In een hotel dat vergane glorie ademt treffen we een relaxte Robert Gesink. Hij heeft net in de stromende regen zijn proloog in de Ronde van Romandië afgewerkt en kwam niet verder dan een 36ste plek. Toch lijdt zijn humeur daar niet onder. “Och, ik kom hier toch niet voor het klassement.” Het tekent wellicht de nieuwe Gesink. Als beginnend beroepsrenner werd Nederlands wielerhoop in bange dagen elk jaar in het keurslijf van Tourfavoriet geperst. Toegegeven, daar was ook alle reden toe. Zoveel 24-jarige renners zijn er niet die vierde worden in hun tweede Tour de France.
Toch kon Gesink die vliegende start geen vervolg geven. Na enkele jaren voorspoed kreeg ook Gesink met tegenslagen te kampen. Op sportief en persoonlijk vlak ging het de geboren Varssevelder allesbehalve voor de wind. De plotselinge dood van vader Dick, een beenbreuk, hartritmestoornissen, problemen bij de zwangerschap van vriendin Daisy en als klap op de vuurpijl dan ook nog die nare valpartij op zijn hoofd vorig jaar in de Ronde van Zwitserland. De Tour rijden bleek een onmogelijke missie, waarna concentratieproblemen ervoor zorgden dat van een normaal trainingsprogramma geen sprake was in de maanden daarna. Op goed geluk startte Gesink in de Vuelta en hervond zich daar op wonderlijke wijze.
Zit hier een andere Robert Gesink voor me dan vijf jaar geleden?
“Absoluut. Ik heb echt een switch gemaakt in mijn hoofd. Sinds de Vuelta van vorig jaar weet ik dat ik het klassement links moet laten liggen. Ik deed in Spanje een paar keer serieus mee voor de ritzege, met de overwinning op de Aubisque natuurlijk als beloning. Dat was wel de bevestiging die ik nodig had. Natuurlijk besef ik me ook wel dat de Vuelta van een andere orde is dan de Tour, maar als je het niet probeert lukt het sowieso niet.”
Is een rit winnen in de Tour moeilijker dan in de Vuelta?
“Dat denk ik wel. Het parkoers in de Vuelta leent zich meer voor ontsnappingen voor renners zoals ik. In Spanje heb je negen aankomsten bergop en avonturiers hebben daar alle kansen. In Frankrijk heb je minder mogelijkheden voor aanvallers, dus de kans is minder groot in de Tour.”
Is de druk eraf nu je niet langer de stress van een klassement voelt?
“Ik heb me altijd wel relaxed gevoeld. Maar ik heb nu een ander soort focus. Toen ik een klassement wilde rijden was ik gefocust van dag één tot en met de Champs-Élysées. Nu kan ik een aantal dagen uitzoeken die superbelangrijk zijn. Je moet het zien alsof ik een klassieker rijd tijdens de Tour. Op die ene dag moet het gebeuren. Daarna kan ik het weer een paar dagen laten lopen. Er is ook meer ruimte om te genieten en ik kan ’s avonds aan tafel waarschijnlijker iets relaxter zijn.”
Geniet je nu meer van de fiets dan vijf jaar geleden?
“Dat zou weleens kunnen, ja. Maar dat is misschien ook wel de ontwikkeling die je als mens doormaakt. Ik heb al veel meegemaakt en dus kan ik het fietsen wat makkelijker relativeren. Toch is die top 5-plek die ik behaald heb in de Tour een absoluut hoogtepunt. Dat had ik zeker niet willen missen hoor.”
:max_bytes(70000)/%23source%2Fwielerrevue%2Fpremium%2F052017%2Frobert_gesink%2F_rub1603.jpg)
Nadat je overkwam van de beloften maakte je snel en veel progressie. Toen er voor het eerst een kink in de kabel kwam kreeg je ook veel kritiek. Het bekende verhaal van de ‘mentaal zwakke’ Gesink. Wat deed dat met jou?
“Dat raakte me wel. Alles wat erover je gezegd wordt doet wat met je. Dat is het nadeel als je één van de leidende renners van die generatie bent. Alles wat ik deed lag onder een vergrootglas. Ik heb altijd geweten dat er ook eens tegenslag zou kunnen komen. Daar heb ik wel een impressionante portie van gehad inmiddels. Kijk, het zou stom zijn als je bij Bauke Mollema alleen maar terugdenkt aan het feit dat hij in de laatste week van de Tour tijd verliest. Op die manier wil ik ook niet naar mezelf kijken. Ik ben trots op de dingen die wel gelukt zijn. Iemand die alleen maar naar z’n mislukkingen kijkt heeft een akelig leven. Daar pas ik voor.”
