Ed van Gils, koning van de straat

In het straatvoetbal is Oranje nog wél toonaangevend. Op pad met Ed van Gils, een ratje uit Koog aan de Zaan die een wereldster werd. En wereldkampioen. ‘Nederland domineert niet meer op het veld, maar wel op straat.’
https://cdn.pijper.io/core/panorama-fallback2.png

Edward ‘The Godfather’ van Gils zit aan een lange houten tafel van de eerste ‘indoor streethall ter wereld’, zoals het in een folder staat. Zijn nek en armen zijn vol getatoeëerd. Hij draagt een petje, een neusbel, twee oorbellen en een legerbroek. De peetvader van het straatvoetbal zegt met een Amsterdams accent: ‘Ik heb lang gevochten voor de erkenning van het straatvoetbal. Veel pioniers zijn in de eredivisie van het zaalvoetbal gaan spelen om te bewijzen dat ze veelzijdiger zijn dan vaak werd gezegd. Het niveau ging meteen omhoog en de Nederlandse straatvoetballers zijn nu trendsetters. Zelfs de Brazilianen kijken naar ons.’
Van Gils is net terug uit India. Daar was hij met de Braziliaanse legende Ronaldinho. Van Gils kent hem sinds ze samen een reclamespotje opnamen voor de game FIFA Street. De producenten hadden een hele dag voor de opname uitgetrokken. Ronaldinho kwam binnen en gaf iedereen een hand. Hij lachte zoals alleen hij dat kan, pakte de bal en het filmpje stond er binnen dertig seconden op.
Een paar maanden geleden kreeg Van Gils ineens een appje van een Braziliaan die beweerde Ronaldinho’s manager te zijn. Van Gils dacht eerst nog dat hij ‘in de zeik werd genomen’ en hij belde een vriend van Patrick Kluivert uit Barcelona om te vragen wie die kerel was. Het bleek inderdaad de manager van Ronaldinho te zijn en Ronaldinho wilde namen van potentiële topspelers die met hem Ronaldinho’s Global Street Team konden vormen. Van Gils wijst naar een grote poster met Ronaldinho tussen de vier andere leden van zijn straatvoetbalteam en zegt: ‘Ik gaf een lijst van vijftig namen en er er bleven uiteindelijk vier Nederlanders over. Dat zegt wel iets over de status van ons straatvoetbal. Nederland domineert niet meer op het veld, maar wel op straat en de hele wereld leert van ons.’

Ed van Gils

Straatmentaliteit

Begin oktober liet Ronaldinho Van Gils al naar India vliegen om daar te helpen de futsalcompetitie te professionaliseren. Dat was een ideetje van een lokale zakenman en er werden teams samengesteld met ex-veldprofs, straatlegendes en een paar Indiase spelers. Van Gils en Ronaldinho speelden voor de Delhi Dragons. De eerste wedstrijd was tegen de Mumbai Warriors van oud-Manchester United-sterren Ryan Giggs en Paul Scholes. Op de tribunes zaten vijfduizend mensen die op trommels sloegen en zongen en schreeuwden. Ronaldinho moest natuurlijk schitteren en hij maakte alle vier de goals en de Delhi Dragons wonnen met 4-3. Van Gils was bij twee goals betrokken. Giggs was nog steeds erg goed. Scholes trouwens ook.
De finale was een paar dagen later tegen hetzelfde team. De Delhi Dragons verloren met 6-3 en zelfs Ronaldinho hield tijdelijk op met grijnzen. Van Gils vloog terug naar Nederland. Daar voelt hij zich het best en hij heeft het momenteel drukker dan ooit. In 2010 richtte Van Gils de Street Kings op. Volgens de website is dat een ‘platform voor Straatvoetballers door Straatvoetballers’. Ze geven demonstraties en clinics en adviseren jonge spelers ‘op en buiten het veld zodat ze hun stijl vinden’. De Street Kings werden bekend en populair en reisden naar Abu Dhabi, New York, Rio en andere plekken ter wereld om hun kennis over het straatvoetbal te verspreiden. Een proef les van de Street Kings in Zaandam kost 10 euro, een privéles 60 euro. Een ‘street program for girls or boys’ kost 12,50 euro per keer en duurt tien weken. Van Gils verzon de naam ‘Akkademy’ en hij belooft in de folder onder meer te werken aan: ‘functionele techniek/mental coaching/voetbal fitness’.
Van Gils en zijn Street Kings doen dat in de Kings Dome in Zaandam. Dat werd dit jaar geopend en is zo ingericht dat het ondanks een dak de ‘look en feel van de straat’ heeft. Hij wijst door het raam van de kantine naar het veld van de Kings Dome en zegt: ‘Iedereen heeft tegenwoordig mooi gras of kunstgras en dezelfde lichte bal. Maar in de top gaan op een gegeven moment toch echt individuele kwaliteiten de doorslag geven. Dat zag je aan de laatste interland tussen Frankrijk en Nederland. Ik schrok me kapot van het verschil. Die Fransen hebben alles wat goede straatvoetballers hebben: bravoure, techniek en functionaliteit. In het Nederlandse veldvoetbal lijkt dat totaal te zijn verdwenen en wij willen de straatmentaliteit weer een beetje terugbrengen.’
Zijn project gaat verder dan dat, zegt Van Gils. Veel jongeren die in de Kings Dome trainen komen van de straat. Van Gils geeft ze zelfvertrouwen door ze straatvoetballes te geven en praat op de jongens in. Door zijn straatgeloofwaardigheid luisteren ze naar hem en je hebt volgens hem ‘iemand nodig die je helpt als je jong bent’.

