Neerlands hoop: Michael Sanderson

Nieuwe Revu portretteert de leiders van een nieuwe generatie. Zij helpen Nederland vooruit door de juiste vragen te stellen of door zelf de antwoorden te geven. Deze week: natuurfilmer Michael Sanderson (34).
https://cdn.pijper.io/core/panorama-fallback2.png

Wat is jouw beste beslissing van de laatste twaalf maanden?

‘Ik heb mediatechnologie gestudeerd aan de universiteit van Southampton. Als afstudeerproject had ik een device gebouwd dat 360 graden kon draaien. Elke keer als er een beest in de buurt van de automatische sensors kwam, draaide de camera die kant op en begon op te nemen. Vorig jaar was ik voor mijn laatste project aan het filmen in de Spaanse Pyreneeën. Voor de Japanse televisie maakte ik een documentaire over de bedreigde lammergier, de grootste roofvogel van Europa. Om binnen het nest te kunnen filmen, had ik een nieuwe, verbeterde versie van mijn afstudeerproject gebouwd. Op die manier heb ik uren aan beeld kunnen schieten en het broedgedrag van de lammergier kunnen documenteren. Ik ben heel enthousiast om dit ook te gaan gebruiken voor mijn volgende projecten.’

Hoe ziet een normaal jaar van Michael Sanderson eruit?

‘Ik ben meer dan de helft van het jaar op reis. Vroeger waren januari en februari mijn rustigste maanden, omdat de natuur pas in de lente weer tot leven komt. Maar de laatste jaren zitten ook die maanden helemaal vol. Het is alleen maar knallen.’

Dus ook jij plukt de vruchten van de groeiende populariteit van natuurdocumentaires?

‘Ik heb zeven jaar in Engeland gewoond. Dichtbij Bristol, waar de BBC zijn films maakt. Daar kennen ze al veel langer een traditie van natuurfilms. Maar toen ik in 2009 terugkwam naar Nederland, was er hier geen enkel werk te vinden. Ik had toen nooit durven dromen dat een film van mij ooit in de bioscoop zou worden vertoond. Tot ik de kans in mijn schoot geworpen kreeg om De Nieuwe Wildernis te schieten, over het dierenleven in de Oostvaardersplassen. Die film heeft 750.000 Nederlanders naar de bios gelokt. Dat was fantastisch. Aangewakkerd door het succes van Planet Earth, zie je die ontwikkeling ook in andere kleine landen: behalve buitenlandse documentaires, willen ze vooral ook films van eigen bodem, over hun eigen natuur. De markt voor natuurfilms is wereldwijd veel groter geworden.’

En hoe heeft de digitale revolutie jouw werk veranderd?

‘Volledig. Tot tien jaar geleden draaiden we eigenlijk uitsluitend op super 16 mm-camera’s, omdat die zo bulletproof waren. Die kon je met een gerust hart door de wildernis zeulen. Het grote nadeel was natuurlijk dat je heel spaarzaam met je filmrollen om moest gaan. Nu worden digitale HD-camera’s steeds beter, goedkoper en makkelijker om te bedienen. Dat geeft je veel meer kansen om het shot te filmen dat je hebben wilt, omdat je ’m gewoon urenlang kunt laten draaien. Daardoor is de kwaliteit van natuurfilms ongekend hoog geworden.’

Hoe groot is de wereld van de natuurfilmers?

‘In Nederland ben ik een van de weinigen. Wereldwijd zijn er hoogstens een paar honderd fulltime natuurfilmers die van hun werk kunnen leven. De mensen die ik moet kennen, ken ik dan ook bijna allemaal.’

En hoe ben jij in deze exclusieve wereld gerold?

