Eerste Pinksterdag 1992
Op zondagavond 7 juni 1992 zit Milica van Doorn op een bank in een flat aan de Fluitekruidweg in Kogerveld, een na-oorlogse wijk in Zaandam. Ze is aanwezig op een verjaardagsfeestje van een vriend. Het is Eerste Pinksterdag en de scholiere heeft net haar havo-examens achter de rug. Om even voor middernacht vertrekt ze van het feestje. Ze wil de laatste bus van lijn 63 halen, die om vijf over twaalf vertrekt. “Dan ga ik maar,” zegt ze tegen de aanwezige vrienden en loopt de betonnen trappen van de flat af, de straat op. Maar bus 63 rijdt die avond op dat tijdstip al niet meer, zo merkt Milica als ze een paar minuten later bij de halte aankomt. Vanwege Pinksteren. Daarop besluit de scholiere te gaan lopen, op weg naar het station, in de hoop daar een bus te vinden om naar huis te kunnen gaan. Op de zwaarbewolkte ochtend van Tweede Pinksterdag stapt de dan 62-jarige Jan Broersen zijn pastorie uit.
De pastoor van de Sint-Jozefkerk ziet wat bloed op het trottoir liggen en een schoen. Maar hij heeft haast. “Ik dacht: wat vreemd,” herinnert hij zich later. “Maar ik moest door, ik had een afspraak. Toen ik rond negen uur terugkwam, zag ik over het gras naar het water toe een spoor. En daar dreef Milica in het water, bij de toren. Praktisch helemaal ontbloot. Het was vreselijk om haar daar zo te zien liggen. Ze was behoorlijk toegetakeld. Ik heb de politie gebeld en die hebben alles afgezet. Er was nog een dienst ook, die Tweede Pinksterdag. Er waren mensen zoveel jaar getrouwd, die hadden een dienst om tien uur en moesten via een andere ingang naar binnen. Met een helikopter zijn ze later die dag nog op zoek geweest naar die tweede schoen, maar die hebben ze toen niet gevonden. Naderhand heb ik ook nog met de ouders van Milica gesproken. Over haar toekomstdromen, wat ze wilde worden, wat ze van plan was.”
:max_bytes(70000)/%23source%2Fpanorama%2Fsite%2Fmilica2.jpg)
Golf van ontzetting
Maar Milica heeft sinds die Tweede Pinksterdag geen toekomst meer. Ze ligt in het water van de Noordervaldeursloot, vlak bij de kerk, zo’n 500 meter van de flat aan de Fluitekruidweg, waar het feestje was. Haar hals is doorgesneden en ze is verkracht. De dood van de blonde scholiere veroorzaakt een golf van ontzetting in de Zaanstreek. In sommige media wordt een verband gelegd met een andere schokkende gebeurtenis in Zaandam: de paskamermoord. Acht jaar voordat het ontzielde lichaam van Milica wordt aangetroffen bij de Sint-Jozefkerk, werd de knappe 21-jarige Sandra van Raalte dood gevonden in een paskamer in een kledingboetiek waar ze werkte. Ze was vastgebonden met repen stof en haar keel was doorgesneden. Ten tijde van de moord op Milica is de paskamermoord nog steeds niet opgelost (zie kader). In de eerste maanden van het onderzoek krijgen de rechercheurs geen zicht op serieuze verdachten. Buurtonderzoek leert dat verschillende omwonenden geschreeuw en gegil hebben gehoord in de buurt van de kerk. En er zou een zingende man op een fiets gezien zijn, met een wit plastic tasje aan zijn stuur. De fietser zou een Turks uiterlijk hebben.
Ook is er het raadsel van de verdwenen schoen. Op Tweede Pinksterdag was door pastoor Broersen op het trottoir bij de kerk alleen de rechterschoen van Milica gevonden. Twee maanden later vindt een dakdekker bij toeval de vermiste linkerschoen. De man is aan het werk op het platte dak van de Sint-Jozefkerk en vindt daar de ontbrekende schoen. De vindplaats – die door de rechercheurs aanvankelijk verborgen wordt gehouden – stelt de politie voor raadsels: hoe is die schoen daar terecht gekomen? De politie hoort verschillende getuigen,zoals een oud-inwoonster van Zaandam die op een feestje een vrouw hoort praten over de zaak-Milica, zo valt in het boek Moord in Noord-Holland te lezen: “Ik hoorde daar een vrouw vertellen over haar Oost-Europese echtgenoot, die zich raar had gedragen op de avond dat Milica werd vermoord. Hij was patat gaan halen, maar bleef erg lang weg. Toen hij terugkwam, was de patat koud. Zijn verklaring luidde dat de kraam bij de vijver dicht was, daarom had hij naar een verder weg gelegen snackbar moeten gaan. Maar de kraam bij de vijver was gewoon open geweest die avond. Er was nog meer vreemds. De volgende ochtend toen de pastoor het lichaam had gevonden, mochten de gordijnen niet open. En hij wist dingen, zoals over de kleur van haarondergoed. De vrouw raakte later in psychische problemen.” De vrouw wordt verschillende keren gehoord door de politie, maar de rechercheurs zien de beschreven man uiteindelijk niet als een serieuze verdachte.