In het milieu hoor je nog eens wat: een sterk verhaal, een hilarische anekdote, een grap of een woord waarvan je nog nooit had gehoord. Van wijlen kickbokstrainer en voormalig lid van de ‘Hakkelaar-groep’ Jan Plas leerde ik over een ‘wangflap’ of ‘wangfledder’. Een ander woord voor knal voor je harses is dat dus. En daar had Plas er genoeg van uitgedeeld. Echt, grappen en mooie verhalen ten overvloede op straat. Jaren hebben we echter moeten wachten op nieuwe, aan misdaad gerelateerde termen. En wat blijkt, uitgerekend een politiecongres bood uitkomst. Het was korpschef Erik Akerboom van de Landelijk Eenheid die daar met de term yogasnuiver aan kwam zetten. Gelukkig zat ik aan tafel toen ik dat woord las en niet achter het stuur van mijn auto... Wat een zeldzaam grappige aanduiding voor groene thee drinkende ruk-hipsters die zich in het weekend een versuffing snuiven! Eerst dacht ik nog dat cokekotter er met de prijs voor ‘het misdaadwoord van het jaar’ vandoor zou gaan (ja ik weet het, stamt uit 2017), maar dat woord heeft wat mij betreft nu concurrentie. Belangrijker dan het woord zelf is de reden waarom die woorden door de politietop werden aangehaald. We hebben in dit land een cocaïneprobleem, erkende ook de politietop, en daar is de eindgebruiker volgens hen mede debet aan. Daar kun je op twee manieren naar kijken. Eén: cocaïne is strafbaar en dus is de eindgebruiker medeverantwoordelijk voor alle ellende die we nu op straat zien. Of twee: omdat cocaïnegebruik en -handel strafbaar zijn gesteld, is de handel erin zo lucratief dat mensen bereid zijn die winsten met zwaar geweld te bewaken. Het probleem zit dan niet bij de gebruiker, maar bij het mechanisme dat die winst in stand houdt: de repressie.
Hou ik met die laatste stelling nu een betoog voor legalisering? Nou ja, feit is wel dat de war on drugs niks oplevert. Behalve dan een parallelle miljardeneconomie, lijken in de straat, en ondermijning van de rechtsstaat. Wat dat betreft heb ik genoten van het interview met de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie Pieter-Jaap Aalbersberg in NRC afgelopen zaterdag. Ook hij had het over die parallelle economie en hij durfde in elk geval de term ‘legalisering’ aan te stippen, al was het wel in de context dat het internationaal niet mogelijk zou zijn. Maar Aalbersberg stipte nog iets anders aan: jongeren die tot dan toe bij zijn organisatie ‘onbekend’ waren, maar desondanks bereid bleken tot het plegen van zwaar geweld of juist slachtoffer van dat geweld werden. En dat, zo zei Aalbersberg, kwam door hun uitzichtloze situatie, gebrek aan onderwijs en sociale normen die hun niet waren bijgebracht. Ik moest daar een paar dagen terug aan denken toen ik met een collega door Utrecht Overvecht reed. Eindeloze rijen troosteloze flats, met al even troosteloze straten en speelveldjes. Wat als ik hier was opgegroeid in een gezin met acht kids op 60 vierkante meter? vroeg ik me hardop af. “Ligt eraan hoe hoog je IQ was,” zei de collega (geen misdaadjournalist overigens). “Is je IQ 80 en groei je hier op, dan heeft het leven weinig in petto voor je. Heb je twee hersencellen meer, dan kan je twee dingen doen: iedereen om je vinger winden en de grootste boef van de buurt worden, of je schooldiploma’s halen en door keihard bikkelen een mooie carrière najagen. Want dat kan ook. Er is een keuze.” Op een hoek hingen wat hangjochies met een capuchon op. Wat zouden ze later worden? Gangster? Advocaat? Of leraar Nederlands op een middelbare school? Maar hopelijk dan wel eentje die nieuwe woorden bedenkt.