Vanouds

Aftellen naar het WK: 2008, de poule des superdoods

De komende weken tellen we af naar het WK voetbal in Rusland door ons stevig vast te klampen aan het eigen, roemruchte verleden. Het EK van 2008 in Zwitserland en Oostenrijk bijvoorbeeld, deze zomer tien jaar geleden.

Redactie Panorama
5 minuten
https://cdn.pijper.io/core/panorama-fallback2.png

Aftellen naar het WK: 2008, de poule des superdoods

Opeens was hij daar, helemaal vanuit het grote niks, bondscoach Marco van Basten. In de aanloop naar een interland legde hij soms zijn arm om de schouder van een speler en vroeg: ‘Ga je nog wat leuks doen vanavond?’ Het was Van Basten ten voeten uit, als jonge bondscoach. Onbevangen, een tikkeltje naïef soms ook, maar altijd het eigen initiatief intensief propagerend. Het Dick Advocaat-fiasco op het EK van 2004 in Portugal was vergeten, net als de harde uitschakeling op het WK in 2006. Maar niet door Van Basten. “Als de groep van 2006 de poule des doods was, hoe zullen we deze groep dan eens noemen,” vroeg de bondscoach zich hardop af na de loting in 2008. Die loting koppelde Oranje aan wereldkampioen Italië, vicewereldkampioen Frankrijk en Roemenië. “De poule des superdoods?” werd er geopperd.

“Achteraf kun je stellen dat ik te vroeg bondscoach ben geworden,” zou Van Basten later terugkijken op het hele avontuur. “Ik was er nog lang niet aan toe.” Van Basten werd vooral ‘overvallen’ door de veelomvattendheid van de functie. Het was eenvoudigweg een te grote stap voorwaarts, gaf hij eerlijk toe. “Het aantal trainingen was relatief laag, maar alle andere aspecten van het vak kwamen in alle hevigheid op me af. Achteraf miste ik de ervaring om me in een leidinggevende functie comfortabel te voelen. Het is uiteindelijk heel simpel: trainer is een ervaringsvak. Het omgaan met mensen is iets wat je steeds beter afgaat naarmate je meer ervaring hebt.”

Van het Nederlands elftal stapte Van Basten over naar Ajax. Daar kwam hij erachter dat de spanning van het trainerschap sowieso niks is voor hem. Op een gebrek aan eerlijkheid hebben we Van Basten nooit kunnen betrappen.

Nederland-Italië (3-0, 9 juni 2008)

Een slechtere loting was inderdaad niet denkbaar. En we waren het ook helemaal niet gewend, het oogstrelende voetbal dat Oranje onder Van Basten speelde. Op het WK in Portugal was zijn ploeg twee jaar eerder nog schoppend ten onder gegaan. Bovendien kon Van Persie niet starten tegen de Italianen vanwege een gebrek aan wedstrijdritme. En was Robben (licht) geblesseerd geraakt. What else is new? Wel opvallend dat beide spelers tien jaar later nog steeds met dezelfde problemen kampen.

“Hé lange lul, ik ga je zo helemaal gek spelen.” De stem van de jarige Wesley Sneijder (24) schalt door de spelerstunnel, vlak voor de wedstrijd. Hij heeft het tegen de Italiaanse voorstopper Marco Materazzi, die uiteraard niet kan verstaan wat Sneijder zegt. De meeste Nederlanders schieten in de lach. De ergste spanning is verdwenen. “Wesley heeft een geweldig fingerspitzengefühl voor wat een groep nodig heeft,” zei perschef Kees Jansma naderhand.

Deze wedstrijd zal de geschiedenisboeken ingaan als ‘De Slag van Bern’, maar wordt ook wel ‘Het Wonder van Bern’ genoemd. We zijn gemaakt om te vergeten, lijkt het soms. Maar het Nederlands elftal speelde in 2008, heel even, een soort voetbal van een andere planeet. Op het surrealistische af zelfs. En dat vergeten we nooit.

Zullen we het elftal even doorlopen, in vogelvlucht? Van der Sar op doel, met Mathijsen en Ooijer voor zich in de verdediging, geflankeerd door Van Bronckhorst en de op het laatste moment geselecteerde Boulahrouz. In de linie daarvoor: ‘schakelspeler’ Engelaar (een vondst van Van Basten), gekoppeld aan ijzervreter Nigel de Jong. Voorin: spelmaker Van der Vaart achter spits Van Nistelrooij, met de tegen Italië uitblinkende Sneijder en Kuijt hangend vanaf de vleugels. Dat was de basis.