Je hebt het over een impressionante portie tegenslag. Het overlijden van je vader, een beenbreuk, hartritmestoornissen, grote problemen bij de geboorte van je kinderen, een zware val vorig jaar in de Ronde van Zwitserland. Heb je ooit op het punt gestaan het bijltje erbij neer te gooien?
“Dat niet. Ik heb altijd weer de kracht gevonden om door te gaan. Ik vind fietsen gewoon heel erg leuk. Elke keer kwam ik er weer sterker uit. Wat dat betreft zegt mijn palmares genoeg. Er zijn genoeg renners in het peloton die het met minder moeten doen. Voor de rest wil ik het niet meer teveel over die narigheid hebben. Ik accepteer het verleden en voor de rest wil ik vooral vooruit kijken.”
Even terug naar de Tour. Laat je het klassement helemaal lopen?
“Ja. Ik zal ergens tijd verliezen in de eerste week zodat ik de ruimte krijg in de bergen. Misschien zou ik nog een podiumplek kunnen rijden in de Tour als echt alles meezit. Twee jaar geleden was ik nog zesde in de Tour, dus zover zit je er dan niet van af. Maar het is gewoon niet waar mijn ambitie ligt momenteel. Ik denk dat we met Dylan Groenewegen, Primoz Roglic, George Bennett en mezelf genoeg kansen hebben om een rit te winnen in de Tour.”
Wanneer is de Tour voor jou geslaagd?
“Ik wil in elk geval op een aanvallende manier deze Tour rijden. Om een rit te winnen moet ik op hetzelfde niveau zitten als toen ik vierde werd in het klassement. Als dat lukt ben ik tevreden. Een ritzege zou natuurlijk geweldig zijn.”
Heb je specifieke ritten verkend?
“Nee. Dat doe ik niet meer. Vroeger heb ik heel veel verkenningen gedaan en natuurlijk heeft het een bepaald nut. Aan de andere kant heb ik mijn beste Tour gereden toen ik van tevoren helemaal niets verkend had. Het past niet echt meer in de huidige wielersport om alles op de Tour te zetten. Tegenwoordig wordt er meer gekoerst dan vroeger en ontbreekt het gewoon aan tijd om alle ritten rustig te verkennen. Ik wil bijvoorbeeld in de Ronde van Californië ook nog scoren.”
Gesink staart zich niet langer blind op de Tour de France. Als beginnend prof werd hij door sommigen al als de opvolger van Joop Zoetemelk gezien, die in 1980 als laatste Nederlander de Tour de France won. De Achterhoeker heeft altijd een realistische kijk gehad op zijn fysieke mogelijkheden en wist dat een Tourzege voor een middelmatige tijdrijder onmogelijk was. Twee jaar geleden werd Gesink zesde in de Tour. Het is misschien wel zijn laatste wapenfeit als klassementsrenner.
Was de ritzege op de Aubisque in de Vuelta het hoogtepunt van je carrière?
“Ik wil eigenlijk niet spreken van een enkel hoogtepunt. Na de tegenslagen die ik de afgelopen jaren heb gehad, ben ik elke keer teruggekomen en heb ik mooie prestaties geleverd. De Vuelta was daar geen uitzondering op. Ik moest van ver komen na mijn zware val in Zwitserland. Iedereen heeft het over die overwinning op de Aubisque, maar een paar dagen daarvoor werd ik tweede op Lagos de Covadonga achter Nairo Quintana. Voor mezelf was dat nog meer een bevrijding dan de zege op de Aubisque. Toen was ik ervan overtuigd dat de oude Robert Gesink terug was. Pijn lijden is makkelijker als je weet dat de rest van het peloton ook afziet. Dat gevoel was ik al een tijdje kwijt.”
En dat terwijl je de Vuelta in eerste instantie niet eens zou rijden.
“Klopt. Het was Nico Verhoeven die me ervan overtuigde om toch te gaan. Hij vond dat ik de Vuelta nodig had om in 2017 weer op goed niveau te komen. Achteraf moet ik hem dus enorm dankbaar zijn. Ik had voor de Vuelta maar drie dagen achter elkaar kunnen trainen, omdat ik gewoon niet goed herstelde. Door die val op m’n hoofd had ik enorme moeite met concentreren. Ik had liever m’n been gebroken of zo. Dan weet je precies waar je aan toe bent.”