Scooter gejat

Van Gils weet dat uit ervaring. Hij ging elk jaar met zijn ouders op vakantie en er stonden twee auto’s voor hun huis, maar zijn vader wilde dat zijn kinderen het nog beter kregen. Op een gegeven moment konden zijn ouders de levensstandaard niet meer volhouden en zijn vader ging te veel drinken. Zijn drankgebruik leidde tot ruzies ‘die verder gingen dan alleen schelden’ en moeder Van Gils verliet hem op kerstochtend.
Zijn vader deed er alles aan voor zijn kinderen te zorgen, maar hij had nooit iets aan het huishouden gedaan en Van Gils leefde drie jaar ‘vrijwel alleen op sperziebonen met rijst’. Hij zat in de eerste van de havo en bleef twee keer zitten. Hij ging naar de mavo en bleef weer zitten. ‘Er was nooit iemand in mijn omgeving die vroeg: “Heb je je huiswerk wel gemaakt, Edje?”’
Van Gils ging hangen op straat. Zijn vrienden en hij vielen snackbarhouders lastig voor milkshake en patat. Niet lang daarna ‘kwamen de eerste wetsovertredingen, van klein en onschuldig tot steeds verder’.
De bal gaf soms troost. Van Gils speelde twee seizoenen bij de A-selectie van AZ en werd twee keer uitgenodigd voor de voorselectie van Jong Oranje. Op zijn zeventiende ging hij in het tweede van HFC Haarlem spelen. Daar werd hij weggestuurd omdat hij samen met een teamgenoot een scooter had gejat. De zaak kwam niet voor de rechter en hij dacht: interesseert me geen moer, ik vind wel een andere club. Maar de eerste de beste trainer van een profclub die hij aan de lijn kreeg zei: ‘Jongens zoals jij hebben we niet nodig.’ Hij kreeg toch een laatste kans bij Excelsior. Dat ging goed en hij verdiende 681 gulden per maand op amateurbasis. Maar toen overleed zijn vader en niet lang daarna werd zijn vriendin zwanger. Ze volgde een opleiding en zat in haar examenjaar. Hij zei: ‘Ik stop wel met voetbal. Dan kun jij doorleren.’
Van Gils stopte al zijn geld in de bruiloft en na de geboorte van zijn dochter kapte hij met ‘alle rotzooi’. Hij ging zaalvoetballen in de eredivisie om een beetje een inkomen te hebben. Hij speelde toen ook op straat. Op een gegeven moment zei een jongen: ‘Je moet eens mee naar Amsterdam.’ Ze namen de trein en gingen naar straatvoetbalwedstrijden op pleintjes in Oost en Zuidoost. De mensen langs de kant stonden op de banken als zijn grote voorbeeld Marciano Bouwman iemand uitspeelde, maar zijn teams wonnen ook alles. Daarna kwam Jermaine Vanenburg. Die zei voor een toernooi: ‘Ik ga winnen.’ Meestal maakte hij zijn bluf waar. ‘Vanaf dat moment wilde ik ook het applaus.’
Van Gils ging steeds vaker voetballen op straat. Het liefst kozen zijn vrienden en hij pleintjes uit die langs metrostations of bushaltes lagen. Dan kwamen er lekker veel mensen voorbij en een straatvoetballer speelt nooit alleen voor zichzelf of voor het team. In de zomer gingen ze zoveel mogelijk naar een pleintje dat was omringd door f lats. Als de zon scheen, zaten de buurtbewoners op hun balkonnetjes. Biertje erbij, barbecue aan, gluren over de railing naar het voetbal. ‘Dan hadden wij ons eigen stadion.’
De wedstrijden werden populair. Ajax-aanvaller Nordin Wooter kwam langs. Hij nam andere profs mee en die werden net zo hard aangepakt als alle anderen. Op straat is iedereen gelijk en iedereen kan de beste zijn.

