Een loodzware koers waar vooralsnog alleen verslaggevers Jochem Davidse en Micha Jacobs zich aan durven te wagen.
Het idee ontstond, gek genoeg, niet dronken in het café, maar nuchter op de fiets. Jochem en ik fietsten een paar jaar geleden van Amsterdam (daar woonden we toen nog allebei) via Koudekerke (zijn geboortedorp in Zeeland) naar Tegelen (mijn geboortedorp in Limburg) en weer terug. Onderweg kwamen we voorbij het plaatsje Dorst, bij Breda, en twee dagen later voorbij Well, langs de Maas in Gelderland. Grappig, dachten we toen. Van Well naar Dorst. Well-Dorst. Beter nog, bedachten we een paar meter verder: Best-Well-Dorst. Beginnen we gewoon in Best, bij Eindhoven.
Het is zo’n idee dat jaren in je hoofd blijft zitten, dat in het café altijd wel een keer over een dubbele tong rolt – “Weet je wat we echt, echt, écht moeten gaan doen: Best-Well-Dorst!” – maar dat vervolgens nooit van de grond komt. Tot nu.
De route is ongeveer 160 kilometer lang en die smeren we uit over twee dagen. Onderweg stoppen we bij bijzondere bierbrouwerijen en speciaalbiercafés. Op dat kleine uitstapje naar Gelderland (Well) en een paar kilometer in België na (tussen Esbeek en Baarle-Hertog), is de koers volledig Brabants. Noord-Brabant, zo lees ik tijdens het uitstippelen van de route, heeft op dit moment 65 verschillende bierbrouwerijen binnen haar provinciegrens. Dat verschilt van kleine prijswinnende hobbybrouwerijen in de achtertuin tot aan grote bierfabrieken, zoals die van Bavaria in Lieshout. Die laatste zoeken we natuurlijk niet op – te groot, te bekend – die eerste categorie uiteraard wel.
:max_bytes(70000)/%23source%2Fpanorama%2Fuploads%2F2018%2Fmaart_03%2Fschijndel.png)
Groei van borsten
Ik bel met Toon, brouwer van de Sint Servattumusbrouwerij in Schijndel, op zo’n drie kwartier etsen vanuit Best. Natuurlijk mogen we langskomen om een biertje te komen proeven. Graag zelfs. En dan laat hij ons ook nog de brouwerij zien, als we niet meteen onze weg moeten vervolgen. Op de website van de brouwerij staan foto’s van hoe het daar twintig jaar geleden allemaal begon met bierbrouwen. Letterlijk thuis aan het aanrecht een beetje aanklooien met wat proefbrouwsels die verrassend goed bleken te smaken. Nu is het een middelgrote brouwerij op een industrieterrein in Schijndel waar 2000 liter bier per week wordt gebrouwen.
Het is even na twaalven in de middag en we hebben best wel dorst. Toon stapt uit een caravan die voor de brouwerij staat. Hij zit te schaften, zegt hij. In de caravan, want dat is de kantine.
“Koffie?” vraagt hij.
“Koffie?” antwoord ik. “Heb je niks anders?”
“Je krijgt nog geen bier,” zegt Toon. “Als ik vandaag nog geen bier heb gehad, dan jij ook niet.”
Verlekkerd lopen we in onze koersbroeken door de brouwerij. Toon is een vat, een biervat vol anekdotes. Hij is geboren met bier in zijn bloed, zegt hij. Hij loopt over van de verhalen. Over hop bijvoorbeeld. Die plant, die smaakmaker van het bier, geeft volgens hem rust (“Leg maar wat hop in je kussen, dan slaap je vanzelf ”) en het stimuleert de groei van de borsten (“Erger voor mannen dan voor vrouwen”). Toon doet een schort voor en zet een pet op zijn hoofd. Dat doet hij altijd als hij verhalen vertelt en mensen rondleidt. Mensen die waarschijnlijk zeeën van tijd hebben en die niet bezig zijn met een wielerklassieker.
Dit is een voorstukje uit onze bierspecial die nu in de winkel ligt. Ons magazine is ook hier te bestellen.