellicht ook geen halfbroer meer, al is Michiel veel te bescheiden om dat te erkennen. Als Michiel uit hetzelfde hout was gesneden als de vader, had hij toen het Rode Kruis hem telefonisch mededeelde dat er een Ethiopische halfbroer van hem in de gevangenis zat, net als zijn oude heer onmiddellijk de hoorn erop gegooid. Gelukkig voor Daniel is Michiel voor een groot deel opgegroeid in Nederland en van een andere generatie. Hij zag het apartheidsregime omvallen en bekijkt, evenals de rest van het land, het Nederlandse kolonialisme met een kritischer blik dan zijn ouders.
‘Mijn vader gaat de film niet bekijken, er niets over lezen, niet naar de première. Wat hem betreft is hier nu het laatste woord over gesproken’
Halfbroer in de gevangenis
“Ik hoorde voor het eerst over Daniel in februari 2003,” herinnert Michiel Hoek zich, “toen ik Peter Jan van Suchtelen, tracing officer van de afdeling herstel en opsporing van het Rode Kruis aan de telefoon kreeg. Mijn pa bleef de telefoon erop gooien als hij belde en daarom belde hij de volgende in lijn. Of ik wist dat ik mogelijk een halfbroer in Ethiopië had. Nee, dat wist ik niet. Nou, die zat dus in de gevangenis. Waarvoor was onduidelijk.” Na het telefoontje verzamelt de verbaasde fietsenmaker zijn twee broers en vertelt hen over Daniel. Vader Hoek heeft wat uit te leggen, want die heeft nooit met een woord gerept over een Ethiopische vrouw. Ze gaan met z’n drieën op de grond zitten, telefoon in het midden, en bellen naar Zuid-Afrika. “Hallo pa, met Michiel, Gerard en Alexander. We hebben zojuist gehoord dat we misschien een halfbroer hebben in Ethiopië, klopt dat?” Na een korte stilte volgt een tirade. “Daar is niks van waar. Dat is een oplichter, een bedrieger, een fantast,” of woorden van die strekking. Michiel moest zich met zijn eigen zaken bemoeien en niet in het verleden van zijn vader gaan wroeten. “Vooral toen hij zei: het is mijn zaak, niet die van jullie, dachten wij: hier klopt iets niet,” zegt Michiel. “Omdat ik de oudste ben vroegen mijn broers me of ik het wilde uitzoeken.”
Dit is een voorstukje uit ons blad. Wil je het hele artikel over Michiel Hoek lezen? Bestel de nieuwe Panorama dan hier, of lees het op Blendle.