Ed van Gils Ronaldinho
Van Gils schudt Ronaldinho de hand

Edgar Davids in een Hummer

Op een dag stopte er een Hummer langs een plein. Er stapte een mannetje met dreadlocks uit. Hij droeg een zonnebril. Het was Edgar Davids, die een man van Nike had meegebracht. Van Gils, Davids en Nike zouden vijftien jaar samenwerken bij onder meer Panna Knock Out, een toernooi waar de panna uiteraard centraal stond. Zeventien jaar later zegt Van Gils: ‘Ik kan inmiddels zo’n tien jaar goed van het straatvoetbal leven, maar ik zou me nog steeds het liefst helemaal niet bezighouden met geld. Het interesseert me niet en zeg meteen ja op dingen die ik leuk vind.’
Hij wijst naar een folder van een nieuw energiedrankje. ‘Kijk, daar word ik nou enthousiast van. Dat is gemaakt van natuurlijke producten en daar wil ik dan graag reclame voor maken. Als je jongens of meisjes slechte producten aansmeert, verpest je ze meteen en dat verkopen we daarom ook niet achter de bar. Wij willen de jongeren binnen en buiten het veld beïnvloeden.’
Op de lange houten tafel liggen meer folders. Op een daarvan staat: ‘Train je techniek in onze Kings Dome en word een betere (veld) voetballer.’ Ronaldinho wordt geciteerd met: ‘Straatvoetbal is voor kinderen een heel belangrijke manier om hun vaardigheden en inzicht in het spel te ontwikkelen.’ Wervende quote van Van Gils: ‘Ik denk dat straatvoetbal de mooiste vorm van voetbal is.’ In een andere folder staat: ‘Word getraind en begeleid door de wereldkampioenen straatvoetbal.’

Met de limo naar de McDrive

Manchester, anderhalve maand eerder. In een grote hal van het conferentiecentrum in het centrum staat een straatvoetbalkooi. Een dj draait hiphop. Vaders en moeders zitten op een grote tribune. Hun kinderen dragen Pogba- of Aguëroshirts en er zijn Messi’s, Zlatans, Martials, Rashfords en zelfs een Lingard.
Het WK straatvoetbal 3-tegen-3 begint om 10.00 uur. Er doen acht landen mee: titelverdediger Nederland, Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Rusland, Engeland, België en Kroatië. De ceremoniemeester heeft een microfoon in zijn hand. Hij gaat naar het Franse freestyle-icoon en straatvoetballer Sean Garnier en zegt: ‘Een van de legendes uit jullie sport, Edward van Gils, probeert de titel net als vorig jaar weg te sneaken. Jij won vorig jaar niet.’
‘Ja, en daarom is het onze ambitie dit jaar wel te winnen.’
Sean Garnier loopt weg. Tientallen kinderen achtervolgen hem. Ze maken foto’s met hun telefoons of iPads en vragen zijn handtekening. Garnier gaat zitten op het podium en hij is bijna tien minuten alleen maar aan het signeren en poseren. Hij heeft het zelf ook allemaal gefilmd en zet de beelden zo snel mogelijk op Instagram.
Van Gils zit tijdens de wedstrijden van de concurrentie op de tribune met een grote koptelefoon op. Hij draagt een jas met capuchon, kauwt kauwgum en lijkt voorlopig nog met rust te worden gelaten. Naast hem zit zijn protégé Issy ‘The Hitman’ Hamdaoui, misschien wel de beste straatvoetballer ter wereld. Ze ontmoetten elkaar zestien jaar geleden voor het eerst. Issy was toen 12. Een Rotterdamse straatvoetballer genaamd Mario daagde in de Sporthallen-Zuid straatvoetballers uit om 1-tegen-1 te spelen. Issy werd naar voren geduwd. Hij vernederde zijn tegenstander en iedereen lachte Mario uit. Niet lang daarna vroeg Van Gils Issy’s vader of hij hem mocht meenemen naar het buitenland. Dat mocht als hij beloofde goed op Issy te passen. De andere straatvoetballers reden naar de duurste nachtclubs van Vancouver. Issy en Van Gils reden met de limo naar de McDrive en gingen bij terugkomst op tijd naar bed. Bij thuiskomst zei Issy’s vader: ‘Mijn zoon is jouw zoon.’
De ceremoniemeester roept: ‘Make some noise!’ Het aantal beats per minuut stijgt. Van Gils blijft op zijn telefoon kijken. Het eeuwige gereis verveelt hem vaak. Later zal hij zeggen: ‘Een hotel is een hotel en een stad een stad. Op een gegeven moment ken je het wel.’
De ceremoniemeester legt de regels van het straatvoetbal uit aan het publiek. Er zijn volgens hem twee manieren om te scoren: door raak te schieten, koppen of hakken of door een panna te maken. De jongste toeschouwers rollen met hun ogen als de ceremoniemeester zegt: ‘Een panna is de tegenstander door de benen spelen.’