:max_bytes(70000)/%23source%2Fwielerrevue%2Fpremium%2F052017%2Frobert_gesink%2F_rub1889.jpg)
Is het verwachtingspatroon bij jou de afgelopen jaren te hoog geweest?
“Dat denk ik niet. Ik heb er ook naar gepresteerd, vind ik. Ik heb in mijn carrière speciale dingen laten zien, dus dan vind ik het ook niet zo gek dat mensen een hoog verwachtingspatroon hebben. Maar ik besef me ook dat mijn sport is veranderd in de afgelopen jaren. Het niveau is toegenomen. Toen ik de Ronde van Californië won in 2012, was ik twee weken daarvoor al aan het trainen op hoogte in Tahoe om me zo goed mogelijk voor te bereiden op die koers. Hetzelfde geldt voor mijn overwinningen in Montreal en Quebec. Ik zorgde ervoor dat ik voor bepaalde koersen superprofessioneel bezig was, zodat ik een voordeeltje had ten opzichte van de concurrentie. Tegenwoordig zijn er twintig renners die op hoogtestage gaan voor de Ronde van Californië, dus dat voordeeltje valt dan weg. Het wordt steeds lastiger om je plaats aan de top te behouden.”
De wielersport ontwikkelt zich dus nog steeds?
“Het is bijna een andere sport geworden. Kijk naar de wetenschappelijke manier waarop een ploeg als Sky ermee omgaat. Die mannen zijn normaal gesproken het hele jaar op topniveau. Dat geldt ook voor Alejandro Valverde en Alberto Contador. Ik vind het heel knap dat die mannen op die leeftijd nog zo goed zijn. Het geeft aan hoe gedreven die renners nog zijn. Als ik dan dat boek van Thomas Dekker lees, dan vind ik dat jammer voor hem. Als Thomas het op een serieuze manier had aangepakt, dan was hij nog altijd een heel goede renner geweest. Daar ben ik zeker van. Iemand met talent komt in de huidige wielersport gewoon bovendrijven nu de valsspelers eruit gehaald zijn. Ik ben blij dat ik niet drie jaar eerder ben overgestapt naar de profs.”
Je woont sinds anderhalf jaar permanent in het Spaanse Girona. Mis je de Achterhoek al?
(lacht) “Dat valt wel mee hoor. We gingen natuurlijk al zes jaar steeds op en neer naar Girona, maar dat was ik op een gegeven moment wel zat. Daar kwam bij dat onze dochter Anne vier jaar werd en naar school moest. Dus toen hebben we de keuze gemaakt om definitief te verhuizen. Als ik er nu op terugkijk ben ik enorm trots op hoe we dat als gezin gedaan hebben. Je geeft toch je kostbaarste bezit een beetje uit handen in een andere cultuur. Maar het gaat hartstikke goed. Ze spreekt zelfs als Catalaans! Ik heb het idee dat je in Spanje meer ruimte hebt om te genieten dan in Nederland. Girona is een leuke stad met veel beroepswielrenners die we kennen. ’s Avonds heb je alle mogelijkheden om gezellig uit eten te gaan. Het strand is dichtbij, de bergen zijn niet ver weg en je bent ook zo in Barcelona voor een gezellig dagje uit. Nee, ik denk niet dat wij nog teruggaan naar Nederland.”
Ben je al op het punt in je carrière aangekomen dat je ook nadenkt over wat je na het fietsen gaat doen?
“Ik hoop eigenlijk nog wel zes jaar te fietsen. Ik heb er nog altijd heel veel plezier in en daarnaast maak ik deel uit van een heel leuke ploeg. Er zijn genoeg ex-renners die met weemoed terugdenken aan hun carrière. We hebben een heel mooi leven hoor. We reizen de hele wereld over en zien een hoop. Natuurlijk gebeuren er vervelende dingen in je carrière, maar ik kan er ook echt wel van genieten.”
Robert Gesink
Geboren: 31 mei 1986
Woonplaats: Girona
Ploegen:
Rabobank (2007-2012)
Belkin (2013-2014)
LottoNL-Jumbo (2015-heden)
Belangrijkste overwinningen:
rit Ronde van Spanje (2016)
Grote Prijs van Quebec (2013)
rit en eindklassement Ronde van Californië (2013)
rit Ronde van Zwitserland (2010)
GP Montreal (2010)
Ronde van Emilie (2010)
Ronde van Emilie (2009)
Ereplaatsen Ronde van Frankrijk: 4de (2010), 6de (2015)