‘Ik ben opgegroeid in Wassenaar. Je hebt hier de duinen en dat is best mooi, maar echte wildernis is hier weinig te ontdekken. Misschien heeft juist het gebrek daaraan, en de behoefte om weg te komen van de mensen en de drukte van de stad, mij de natuur in gedreven. In mijn tijd op de middelbare schol maakte ik veel skate- en snowboardfilmpjes. Na mijn eerste studiejaar heb ik in de zomer drie maanden lang vrijwilligerswerk gedaan voor een natuurbeschermingsproject op Madagaskar. Ik telde maki’s, die kleine aapjes met heel mooie ringstaarten. Als ik een dagje vrij had, rende ik met mijn camera achter die aapjes aan. Ze lieten me steeds dichterbij komen. Dat was voor mij het moment. Daar in de bossen van Madagaskar sloten mijn liefde voor filmen en mijn liefde voor de natuur een verbond.’

Was het moeilijk om als nieuwkomer een voet tussen de deur te krijgen?

‘Ik heb meer dan honderd cv’s verstuurd, tot uiteindelijk het productiebedrijf van een heel ervaren Engelse cameraman mij inhuurde. Hij was bezig met een jeugdserie voor de BBC over insecten en zocht een technisch onderlegde assistent. Ik begon als camera-assistent, maar uiteindelijk heb ik een derde van de serie geschoten. Op een verlaten boerderij in Frankrijk hebben we 2,5 jaar lang honderd insectensoorten gefilmd.’

Wat is het moeilijkste van jouw vak?

‘Ik werk met ontzettend gevoelige camera’s waar ze in speelfilms een man of tien voor in dienst hebben. Om één camera te bedienen! En ik zit daar in mijn eentje in de wildernis, zonder lampen, met een beest dat mij niet vertelt wanneer hij wat gaat doen. Je wilt niet weten hoe vaak ik 

een berg op ben geklommen om aan het eind van de dag met lege handen terug te keren. Maar dat hoort erbij. Je moet eindeloos veel geduld hebben en teleurstellingen kunnen incasseren. Laatst sprak ik met een collega-cameraman van Planet Earth. Hij had zeven weken in een hutje in Siberië gebivakkeerd om een tijger te filmen. Zeven weken lang heeft dat beest zich niet laten zien. Zelf heb ik voor De Nieuwe Wildernis vier dagen in een boomhut gezeten om een zeearend te kunnen filmen. Daar zat ik veertien uur lang geconcentreerd door mijn lens te staren. Plassen deed ik in een emmer naast me. Want als hij langs- vliegt en je bent even weg, heb je geen shot.’

Jouw werk is ook te zien in Planet Earth II. Is dat het summum?

‘Voor een natuurfilmer is dat echt het hoogst haalbare. Planet Earth is de Game of Thrones van mijn vakgebied: iedereen over de hele wereld kijkt ernaar of kent het van naam. Voor mijn film Return of the Spider Monkeys had ik slingeraapjes gefilmd in Guatemala. Op een filmfestival kwam ik een van de producenten van Planet Earth tegen. Hij wilde heel graag mijn expertise gebruiken voor hun jungle-aflevering. Uiteindelijk heb ik voor de BBC ook een pas ontdekte soort rivierdolfijnen gefilmd in de Amazone. Voor mij is dit een fantastisch visitekaartje voor de toekomst. Ik merk dat omroepen en productiebedrijven nu anders naar mij kijken dan vroeger.’

CV

Flevoland
Michael schoot de beelden voor De Nieuwe Wildernis, het onverwacht grote bioscoopsucces van 2013 over de natuur van de Oostvaardersplassen. Twee jaar later kwam de opvolger Holland: Natuur in de Delta. 

Guatemala
National Geographic heeft dit jaar wereldwijd Return of the Spider Monkeys uitgezonden, Michaels eigen documentaire waar hij al sinds 2003 aan werkte.

Amsterdam
Michael is de cameraman van De Wilde Stad, over de ratten, reigers en andere ongeziene natuur in onze hoofdstad. De film gaat 8 februari 2018 in première.

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'below-article-thumbnails', container: 'taboola-below-article-5ed7c54dd43ae', placement: 'Below Article Thumbnails 2', target_type: 'mix' });

Laatste nieuws