Ed van Gils

Van Gils zet zijn koptelefoon af. Zijn kaalgeschoren schedel glimt. De ceremoniemeester zegt: ‘Nog een paar minuten en dan speelt Nederland tegen Duitsland en dan zien we de peetvader van het straatvoetbal Edward van Gils aan het werk.’ Een paar wedstrijden later is het eindelijk zover. Hij wordt aangekondigd met: ‘En dan komt nu Holland de kooi in, geleid door de legende zelf, Edward van Gils.’
Nederland speelt in oranje shirts en zwarte broeken. Van Gils draagt korte mouwen. Zijn tatoeages zijn daardoor goed te zien. Hij geeft de tegenstanders een highfive en de ceremoniemeester een boks. Tot verbijstering van veel toeschouwers zet hij zichzelf wissel. Van Gils wordt een dagje ouder en hij vindt de andere drie straatvoetbalinternationals beter.
De ceremoniemeester zegt: ‘Het hek is dicht. De wedstrijd kan beginnen. Three, two, one, play!’ Die Mannschaft wordt met enige moeite verslagen. Na afloop moet Van Gils een interview geven op het podium. De ceremoniemeester: ‘Edward, goed dat je er bent. Je bent de Godfather van het straatvoetbal. Hoe is het om in Manchester te zijn?’ Hij krijgt de microfoon en zegt: ‘Vijftien jaar geleden begonnen we op een pleintje in Amsterdam. En kijk hoe groot het straatvoetbal nu is. Er moet nog een hoop gebeuren, maar het straatvoetbal groeit enorm en het niveau ligt hoger dan vorig jaar. Het is superexciting.’
De tweede wedstrijd wordt met 5-3 gewonnen van het Frankrijk van Sean Garnier, oud-veldspeler van Auxerre en Troyes. Van Gils speelt dit keer wel. Hij verdedigt geconcentreerd en toont aan de bal zijn rust en klasse. Hij doet geen malle trucjes en kiest altijd voor de juiste oplossing. Ook op de straat moet teamspel volgens hem het belangrijkste zijn. Na afloop staan er meteen twaalf kinderen om hem heen. Van Gils geeft bijna iedereen een knuffel en hij maakt een praatje en hij poseert voor foto’s.
Ook de derde groepswedstrijd wordt eenvoudig gewonnen. Issy The Hitman laat wederom zien dat hij met afstand de beste speler van het toernooi is. Sean Garnier (2,3 miljoen volgers op Instagram) krijgt nog steeds de meeste aandacht, maar Issy (67.000 volgers) is Messi en Ronaldo bij elkaar. Natuurlijk haalt Nederland de finale. De tegenstander is, net als in 2016, Denemarken. Sky Sports zendt de wedstrijd live uit. SPORTbible streamt het hele toernooi en er kijken 600.000 mensen. Van Gils loopt in de halve finale met zijn hoofd tegen de paal en mag niet meer spelen van de dokter. Het maakt niet uit, want ze hebben Issy, die wonderbaarlijk goed speelt. Nederland wint de cup door Denemarken met 6-0 te vernederen. Hamdaoui scoort vijf keer en wordt verkozen tot beste speler. Er gaat een confettikanon af en aanvoerder Van Gils houdt als eerste de beker omhoog.

