doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_menu_allpages');

In memoriam: oud-wielrenner Michel Stolker (longread)

Oud-wielrenner Michel Stolker is op 84-jarige leeftijd overleden. De atleet boekte ritzeges in de Giro d’Italia en de Vuelta. In 2015 reed Panorama’s Niek Stolker met zijn oom mee in de aanloop naar de Tour in Utrecht. Een uniek en mooi verhaal...
doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_below_image_article');
https://cdn.pijper.io/core/panorama-fallback1.png

Michel Stolker, de enige Utrechter die ooit de Tour de France reed, doet het nog één keer voor. Op zijn ouwe dag klimt hij op zijn Tourfiets uit de jaren vijftig en verkent het parcours van de eerste etappe (Utrecht-Utrecht, 13,7 kilometer). Zijn neef, Panorama-verslaggever Niek Stolker, probeert zijn wiel te houden.

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_top_article');

We scheren door de bocht op de Maliesingel. Het regent, hagelt zelfs even. Ik kan het wiel van Michel Stolker amper houden. Links zien we de Maliebaan, de statige laan waar in Michels jeugd de mooiste panden werden geconfisqueerd door de Wehrmacht, de Sicherheitspolizei en de NSB. De tachtiger heeft al drie jaar niet op een racefiets gezeten, maar daar merk je niets van. Weer of geen weer, hij stampt door. Met tegenzin, dat wel. Want had hij niet gezegd dat hij alles wilde doen, behalve in de regen fietsen? We zijn ruim over de helft van het tijdritparcours van de eerste etappe van de Tour de France als pal voor het Spoorwegmuseum zijn ketting eraf schiet. Geroutineerd legt de oude baas hem er weer op.

Mijn oom was vroeger beroemd. Heel vroeger. De meeste mensen die hem kenden als renner zijn al lang overleden. Jean Nelissen (1936-2010) plaatste hem in 1999 op plaats 33 in zijn boekje De 100 beste Nederlandse wielrenners aller tijden, vóór bekende renners uit mijn tijd als Jean-Paul van Poppel (plaats 34) en Jeroen Blijlevens (plaats 46). De enige persoon die me ooit vroeg of ik geen familie was van Mies Stolker is Freek de Jonge. En die is ook alweer 70 jaar. Nee, Mies Stolker kan gewoon over straat, deze koude lentedag in Utrecht. Niemand die hem om een handtekening vraagt. Binnen in het Museum van Zuilen is dat wel anders. Daar heet een twintig man sterk ontvangstcomité ons welkom. Museumdirecteur Wim van Scharenburg heeft ons beloofd te helpen met de uitvoering van een idee uit de Tourbrainstorm op de Panorama-redactie: de Utrechtse verslaggever Niek Stolker gaat met zijn oom Michel Stolker, de enige Utrechter die ooit de Tour de France reed, de proloog van de Tour de France van 2015 rijden. En omdat Van Scharenburg niet vies is van publiciteit, heeft hij ook de voltallige lokale media uitgenodigd. De proloog-die-we-geen-proloog-mogen-noemen-omdat-ie-langer-is-dan-8-kilometer komt dan wel niet langs zijn bescheiden museum aan de Amsterdamsestraatweg, hij heeft een belangrijke troef in handen om de ruimte aan te doen: de Michel Stolker-expositie met als pronkstuk diens Tourfiets uit 1956.

Hoe de museumdirecteur het ding op de kop tikte? Hij had Michel een paar jaar geleden gevraagd naar spullen uit zijn wielertijd. Foto’s, vaantjes, bekers, shirts, petjes, trappers: alles was welkom. Bleek dat Michel al zijn wielerspullen weg had gedaan. Ja, hij had nog wat foto’s, maar dat was het wel. Waar zijn Tourfiets was gebleven? Dat wist Michel niet meer. Misschien zou zijn oudere broer Theo uitsluitsel kunnen geven?

Dat kon Theo. Hij had de Locomotief, model Tour de France, nog in zijn schuur staan. En nee, Van Scharenburg mocht hem niet hebben. Theo had het ding zelf nodig.

Ziehier de typische koppigheid van de Stolkers. Theo was inmiddels 80-plus, maar geen haar op zijn hoofd die er aan dacht een nog prima functionerende racefiets weg te laten kwijnen in een museum.

“Ik rijd er nog elke dag op,” zei hij tegen Wim. Kort geleden zwichtte Theo – inmiddels 84 jaar – wel voor de druk.

Niks gepresteerd

Museumdirecteur Wim van Scharenburg heeft niets aan het toeval overgelaten en de Tourfiets de dag voor de Stolker vs. Stolker-proloog nog laten nakijken. De remmen zijn gesmeerd, de bandjes precies hard genoeg opgepompt. Michel bekijkt het ding met een mix van trots en afschuw. “Hij weegt minstens 10 kilo. Dat we daar de Tour de France mee hebben gereden.” Over zijn eigen prestaties in zijn drie Tours kan hij kort zijn: “Eigenlijk heb ik niks gepresteerd. Ja, ik ben een keer vijfde geworden. Maar verder was ik vooral knecht. Ik heb Anquetil een keer helpen winnen. Dat leverde een hoop geld op. En daar ging het om.”

