De meeste gouden medailles (vijf van de zes) kwamen op naam van de Nederlandse vrouwen. Roos de Jong en Lisa Scheenaard waren de beste in de dubbeltwee. Bij de lichte dubbeltwee ging het goud naar Ilse Paulis en Marieke Keijser. De overige drie gouden plakken bij de vrouwen behaalde Nederland bij de vier-zonder (Lies Rustenburg, José van Veen, Ymkje Clevering en Monica Lanz), de dubbelvier (Olivia van Rooijen, Karolien Florijn, Sophie Souwer en Nicole Beukers) en de acht (Ellen Hogerwerf, Marloes Oldenburg, Rustenburg, Van Veen, Clevering, Lanz, Aletta Jorritsma, Veronique Meester en stuurvrouw Dieuwke Fetter).