Voor zijn dug-out sprint, springt en juicht Van Basten met zijn spelers mee. “Ik denk dat Nederland in de geschiedenis nog nooit met drie doelpunten verschil van Italië heeft gewonnen,” zei hij een paar uur later. “Ik kan niet één speler opnoemen die slecht heeft gespeeld. Vanaf nu mogen we mooie dromen hebben. Je kan dus wél van Italië winnen. Ik kreeg voor de wedstrijd nog een sms van mijn dochter, die zei dat je niet van Italië kan winnen, maar wel verliezen. Dat gingen we dus anders doen.”

De topfavoriet was overklast door Oranje. Hoewel nog zonder directe gevolgen stond het toernooi meteen op z’n kop. Door internationale media werden parallellen getrokken met de grootste Oranje-teams aller tijden, die van 1974, 1978, 1988, dat werk. Begrippen als ‘Brilliant Orange’ en ‘La Naranja Mecánica’ borrelden in krantenkoppen op. Een greep uit de in hoog drama gespecialiseerde Italiaanse kranten, voor het gemak even vertaald: De Oranje Nachtmerrie!, Scheuren in het nationale team!, Buffon: onze nederige excuses, We waren wereldkampioen…

Nederland-Frankrijk (4-1, 13 juni 2008)

Na de wereldkampioen werd ook de andere WK-finalist, Frankrijk, met afgetekende cijfers verpletterd. André Ooijer: “Zij moesten en wij dachten juist: Frankrijk? Waarom niet?”

Kuijt 1-0, op aangeven van Van der Vaart. Van Persie 2-0, assist Robben. Robben 3-1 op aangeven van Sneijder. Sneijder 4-1, na voorzet van Van Persie. De Grote Vier (Van Persie, Robben, Sneijder en Van der Vaart) was tot volle wasdom gekomen. Van Basten oogstte lof met zijn aanvallende wissels (Van Persie en Robben voor Kuijt en Engelaar). Ze werden omschreven als ‘gedurfd’. Het doelpunt van Sneijder in de laatste minuut zou na afloop worden gekozen tot mooiste van het toernooi. Het sprookje ging gewoon door.

Nederland-Rusland (1-3, 21 juni 2008)

Het was alsof de bliksem insloeg. Nigel de Jong en Robin van Persie, beiden goed bevriend met Boulahrouz en zijn vrouw Sabia, gingen op bezoek in het ziekenhuis en keerden verslagen terug. De ronduit euforische stemming in het Oranje-kamp, slaat in één keer om als dochtertje Anissa van Khalid en Sabia Boulahrouz te vroeg wordt geboren en komt te overlijden. ‘Boulah’ blijft, op eigen verzoek, bij de selectie. Van Basten wordt later verweten dat hij het elftal niet heeft kunnen isoleren van het persoonlijk leed rond de familie Boulahrouz, maar dat is niet terecht. Hij wilde Boulahrouz wel degelijk naar huis sturen, achtte het beter dat hij bij zijn vrouw zou blijven, maar daarvoor had Van Basten zich te veel vergist in de onderlinge vriendschapsbanden binnen de selectie. Die waren nauw met elkaar verweven. Belangrijke spelers als Van der Sar en Van Nistelrooij reageerden boos, schreef de Volkskrant. Ze verweten Van Basten ongevoeligheid. En Boulahrouz zelf, in Sportweek: “Het medeleven, de ultieme steun maakt dat ik over alle pijn toch nog een laag kippenvel heb. Ruud van Nistelrooij, Edwin van der Sar, Robin van Persie, Nigel de Jong en Marco van Basten; grote sportmensen die toch mens durven te zijn. Die steun was een beetje water op een bosbrand. Maar ook dát water helpt om het vuur, dat altijd zal blijven branden, minder te maken. Dat is fijn om te weten, in deze tijd van verafgoding van voetballers. Uiteindelijk zijn ook zij gewone kerels die even hun werk uit handen laten vallen als een van hun vrienden verdriet heeft.”

Conclusie: deze situatie was niet te managen, door geen enkele manager. Maar veel zoeter dan die twee zomeravonden in 2008 – tegen Italië en Frankrijk – zal het voetballeven waarschijnlijk nooit meer zijn.