Eerder, bij de start van de proloog op een winderige vlakte bij de Utrechtse Jaarbeurs, stapt Michel met tegenzin op zijn zestig jaar oude rijwiel. Het komt met bakken uit de lucht, iets waar Mies dus ab-so-luut niet van houdt, zo laat hij steeds weten. Naast elkaar sprinten we over de Overste Den Oudenlaan. Afgezien van het oude materiaal en de regen is er nog een hindernis: automobilisten die niet van plan zijn ons voorrang te verlenen. Waar de profs straks op 4 juli ruim baan krijgen, moeten wij boostoeterendehardrijdersontwijken. Michel trapt zijn pedalen opvallend gemakkelijk rond. “Nog steeds niet verleerd, hè?” roept hij opgewekt. En: “Jammer van die regen!”

Geld is tijdens zijn carrière steeds een drijfveer voor Michel. De Stolkers hebben het niet breed thuis. Vader is tuinder en heeft tien kinderen, waarvan mijn vader Bert (uit 1940) de jongste is. Michel, die aardig kan leren, wordt boekhouder. Tot hij ontdekt dat hij sneller dan al zijn vriendjes kan fietsen en dieper kan gaan dan de rest. Als hij 15 is, kan zijn drie jaar oudere broer Theo, die bij een vereniging fietst, Michel op een parcours bij Austerlitz al niet meer uit het wiel rijden.

Bijzonder, want Michel rijdt op een stadsfiets. Als hij iets ouder is, sleutelt Mies zelf een racefiets in elkaar en racet hij zo hard als hij kan op en neer naar zijn baantje bij
de Amsterdamse Ballastmaatschappij (een voorloper van bouwbedrijf Ballast Nedam). Zo hard mogelijk, 11 kilometer heen, 11 kilometer terug. In de weekenden doet hij mee aan lange wedstrijden van 100, soms 200 kilometer. In zijn tweede wedstrijd, de Ronde van Noord-Holland voor amateurs, wordt Michel tot verbazing van iedereen tweede. Hoe langer de koers, hoe harder Mies gaat rijden.

“Ik hoorde steeds bij de besten, reed 200 kilometer mee met de grote jongens op mijn te kleine fiets, in het begin zonder derailleur. En dan had ik alleen twee melkkruiken mee.” Michel, die thuis nooit een complimentje krijgt, heeft een zekere hardheid. Waar anderen hard wíllen fietsen, móet hij. “Mijn moeder zei altijd: Ik kan niet ligt op het kerkhof. Ik wil niet ligt ernaast. Stoppen was geen optie.”

Bahamontes voorbij

In 1955, het jaar dat hij 22 wordt, wint Michel bijna alles wat er te winnen valt 

en kan de als bruut bekendstaande ploeg- leider Kees Pellenaars niet om de beschei- den Utrechter heen. Michel krijgt een contract bij de wielerploeg van fietsmerk Locomotief en mag samen rijden met

Wout Wagtmans en Wim van Est. “Ik was nog zo jong. Ik leek wel 18, was zo onzeker dat ik niets durfde te zeggen. Maar ik kreeg een racefiets, een broek, een shirt en 150 gulden salaris – per jaar!”

‘IK REED 200 KILOMETER MEE MET DE GROTE JONGENS OP MIJN TE KLEINE FIETS, ZONDER DERAILLEUR. EN DAN HAD IK ALLEEN TWEE MELKKRUIKEN MEE’

Het is tenminste iets. Michel kan ook naar de Olympische Spelen in Melbourne, maar daar zou hij helemaal niets verdienen. Nu lacht Michel erom, maar zijn salaris is natuurlijk schandalig, ook naar de maatstaven van de jaren vijftig. Met premies kan hij zijn inkomen nog iets opkrikken. Zoals in de Ronde van Italië, waarin Michel toeslaat in de bergetappe van Lucca naar Bologna. De drager van de bergtrui, de Spanjaard Federico Bahamontes, is in zijn eentje weg als Michel vooraan het peloton snokt. Als hij achterom kijkt, ziet hij opeens niemand meer.

“Ik vloog omhoog. Dus ik alleen achter Bahamontes aan. Het regende, dus ik had haast. In de afdaling vloog ik hem voorbij. Achter mij hebben ze nog wel gereden, maar ze konden me niet pakken.” De overwinning is groot nieuws in Nederland. Kenners dichten hem een grote toekomst toe, hij is immers nog maar 22.

Michel eindigt als 36ste in het eindklasse- ment, waarna Pellenaars de totaal uitge- putte renner dwingt ook deel te nemen aan de Tour de France. Mies wordt vijfde in de vijfde etappe, maar moet een paar dagen later afstappen na een valpartij. Die valpartij is een zegen. Anders had ie zich misschien wel doodgereden. “Toen kwam ik erachter dat mijn geest sterker is dan mijn lichaam. Ik heb die Tour veel te veel van mijn lichaam gevraagd,” zegt Michel nu. “Ik was op. Daarna heb ik twee jaar slecht gereden.”