Verstijven bij Maradona

Twee maanden na de WK-winst in Manchester wijst Edward van Gils naar vier ingelijste voetbalshirts aan de muur boven de bar. Links hangt het Braziliaanse shirt van Ronaldinho, natuurlijk gesigneerd. Daarnaast hangt Maradona. Van Gils mocht eens meedoen met een team van oud-internationals en hij speelde met Winter, De Boer en Overmars. Maradona was een van de tegenstanders. Dat was de eerste keer dat Van Gils onder de indruk van een tegenstander was en hij verstijfde. Moest hij hem nou aanvallen of niet? Dat kon eigenlijk niet bij Maradona. Na afloop schuifelde Van Gils naar hem toe en hij scoorde een handtekening voor op zijn shirt.
Volgende shirt: het nummer 10 van Ruud van Nistelrooij, die hij ontmoette toen ze een commercial maakten voor Coca-Cola. Het mooie aan Van Nistelrooij is volgens Van Gils dat hij een echte liefhebber is. In de pauze van de opname zei hij: ‘We gaan naar buiten. Balletje trappen.’ Van Gils leerde hem een trucje dat Van Nistelrooij later nog gebruikte in een wedstrijd van Manchester United.
Het vierde ingelijste shirt is het nummer 53 van de Franse freestyle-ster Sean Garnier. Van Gils is onder de indruk van zijn creativeit en ze hebben nog eens een hele nacht gesproken over straatvoetbal. Garnier vindt dat straatvoetbal vooral om show gaat. Van Gils denkt daar anders over. Een panna op zich betekent volgens hem niks. Daarom vindt hij het een beetje ergerlijk dat er bij het WK in Manchester zoveel nadruk op werd gelegd. Trucjes om de trucjes, daar heeft hij een hekel aan. Een panna zou alleen moeten tellen als je daarna de bal hebt.
Van Gils vertelt dit ook aan de jongens en meisjes die in de Kings Dome komen trainen en hij gaat tegenwoordig ook zo nu en dan langs profclubs om veldvoetballers bijles te geven. Van Gils en de andere Street Kings doen dit onder meer bij FC Utrecht omdat ‘de bluf terug moet in het Nederlandse voetbal’.

Ed van Gils

Tussen zijn Nederlandse werkzaamheden door blijft Van Gils de wereld over reizen. Er komt een afdeling van Street Kings in Los Angeles, Rusland en Suriname en hij gaat binnenkort naar Colombia om daar iets op te zetten. Over een paar dagen moet hij naar China. Daar zal Van Gils gaan spelen in Ronaldinho’s Global Street Team. Ondanks zijn weerzin tegen het reizen kijkt hij daar naar uit. De peetvader van het straatvoetbal is 41. Hij weet niet hoe lang hij nog zal spelen en hij ziet ‘ieder moment op het veld als een zegen’. Nog leuker aan zo’n trip zijn voor hem de doordeweeks bezoekjes aan weeshuizen en straatkinde- ren. Hij neemt zijn taak als ‘beïnvloeder’ van kinderen serieus en gebruikt zijn eigen verhaal ook in het buitenland om tot ze door te dringen. Toch zijn de tijden vooral in Nederland veranderd, zegt hij. ‘Wij deden dingen om ons staande te houden. De straatjongens van nu willen vooral snel rijk worden om de duurste iPhone te kopen en sneakers voor 700 euro. Ik zeg weleens tegen ze: “Neem een bijbaantje.” Dan zeggen ze: “Nee man, dat kan ik echt niet doen. Maar ik wil dat leven niet voor mijn broertje en daar moet jij me mee helpen, Ed.”’
Hij loopt naar beneden om het veld van de Kings Dome te laten zien. Naast de zijlijn staat in grote witte letters ‘Street Kings’. Langs de kant liggen pylonnen en ballen. Achter een doel hangt een foto van Ronaldinho’s Global Street Team en de tekst: ‘The Greatest Street Football Team Ever Assembled.’ Er komt een YouTuber van Iraanse afkomst binnen. Een vriend van hem filmt de eerste ontmoeting met Van Gils. De jongens lopen naar het veld en schieten op goal. Van Gils zegt: ‘Dat is de jongen die vlogger Ismail Ilgün achterna ging en de wijk uitjoeg. Hij heeft daar nogal wat problemen mee gehad en hij belde me om te zeggen dat hij nu iets positiefs met zijn leven wil doen. Hij wil dat ik hem daarmee help.’ Van Gils verschuift zijn petje en zegt: ‘Ik blijf het apart vinden dat ik met al die grootheden heb mogen spelen en zoveel mensen mag beïnvloeden. Ik, Edje, het ratje uit Koog aan de Zaan, die vroeger een grote kans had te ontsporen en zijn rust en geluk vond in de bal.’

window._taboola = window._taboola || []; _taboola.push({ mode: 'alternating-thumbnails-a', container: 'taboola-below-article-5f2b55eeeb317', placement: 'Below Article Thumbnails', target_type: 'mix' });

Laatste nieuws