Als we over de Tolsteegsingel langs het Ledig Erf suizen, sleurt Michel op kop. Zoals hij vroeger ook zoveel heeft gedaan. Bij Anquetil − een moeilijke man, die veel dronk − had dat ook een praktische reden. “Je wilde niet direct achter hem rijden. Hij zweette pure alcohol,” hijgt Michel. We verlaten de historische binnenstad en koersen weer richting de Jaarbeurs, waar ook de finish is.

‘JE WILDE NIET IN HET WIEL VAN JACQUES ANQUETIL RIJDEN. DE MAN ZWEETTE PURE ALCOHOL’

Die twee magere jaren wint Michel vooral kleinere ritten. De rondes van Hengstdijk, Tienen, dat werk. Hij weet zelfs de ronde van zijn latere woonplaats Etten-Leur niet te winnen. In de Tour de France peddelt hij anoniem mee en wordt hij 44ste in het eindklassement. Wel wordt hij tweede op het NK – het is maar wat je slecht vindt. Michels talent om zich weg te cijferen trekt de aandacht van Jacques Anquetil. Het Franse tijdritbeest (bijnaam: Monsieur Chrono) heeft de Tour de France van 1957 op zijn naam staan, maar daarna staat hij drie jaar droog. Hij heeft een betere ploeg nodig, en Michel is zijn man. Tijdens klassiekers mag Mies zelf zijn gang gaan: in 1960 wordt hij tweede in Parijs-Tours en vierde in de Ronde van Lombardije, een jaar later vijfde in de Ronde van Vlaanderen.

Jacques Anquetil kiest hem uit om samen de befaamde koppeltijdrit Trofeo Baracchi te rijden. Het duo wordt slechts vijfde – maar dat ligt aan de nukkige Anquetil, die geen zin heeft zich om zich uit te sloven als hij niet alleen de credits krijgt. Michel haalt zijn schouders op. Hij rijdt toch vooral voor het geld – hij zeurt niet. Nooit. Mede dankzij Stolker wint Anquetil in 1962 de Tour de France.

Amfetamine

Jacques Anquetil – die vijf keer de Tour zou winnen, een record dat pas deze eeuw werd verbeterd door Lance Armstrong – is ook de man die Michel aanspoort met doping te beginnen. Amfetamine is de drug of choice in die jaren. Pure speed. “Anquetil vroeg me of ik ook elke dag spul gebruikte.” Nee dus, maar Stolker gaat snel om. Zeg maar eens nee tegen de Tourwinnaar, tegen de beste tijdrijder ter wereld. Zeker als je zoals Michel het stille type bent. Maar waar Anquetil elke dag wat neemt, pakt Mies alleen in de grote koersen en in bergritten. “Niet te extreem. Ik heb zo’n 25 grote koersen gewonnen, waarvan twintig clean. Voor mij hoefde die rotzooi niet zo.”

In 1962 wordt hij – als knecht! – zevende in de Ronde van Spanje. “Als ik niet voor Anquetil had gereden, had ik derde kunnen worden,” zegt hij nu. Kort daarna begint de Midi Libre, in die dagen een prestigieuze meerdaagse koers. Maar omdat het in de dagen daarvoor stort- regent, traint Michel niet. Hij heeft immers een hekel aan regen. Het blijkt gek genoeg te helpen. “In de eerste etappe was ik mijn benen een beetje los aan het fietsen. Op een gegeven moment reed ik met Groussard een stukje voor de groep. We reden een heuveltje op – voor mijn gevoel niet eens vol – en opeens was hij nergens meer te zien. Dus ging ik door, 75 kilometer van de streep. Er zaten vier renners achter me te jagen, maar ze kon- den me niet meer terugpakken.” De eerste etappe is voor Stolker, die volgens de Franse kranten ‘à la Coppi’ domineert. Hij zal ook het eindklassement winnen. Hij is voor eeuwig de enige Nederlandse winnaar ooit, want na 2002 (winnaar: Lance Armstrong) wordt de koers niet meer verreden. De man die nooit een complimentje kreeg staat er maar mooi, tussen andere winnaars Luis Ocaña (1969), Eddy Merckx (1971), Raymond Poulidor (1973), Francesco Moser (1975), Miquel Indurain (1995) en Laurent Jalabert (1996).

Oom Mies, ik ben trots op je.

Uit de cursief gedrukte stukjes zou de lezer kunnen afleiden dat Mies en ik de volledige 13,7 kilometer van de eerste etappe fietsend hebben afgelegd. Dat is niet waar. We stapten steeds met fiets en al in de camper van mijn vader Bert en stapten drie keer uit om een paar keer langs de fotografetestoempen.Michel Stolker heeft namelijk een gruwelhekel aan regen. Dat had hij toch gezegd?

doDisplay('div-gpt-ad-PanoramaNL_in-content_bottom_article');

Laatste nieuws